
Advertise on podcast: Evenwicht, je leven
This podcast has
209 episodes
Language
DutchPublisher
Paula HijneExplicit
No
Date created
2021/02/10
Latest episode
2026/04/22
Average duration
21 min.
Release period
8 days
Description
Evenwicht, je leven De podcast over het zintuig evenwicht. Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht. De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht. In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord. 'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'. https://evenwichtinuitvoering.nl/
Unlock Evenwicht, je leven podcast Email contact info,
Listeners & Audience details
Email contact information
Direct podcast contact details

Listeners
Audience numbers & engagement insights

Audience details
Podcast Insights

Podcast episodes
Check latest episodes from Evenwicht, je leven podcast
9 Zonder beeld 1
2026/04/22
Dit is het volledige interview met Chris van Wijk. Radio opname Hoor jij wat ik hoor? 1e uur. Zonder de muziek. Deze aflevering is 36 minuten.
(beeld is zwart, Chris ziet geen beelden)
Volledig transcript volgt nog
8 IJdelheid of veiligheid
2026/04/15
Sinds een paar jaar draag ik een helm op de fiets. Dit jaar is het op 15 april De Dag van de Fietshelm. Streven is dat binnen 10 jaar een kwart van de Nederlanders een helm dragen tijdens het fietsen. Wat mij betreft mogen dat er veel meer zijn.
(eigen foto van mijn rode helm)
Volledig transcript
Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 8: IJdelheid of veiligheid?
Sinds een paar jaar draag ik een helm op de fiets. En ik heb het er wel eens eerder over gehad. En het is een knalrode! Dus die valt wel op! En die kleur die matcht niet altijd met mijn jas en kleding, maar daar hou ik dan ook helemaal geen rekening mee. En als ik een keer weg fiets, zonder helm, dan mis ik iets. Net zoals de autogordel. Als ik die niet om heb, dan voel ik dat direct als we gaan rijden. Dan mis ik dat. En dat heb ik dus met fietsen ook.
Mijn helm is dus standaard geworden. En dat was niet eens zo eenvoudig om een goed passende helm te vinden. Ik heb namelijk een klein hoofd, eigenlijk maat kinderhelm. Maar een kinderhelm past niet, want die bolling van dat hoofd is dan veel te klein. Niet elk merk heeft kleine maten. En na vele helmen gepast te hebben, lukte dat bij een gespecialiseerde fietsenwinkel. Dat was een winkel gespecialiseerd in fietskleding en allerlei accessoires en zo, waaronder dan ook helmen.
En het is geworden een Lazerhelm. Lazer met l a z e r. In omvang is die tussen de 54 en 61 centimeter. Hij is 270 gram en hij is van februari 2023. Dat staat nog steeds op een klein stickertje achterin de helm. En met een soort wieltje, in dat binnenframe van die helm, dan kan ik 'm zo draaien dat hij op de kleinste stand staat en dan past ie dus op mijn hoofd. En de bandjes om mijn nek, die moet ik wel steeds goed aantrekken, want die gaan tijdens gebruik, tijdens het fietsen en zo, raakt het toch wel steeds losser. Of als ik hem weer afdoe. En die moet ik elke keer voordat ik de helm opdoe, moet ik die bandjes wel weer even goed doen. En de helm heeft ook een kleine zonneklep en daardoor hoef ik niet per se mijn zonnebril op te zetten, in de zomer. Vooral in de zomer als de zon hoog staat, dan valt er net genoeg schaduw zo voor mijn ogen, over mijn ogen heen en dat is fijn, dan hoef ik niet altijd een zonnebril op. Dus kortom, met helm op fietsen is al heel gewoon geworden.
En was dat maar voor iedereen zo. Dit jaar is het op 15 april, de Dag van de Fietshelm. Je hebt overal dagen voor, dus ook de Dag van de Fietshelm. En de campagne hiervoor heet: Zet 'm op! Het streven is om binnen 10 jaar een kwart van de Nederlandse fietsers aan de helm te krijgen. Dat is dus 25 %. In 2024 was dat zo'n 5 %. Dat is informatie van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. En bij fietsers die ouder dan 75 waren, was dat 20 %. Het streven is dus 25 % van alle Nederlanders, dat die een helm dragen. Dat is één op de vier! Ik vind dat heel erg weinig. Het streven zou moeten zijn ..ehm.. 80 % of misschien wel 100 %, dat iedereen met een helm op fietst. Want wielrenners, MTB'ers, cross-fietsers, skiërs, ..ehm.. schaatsers - schaatsers weet ik niet helemaal precies- maar al die andere sporters die dragen een helm! Zonder helm is hun sport zelfs helemaal onverantwoordelijk, toch? Voor deze groep sporters hoort de helm dus bij de standaarduitrusting. Dus waarom niet voor elke fietser in Nederland?!
Toen ik een dame van boven de 80 ernaar vroeg, dat is een dame die met mij meedoet aan de sportles, op de sportschool, zij zei dat ze het niet nodig vond voor al die korte stukjes die ze fietst. Alleen als ze een lange fietstocht gaat maken, dan doet ze de helm op. Dus ze heeft wel een helm. En dan lijkt het alsof er op korte ritjes niets kan gebeuren. Maar je bent op de weg, je hebt maken met medeweggebruikers, je moet ergens oversteken, je kunt niet overal op een fietspad rijden. Dus ook op korte ritjes lijkt mij, dat je net zo’n groot risico loopt als op een lange fietstocht, toch?
En dan een dame van boven de 80 die rijdt op een schitterende elektrische driewielfiets, en daarmee vloog ze uit de bocht. Ze is toen helemaal omgevallen en met haar hoofd echt op de grond gekomen. Lelijk verwond. Uiteindelijk is het goed afgelopen. Ze heeft een tijd in het ziekenhuis gelegen en gerevalideerd. En zij droeg ook geen helm. Ook voor mensen met een driewielfiets geef ik aan, ook dan is het goed om een helm te dragen. Dat ongeluk wat zij had, zij vloog echt uit de bocht, had ook helemaal niet te maken met medeweggebruikers. En de weg zelf was verder prima. Ze ging met een te grote snelheid de bocht door, waardoor ze de bocht niet goed kon nemen.
Er zijn ook vrouwen die zeggen dat hun haar in de war komt. Ja, en ik moet natuurlijk altijd wel even mijn haar fatsoeneren als ik mijn helm afdoe, maar tijdens het fietsen heb ik daardoor nooit de haren meer in mijn gezicht. Dat had ik vroeger wel en nu nauwelijks. Nou heb ik ook korter haar, maar dan nog, ik heb altijd nog wel een pony, en die zou dan altijd nog in je gezicht kunnen waaien. Maar met een helm op gebeurt dat niet! En ook mijn haar wordt nauwelijks nat door de regen. Er zitten wel wat gaten in maar ja, toch, ik merk als ik in de regen fiets, dat mijn haar toch minder nat is geworden.
Enige waar ik wel echt rekening mee moet houden is tijdens het op- en afzetten, dat is mijn bril en mijn hoortoestellen, want ja, die moeten wel goed blijven zitten. Moet ik altijd even goed controleren. Sowieso mijn bril merk ik meteen, maar mijn hoortoestellen moet ik altijd even checken, zitten ze nog goed in mijn oren.
En ik hoorde ook van een man dat hij niet zo goed weet waar hij de helm moet laten als hij de fiets ergens parkeert. Nou ja, dat is iets om over na te denken. Dat weet ik nog wel, dat dat bij mij ook een van die dingen was wat ik me afvroeg toen ik een helm ging dragen, van wat doe ik ermee? Waar laat ik hem? Nou, ik doe hem tegenwoordig altijd in mijn fietstas. Ik heb gewoon standaard fietstassen op mijn fiets zitten. En ik doe hem daar altijd in de tas. Op dezelfde plek. En dat doe ik ook als ik thuis ben, als de fiets thuis staat. Ook dan gaat die in de fietstas. Dan kan ik hem dus nooit vergeten. Of als ik hem vergeet op te doen, heb ik hem altijd bij me. Kan ik hem zo weer wél op doen.
Is me trouwens nog maar één keer gebeurd in het afgelopen jaar, dat ik hem even vergeten was. En 'm dus ook direct miste toen ik even aan het fietsen was, hè, wat ben ik vergeten en ineens: hé mijn helm. Maar omdat hij in mijn tas zat, kon ik hem zo weer op doen. En mijn man die doet ook de helm op en als hij de fiets parkeert, dan zet ie de helm vast aan de ketting waarmee hij ook de fiets vastzet aan een hek of aan een stang of een paal. En heel soms neem ik mijn helm mee, als ik een ..ehm.. tas heb die groot genoeg is om 'm in te doen, want ja, hij is maar 270 gram dus hij weegt helemaal niets. Hij is alleen best wel groot. Dus je moet wel een beetje een ruime tas hebben. En dat doe ik vooral als ik weet dat daar, waar ik de fiets parkeer, dat daar heel veel mensen langs lopen en zo, en dat vind ik nog wel eens ongemakkelijk worden. Dan doe ik de helm wel even in mijn eigen tas, dat vind ik dan net even wat makkelijker.
Maar zo zijn er dus heel wat redenen om geen helm op te zetten. En het blijkt dat veel Nederlanders het ook gênant vinden. Dat las ik nu in de Kampioen, het magazine van de ANWB. Toen ik dat las dacht ik ook echt: zijn wij dan zo ijdel, dat we zelfs voor onze veiligheid geen helm willen dragen. Ik zeg dan 'we' maar daar bedoel ik dus de Nederlanders in algemene zin, want ik heb wél zelf altijd mijn helm op. En soms is het zelfs zo, als ik aan het wandelen ben, en er is even heel veel verkeer en ik moet daar oversteken, dat ik dan even aan mijn hoofd voel, ik heb mijn helm toch wel op?! Maar ja, die heb ik dus nooit op tijdens het wandelen, en dat mis ik dan!
Er zijn ook getallen: Fietsers met helm hebben bij een botsing 60 % minder kans op ernstig en 70 % minder kans op dodelijk hoofd- en hersenletsel dan fietsers zonder helm. En dat is nogal een verschil! Fietshelmen kunnen dus een ernstige afloop voorkomen. Maar ja, ze voorkomen natuurlijk geen ongeluk hè! Want een ongeluk kan verschillende oorzaken hebben.
En natuurlijk geldt dan ook het eigen fietsgedrag. Maar ook hoe het wegdek is. Of dat wel goed loopt of daar geen kuilen zitten of gaten, obstakels waar je tegenaan of overheen moet fietsen waardoor je kan vallen. Je hebt ook te maken met medeweggebruikers. Het zicht, staan er bomen in de weg of struiken, zodat je niet goed de hoek om kunt kijken. Met de weersomstandigheden. Slecht zicht bij... als het mistig is. Welke verlichting is er? Als dat donker is. Is er wel goede verlichting? En anders kun jij met je eigen fietslampen de weg vóór je verlichten.
Stel dat er overal fietspaden zouden zijn? En dat overal waar geen fietspaden zijn, de weg zó is ingericht dat je heel veilig kunt fietsen, dan is het nog aan jezelf om dat veilig te doen! Ja, en dan pleit ik ervoor om maximaal 18 tot 20 kilometer per uur te rijden. Dat vind ik zelf een prettige snelheid. Dan kan ik namelijk alles nog wel goed overzien zonder dat ik te snel ga.
En fietsspiegels gebruiken. Heb ik het wel eens vaker over gehad. Ik heb er twee op de fiets. Aan allebei de kanten, dus ik kan altijd achter me en schuin naast me zien, in één blik, als ik er even in kijk. Ik hoef er ook niet lang in te kijken. Want ik kijk voornamelijk naar voren, dat is het meest belangrijke als ik fiets.
Er zijn tegenwoordig zelfs richtingaanwijzers voor op de fiets. Echt, ik heb het pasgeleden in een advertentie gezien. Ik ga nog even uitzoeken hoe dat is en hoe dat werkt en of dat ook op mijn fiets kan. Want dan hoef je niet per se je hand meer helemaal uit te steken. En in som...
7 Evenwicht in beweging
2026/04/08
Tijdens de presentatie bij BeweegInn in Zeewolde ging het over ons zintuig evenwicht. Het was bijzonder om dit te mogen vertellen in dit unieke beweegcentrum.
(foto is uitspraak die staat op de website van BeweegInn)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Ik maak deze podcast naar aanleiding van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Dat gaat over ons fysieke evenwicht. En daar vertel ik ook graag over. Dit is seizoen 11, aflevering 7: Evenwicht in beweging.
Pas geleden heb ik een presentatie gehouden over het evenwicht. Het was alweer even een tijdje geleden. Het is zo fijn dat ik weer mocht vertellen over dat fascinerende zintuig. Dat heb ik gedaan in een beweegcentrum hier in Zeewolde. Het is geen sportschool. Want dat zou je bijna denken. Maar een sportschool, daar hebben mensen bepaalde associaties bij en dit beweegcentrum heeft als doel om mensen weer te laten bewegen, die niet bekend zijn met een sportschool of waarvoor dat een veel te hoge drempel is, om dat te gaan doen. Het zijn ook mensen die misschien nooit gesport hebben of juist een bepaalde beperking hebben, waardoor ze weer heel langzaamaan weer moeten gaan bewegen.
In dit beweegcentrum hebben ze zo'n 12 toestellen staan, in één grote ruimte. En die hebben allemaal een soort motor, die zijn motor-ondersteunend. En als je dat gaat doen, dan is er een soort circuit-training. Je gaat zo al die apparaten langs. Het lijkt wel op andere beweegcentra, sportscholen die er zijn, waar ook zo'n circuit is waar je de apparaten achter elkaar zo gaat doen. Maar het verschil hierbij is, dat die motorondersteuning er is. Dat je dan als je daar op gaat zitten, dat het apparaat jou beweegt. En dan ben je wel in beweging, ook al doet het apparaat het. Het mooie is dat dat heel zacht kan zijn en heel erg ondersteunend. Maar dat je, als je meer kracht hebt of in bepaalde spiergroepen meer kracht hebt en op dat apparaat gaat zitten, dan kan je juist de kracht gebruiken, dan kan je er tegenin gaan. En dan wordt het actief en uitdagend.
De bedoeling is dat de mensen die daar komen, op een gegeven moment weer meer vertrouwen krijgen in hun eigen lichaam. Dat ze zich sterker voelen. Dat ze zich soepeler voelen. En de klachten die ze hebben, dat die dan verminderen. Kortom, het gaat over plezier in bewegen. Om opnieuw weer plezier te krijgen in bewegen. Of misschien, als je dat nooit hebt meegemaakt, dat je daar dus plezier in krijgt.
En dat zijn ook de zes pijlers die zij hebben in het beweegcentrum. Dat is: samen zijn en plezier. Een andere pijler is spierkracht. Flexibiliteit. Evenwicht. Energie en uithoudingsvermogen. En de zesde pijler is het mentale en sociale welzijn. Het is namelijk niet alleen maar in beweging zijn. Het is ook het samen komen met andere mensen, die ook daar in het centrum komen, waar je gezellig een praatje mee kan maken. Er is koffie en thee. Er is een gezellige tafel waar je kunt zitten. En toch houd je ook steeds contact met die ruimte waar al die mensen ook in beweging zijn.
In die ruimte daar mocht ik die presentatie houden. Het is heel mooi, want die apparaten staan allemaal langs de wand en daardoor heb je een hele grote middenruimte vrij. En daar hebben ze gezellig wat planten staan en een tafeltje. Maar dat hebben we weggehaald en daar konden de stoelen allemaal neergezet worden en zodoende konden de mensen gaan luisteren naar mijn verhaal. Best een grote ruimte. Want zo hadden we wel ruimte voor 40 mensen! En zo veel mensen kwamen er dan ook luisteren naar dat verhaal over het evenwicht.
En ik wil dat verhaal, wat ik verteld heb, wil ik hier nu delen en dan zal je waarschijnlijk, als je mij al heel lang volgt, er dingen weer in herkennen. Want tuurlijk herhaal ik een heleboel dingen over het evenwicht. Want dat is precies wat ik wil meegeven! Wat ik zo graag wil uitdragen.
Ik begon met het welkom. En ik vertelde dat een vriendin aan wie ik vertelde dat ik bezig was met het boek over het evenwicht, en toen zei zij ineens: ik wist niet dat het evenwicht een zintuig is. En met dat zij dat zei, besefte ik ineens wat voor een belangrijk iets ik had om steeds te gebruiken. Juist de benadrukken dat het evenwicht een zintuig is! Wat voor mij al zo logisch was, is dus helemaal niet logisch! Ik heb toen heel kort even verteld over wie ik ben. En dat er ook weinig bekend is over het evenwicht. Dat mensen daar niet zo veel over weten. En toen zei ik: Laten we even stilstaan bij het evenwicht.
Toen zei ik het nog een keer: Laten we even stilstaan bij het evenwicht. En toen hadden ze het nog niet door. Dus toen heb ik gevraagd: willen jullie allemaal komen staan. En we gaan even allemaal stilstaan. Dan zie ik de mensen al denken: hè, wat gaan we nu dan doen?
En ..ehm.. dacht dat we kwamen luisteren, moeten we ook nog iets doen. (ha) En tijdens dat stilstaan, heb ik gevraagd of ze wilden voelen wat er gebeurde in hun lichaam. En dat was best moeilijk. En ik zie het gebeuren, maar ze hebben het zelf niet eens in de gaten. Wat ik zag namelijk was dat ze heel langzaam aan het bewegen waren. Niet iedereen. Maar de meeste mensen waren heel langzaam, heel zachtjes een beetje aan het wiebelen, naar voren en naar achteren. En dat was wat ik wilde horen ook, dat ze het zelf zouden voelen. En gelukkig was het er toen iemand die ook zei: Ik ga een beetje heen en weer. En dat werd beaamd door een heleboel andere mensen die ineens hadden van: Oh ja, dat heb ik ook.
Toen heb ik ze wel weer laten zitten, want deze doelgroep mensen die er waren, waren mensen wel op leeftijd.
En dan is het wel mooi om te zien dat er zo veel mensen die al ouder zijn, dat die toch geïnteresseerd zijn in dat evenwicht. Waarschijnlijk ook omdat de eigenaar van dit beweegcentrum aangeeft hoe belangrijk het is om dat steeds te blijven trainen. En ik heb toen ook verteld: Ons evenwicht staat altijd aan! Want de vraag was dan ook: hoe komt het dat we steeds zo'n klein beetje bewegen? Ja, dan zeggen ze van dat evenwicht is steeds aan het werk. Dat is steeds voor ons aan het zorgen dat je rechtop blijft staan. Ja, dat evenwicht doet dat, maar waardoor komt het dat je dan tóch nog een beetje beweegt? En dat is altijd een hele moeilijke vraag. En ik ga 'm nu hier dus in de podcast vertellen. Dus kom je een keer bij mij bij een presentatie en ik doe deze oefening, dan weet je al (ha) wat daar het antwoord op is: ‘We zijn namelijk altijd aan het ademen. En tijdens dat ademen, is er een kleine beweging in ons lichaam. En door die kleine beweging, is je evenwicht steeds aan het werk om dat de corrigeren. Ons evenwicht staat dus altijd aan. Het werkt altijd! Omdat we altijd aan het ademen zijn.
En verder is het super gevoelig!’ Dat heb ik ook laten zien. Als ik met mijn ogen knipper, heeft het evenwicht dat allang gevoeld. Als ik mijn vinger strek dan is er al heel snel, supersnel een reactie gegaan naar die evenwichtsorganen die daar iets mee kunnen doen. Als ik m'n, ook al heb ik mijn schoenen aan, mijn grote teen omhoog doe, dan gaat er een heel snelle kettingreactie, zó snel, die evenwichtsorganen hebben het allang gevoeld dat dat gebeurde. Het is dan ook ons snelst werkende zintuig wat we hebben. Zo super gevoelig is het.
En het derde principe, het derde inzicht wat ik in ieder geval wilde delen: Functie 1 en dat is perceptie. En perceptie is het voelen van het bewegen. Het voelen dat je bewogen wordt of zelf in beweging bent. Dat je vooruitgaat of achteruit. Opzij gaat. Of omhooggaat. Of ronddraait. Dat gevoel, dat je weet, ik ben aan het bewegen en ik ben aan het vooruit gaan of achteruitgaan. Een tweede kenmerk daarvan, van die perceptie, is het voelen: waar is de aarde? En dat voelen, waar is die aarde, dat is een hele belangrijke behoefte die we hebben. Het is zelfs een belangrijkere behoefte dan de behoefte aan eten. En als je dat beseft, dan krijg je door hoe belangrijk ons evenwicht voor ons hele lichaam is. Maar die behoefte weten we vaak niet. Dat weet je pas op het moment dat je het niet meer kunt voelen. En waarom vind ik hem dan heel belangrijk? Omdat ik weet hoe het voelt als je de aarde niet kunt voelen. En dat is, wanneer ik zo'n heftige aanval van draaiduizeligheid hebt. Heb ik natuurlijk al heel vaak over gehad. Ga ik nu verder niet op in. Maar het vertellen over die aanval van draaiduizeligheid en wat er dan met mij gebeurt, dat heb ik gebruikt om uit te leggen hoe belangrijk het is om die aarde te voelen.
Toen heb ik de vraag gesteld: waar zit het evenwicht? Of eigenlijk, de evenwichtsorganen. En het grappige was, normaal krijg ik van die nietszeggende blikken zo van: nee, geen idee, weet ik eigenlijk niet. Nu waren er meerdere mensen die zeiden: het zit in je oor. Dan denk ik, nou volgens mij is daar gewoon over gesproken. Nou weet ik ook dat mijn boek af en toe daar op tafel ligt. Waar de mensen allemaal koffiedrinken met elkaar. En ik denk dat het daardoor ook wel eens besproken is. De evenwichtsorganen zitten in ons binnenoor. En toen heb ik dat even uitgelegd aan de hand van een hele grote plaat waar het oor op staat. In dat oor zitten dus twee zintuigen. Daar zit het gehoororgaan. En daar zitten de evenwichtsorganen.
Ik heb ook verteld dat het evenwicht voor verschillende sensaties zorgt. Want het kan ook heel fijn zijn om in een draaimolen te zitten of een zweefmolen of als je aan het balanceren bent en je bent over een randje aan het lopen, hoe leuk is het als dat lukt!? Al die sensaties met het evenwicht kan ook heel prettig zijn.
Daarna heb ik verteld over de samenwerking. De samenwerking tussen linker en rechter evenwichtsorganen, die samenwerking is heel essentieel. Dat heb ik laten zien door het voor- en achteroverbuigen. Met links en rechts dat die samenwerken. En met het 'nee' schudden van het hoofd. De samenwerking is zó dat we alle bewegingen in de ruimte...
6 Wat is er te zien?
2026/04/01
Door het minder horen luister ik met mijn ogen. Maar hoe zit dat als je niets kunt zien? Ik heb een man geïnterviewd in mijn radioprogramma. Hij is blind. Ik mocht hem van alles erover vragen. Hoe beleeft hij de wereld om zich heen?
(Het radioprogramma is in april 2026 elke zondagavond te beluisteren, van 20.00 tot 21.00 uur).
(Foto is een afbeelding gemaakt door Daniela Postma)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. Den podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel ook over zien en horen, 2 zintuigen die ik ook heel veel gebruik. En die ik ook nodig heb, naast mijn fysieke zintuig evenwicht en daar vertel ik ook graag over. Maar dit keer gaat het over zien en horen. Seizoen 11, aflevering 6: Wat is er te zien?
Dat doet me denken aan het spelletje van vroeger wat wij wel deden. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. En dat was altijd een spelletje wat we konden doen in elke omgeving waar we waren. Je had er ook verder niets voor nodig, dan alleen je ogen en dat je dus kon rondkijken. En dit spelletje doe ik ook af en toe in de gebarengroep en dan doen we het in gebaren. En dan gaat iedereen mee rondkijken. En wat ze dan bedoelen? Zo van: dan zeg ik ..ehm.. ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en de kleur is blauw. Dan gaan ze om zich heen kijken, waar vinden we iets wat blauw is. En dat kunnen ze aanwijzen, maar anders moeten ze het uitbeelden. Van wat ze dan precies bedoelen. Helemaal als ze er niet bij kunnen. Dus zo veel mogelijk in gebaren doen we dat dan.
En ik luister dan ook met mijn ogen. Ik heb het mondbeeld nodig om iemand goed te kunnen verstaan en dat komt natuurlijk omdat ik zelf veel minder goed kan horen. Nou, wat als je blind bent? Hoe ervaar je dan je omgeving? En hoe belangrijk is horen dan?
In het boek 'Evenwicht, in uitvoering' staat daar een heel verhaal over. En misschien heb ik het ooit eerder wel een keer voorgelezen, maar ik ga het nu nog een keer doen, want dit is een mooie inleiding om daarna ook nog een ander verhaal over dat blind-zijn te kunnen vertellen. Dit is een verhaal van Marco en het staat in de ik-vorm. Dus overal waar ik 'ik' zeg dat is dan Marco die dat vertelt:
Kijken met mijn oren. Ik heb een visuele beperking of eigenlijk ben ik blind. En tijdens mijn geboorte had ik een zicht van 25 %. En langzaamaan werd het zicht minder. Vanaf mijn 25e jaar is mijn zicht nog maar 5 %. Ik kan nét licht en donker onderscheiden. En heel soms zie ik wat contrast. Als het donker is, zie ik helemaal niets. Het lopen in een vertrouwde omgeving, zoals in mijn huis en tuin, dat gaat goed. Ik heb dan geen stok nodig. Daarbuiten gebruik altijd een stok. En sinds mijn zicht 5 % is heb ik een hulphond. Hij behoedt mij voor obstakels op de weg en ook voor obstakels die uitsteken, zoals uithangborden. De hond kijkt tot zo'n twee meter hoog. En bij onveilige situatie blokkeert hij mij de weg door voor me te gaan staan. Of hij begeleidt mij ergens omheen. Hij zoekt altijd de meest veilige weg. De hond fungeert als mijn ogen. De stok is een hulpmiddel om ook zelf de obstakels te voelen of te ondergrond.
En ik maak de hele dag gebruik van mijn oren. Door mijn hoofd te bewegen, richting het geluid, weet ik waar het vandaan komt. En hoor ik ook of het geluid dichtbij of veraf is. En veel geluiden worden weerkaatst door de omgeving. Een muur klinkt anders dan een houden schutting of metalen deur. Ik voel het ook als ik dichtbij een muur kom. De temperatuur is dan anders. Als ik in een onbekende ruimte kom, is het moeilijker om een beeld te vormen van de omgeving. Ik moet dan veel heen en weer bewegen met mijn hoofd om het goed te kunnen horen. Daar word ik wel eens duizelig van. Ik denk ook dat dit komt doordat ik geen horizon kan zien. Toen ik vroeger nog wel wat zicht had, maakte ik gebruik van de horizon. En nu kan ik mij niet meer ergens op richten. Ik heb geen houvast. Ik doe niet meer aan bewegingssport. Want ik vind het moeilijk namelijk om te rennen, want ik ben bang om te vallen en te botsen. Dus ik heb een andere sport gevonden: luchtbuks-schieten met een geweer. Dat is geweldig om te doen!
Dit verhaal heb ik zelf van deze Marco (het is een andere naam, ik weet zijn naam niet meer, ik heb hem Marco genoemd) van Marco zélf gehoord. En die vertelde ook over dat luchtbuks-schieten, waarbij ik dat dan ook gek vind, je ziet niet waar je naartoe schiet. Hoe doe je dat dan? En dan blijkt ook dat alles op gehoor gaat en dat dan iemand anders moet melden of het wel of niet ..ehm.. gelukt is.
Voor mijn radioprogramma wilde ik ook écht een keer iemand interviewen die blind is. En zo kwam ik in contact met een man die vlak na de geboorte blind is geworden. Deze man is ook DJ bij de Lokale Omroep Zeewolde, dus eigenlijk is het een soort collega van mij. Maar we kenden elkaar nog helemaal niet. Via de mail had ik contact met hem. En hij schreef toen ook naar mij terug: en leuk, ik kijk ernaar uit! Dat vind ik al bijzonder, dat iemand die blind is, toch de woorden gebruikt van zien en kijken. En dat waren natuurlijk voor mij ook allemaal vragen die naar boven kwamen; hoe zit dat dan? Ik mocht ook alles vragen! Dat heb ik ook gedaan. En in het begin toen ik net begon met het interview, of eigenlijk voordat we het interview begonnen, wilde ik gaan uitleggen hoe de studio eruitzag. Hij zei toen al: je hoeft het niet uit te leggen, hoe de studio er helemaal uitziet, want ik heb er toch geen beeld van. Ik kan er ook geen beeld van maken!
Maar toen kwam dus het interview en heb ik alles mogen vragen wat ik wilde vragen. En ik heb ook gevraagd hoe het was in zijn jeugd. Hoe hij is opgegroeid en naar welke school hij is geweest. Nou dat is in Bartiméus, onder andere, geweest in Zeist. Daar zit een groot instituut waar kinderen naar school gaan en waar ze dan ook van alles leren wat nodig is om in de maatschappij te kunnen functioneren. En ook de gewone dingen die je op school moet leren.
Ik heb ook gevraagd van: we hebben communicatie via de mail. Hoe gaat dat dan? Hoe lees jij de mail? En dan blijkt dat alles gaat met voorlezen. Een mechanische stem die dan voorleest wat er is geschreven. Dat gebeurt met WhatsApp en dat gebeurt dan ook met de mail. Dat is een bepaalde instelling die je kunt gebruiken. Hij gebruikt verder ook geen beeldscherm. Maar hij heeft dus wel een computer om dus wel op die manier contact te maken. Ik heb gevraagd naar braille. En hij heeft braille wel leren lezen, maar dat gaat best langzaam. En tegenwoordig is geluid en geluidsopnames en het laten ..ehm.. voorlezen dat is zo ver gevorderd, dat als je het allemaal zou moeten voelen, via braille, via lezen, dat dat veel langer duurt dan wanneer je er even naar luistert. Dat gaat veel sneller. Dus dat vindt hij veel prettiger om te gebruiken.
Ik heb ook gevraagd wat hij doet als ie in een onbekende omgeving komt. En waar let ie dan op? En hoe die buiten loopt. Dat is onder andere met een blindegeleidestok. En toen heeft hij ook uitgelegd hoe hij daar dan precies mee loopt en dat die daarmee ook kan horen op wat voor een ondergrond hij loopt. Obstakels kan hij daarmee voelen. En hij gaat ook niet zonder blindegeleidestok naar buiten. Dat is iets wat heel belangrijk is. En voor hem is het een bewuste keuze om geen hulphond te nemen.
Ik heb ook gevraagd naar het verkeer, hoe hij zichzelf verplaatst. Wat hij daar speciaal over vertelde is dat hij bij het station vaak vraagt om reisassistentie. Dat moet je allemaal van tevoren aanvragen. Maar dan is er op het station iemand die jou begeleidt naar de trein of uit de trein naar waar je verder mee laat vervoeren. Dat kan een regiotaxi zijn. Daar maakt hij ook vaak gebruik van. En dan staat de regiotaxi klaar, maar dan is er iemand die vanaf het station hem daarnaar toe brengt.
Dat is wel wat ie steeds weer aangeeft, je moet het zelf allemaal organiseren. Je moet het regelen van tevoren. Dus op het moment dat je ergens naartoe wilt, moet je goed nadenken: wat is mijn reis, hoe ga ik reizen en wat heb ik daarvoor nodig? En wie heb ik daarvoor nodig? Hij maakt dan ook graag gebruik -ik heb het idee dankbaar gebruik- van mensen die hem komen ophalen en hem weer thuisbrengen.
Ik heb ook gevraagd naar kermisattracties. Of hij daar wel eens in heeft gezeten. En hij vindt het geweldig! Dat gevoel wat het geeft om in een kermisattractie te zitten, of eigenlijk zo'n pretpark attractie. In zo'n grote boot, die Vliegende Hollander, in de Efteling. Of in een achtbaan. Hij vindt dat écht heel fijn om te voelen. En dat is natuurlijk ook wat extra ontwikkeld is, dat je, als je blind bent, en je kunt het niet zien, dat je alles ook op gevoel doet. Niet alleen op het gehoor, maar dus ook heel erg op het gevoel.
We hebben het ook gehad over het feit dat als je blind bent, hoef je bepaalde dingen helemaal niet te leren. Wat je vroeger op de basisschool leerde, al heel vroeger, dat zijn de kleuren. Je leert op een gegeven moment afstanden; kilometers, centimeters. Kleuren heeft hij helemaal natuurlijk nooit geleerd. Dat kan ook helemaal niet. Hij weet dat het bestaat, maar hij heeft er geen enkel beeld van. Maar ook afstanden, kon hij zich eigenlijk niet herinneren. Dan weet hij wel dat als hij ergens naartoe gaat, dat het een tijdje duurt voordat je er bent, maar hij heeft niet echt ideeën van wat een afstand dan precies is, omdat hij dat nooit gezien heeft.
En toen gaf ik ook aan van: als ik nadenk over woorden voor zien, dan hebben we het over zien en kijken. We hebben het over turen en loeren, focussen en staren. En toen heb ik gevraagd aan hem, maar hoe zit het dan eigenlijk bij horen? Hebben we bij horen wel andere woorden? En we kwamen daar eigenlijk niet op! We konden niet bedenken wat voor andere woorden er voor ‘horen’ zijn die vergelijkbaar zijn met dat staren en dat loeren, wat bij he...
5 Hoor de muziek
2026/03/25
Tijdens het dansweekend bij het Dansklooster besefte ik ineens dat er een tijd komt dat ik de muziek niet meer kan horen. Dat kwam even heftig binnen.
(eigen foto van het huisje (kota) bij het Helios Centrum in Heerde)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 11, aflevering 5: Hoor de muziek.
Ik ben een heel weekend gaan dansen. Georganiseerd door het Dansklooster. En als je al lang deze podcast luistert, dan weet je misschien nog wel dat ik eerder heb verteld over het dansen. Dat was seizoen 4, aflevering 18: deze dans is voor mij. Het is al een hele tijd geleden maar je kunt hem nog steeds terugluisteren.
Dansen is voor mij iets magisch! Als ik mijn eigen bewegingen mag maken, dan heb ik nauwelijks last van mijn verminderde evenwichtsgevoel. Mijn naamgebaar is een lemniscaat, het oneindigheidssymbool. En ik vind dat zo'n sierlijke beweging, als ik met mijn hand die 8-vorm maak en dat past dan ook wel bij mijn stijl van dansen. Dat sierlijke.
En Dansklooster had een lente-retraite georganiseerd in Heerde, in het Helios Centrum. En dan vrijdag kwamen we daar aan. En ik zeg 'we' want ik kon meerijden met iemand die in Nijkerk woont. Heel prettig, want ik hoef dan niet met het openbaar vervoer. En kon ik toch mijn eigen dekbedje meenemen. En wat een héérlijke ontmoeting was dat met het team van het Dansklooster. Ik ben een heleboel jaren niet geweest, bij het Dansklooster. Ik heb daar vroeger meerdere keren mee gedanst met weekenden, met dansdagen. Maar de laatste jaren niet. Dus dit was weer de vervolg-kennismaking, zeg maar. Maar het voelde zó vertrouwd toen ik het team weer zag! Vooral degenen die 15 jaar geleden het Dansklooster hebben opgericht. Mathilda en Michael. En het voelde dus heel vertrouwd, terwijl de locatie voor mij helemaal nieuw was. Voor Dansklooster trouwens ook, het was de eerste keer dat zij daar dan waren. En ook alle andere deelnemers kende ik niet, op ééntje na. En dat was een man die heb ik eerder ontmoet in het Samayaklooster, waar ik ook eerder met een dansweekend mee heb gedaan.
En op het terrein van het Helios Centrum daar staan verschillende kleine huisjes en er is zelfs een boomhut bij! En ik sliep met de dame waar ik was meegereden, in een heel schattig klein ja, hutje. Een kleine kota, een houten blokhutje. Daar waren twee slaapkamers in gemaakt. En zo had je gewoon een heel eigen klein plekje. Het was wel een heel klein kamertje, maar het was net groot genoeg om daar heerlijk te kunnen slapen, om daar overdag gewoon even heerlijk te kunnen zijn! Het dansen dat werd gedaan in een grote Finse kota, een groot houten gebouw met een soort puntdak, want dat heeft zo'n kota dan. En daar zit dus heel veel hoogte in. Als je daar dan binnen bent, dan kijk je echt de lucht in, in zo'n punt. En ja die hoogte maakt wel dat het een hele fijne ruimte is. Juist omdat het heel luchtig daardoor voelt of zo. Ik weet niet hoe ik dat precies moet uitleggen. Eigenlijk moet je dat zelf even ervaren als je daar bent.
Het was ook heel sfeervol ingericht. Er waren ook klapdeuren die open konden, dus je kon ook zelfs naar buiten. En het had ook een hele prettige houten dansvloer. Heel prettig om op te lopen. Het was niet te koud of zo. Je kon gewoon met je blote voeten daar lopen. En je kon dan door die deuren die open konden, kon je kijken naar een grote vijver. En alle andere ramen waren ook dat je uitkeek op de natuur. Op de tuin die er rondom heen was. En sowieso, dat hele terrein dat was eigenlijk één grote tuin met ook allerlei hoogtes daarin. En een ..ehm.. groot grasveld. Er was zelfs een heel besloten plekje, daar lag allemaal grint, maar dat was een soort vuurplek waar je dan -waarschijnlijk met elkaar- kunt zitten en daar vuur kunt maken. En daar heel besloten zo, zo binnenin kon zitten.
Er waren allemaal van die kleine verrassingsplekjes daar. En kleine geintjes die ze daar ook hadden in die tuin. Een klein beeldje wat op een schommel zit. Een klein draakje op een schommel en die hing dan aan een boom en die kon je dan heen en weer bewegen. En het grappige was, dat dat draakje, dat had een glimlach en op het moment dat je hem heen en weer ging bewegen dan zag je die glimlach steeds tevoorschijn komen. Ik heb daar zelf zó staan lachen toen ik dat deed, toen ik dat zo zat aan te kijken! Meteen een goed ideetje dat we hier thuis ook wel zoiets kunnen maken, we hebben genoeg bomen dus, wie weet komt er wel ergens een schommel te hangen met een of ander leuk beestje erin.
Maar die tuin daar bij het Helios Centrum, die bomen, die heggen, overal lentebloemen die tevoorschijn komen, die al voorzichtig uit de bol zo omhoogkomen. Het paste allemaal bij die lente-retraite. En ook het weer was heel wisselend. Toen we aankwamen was het nog best aangenaam. Kon je ook nog buiten zitten en zo. Maar de zaterdag was het koud en mistig! En op zondag was er ineens een hele blauwe lucht en was er volop zon, maar was er wel een beetje een koele wind. Dus we hebben van alles meegemaakt.
En op vrijdagavond, na het eten -het hele weekend was er trouwens heel lekker eten, er werd voor ons gekookt. We hebben wel ouderwets corvee gehad. We moesten helpen met het eten brengen en de borden heen en weer sjouwen, opruimen, afwassen. En dat was ook wel heel leuk om dat samen te kunnen doen. Maar na het eten, op die vrijdagavond, werd het weekend officieel geopend, in de ruimte waar we het hele weekend zouden gaan dansen. En eerst was er een deelcirkel. In een deelcirkel mocht je iets delen, met een talking stick in je hand. Op het moment dat je die stick in je handen hebt, dan ben jij aan het praten. En de andere mensen niet. Dan mocht je iets delen over jezelf en je mocht ook vertellen met welke lentevraag je dit weekend in bent gegaan. Was van tevoren al in die mail genoemd, van denk daar eens over na. En zo waren er mensen die hadden het over dat ze iets wilden loslaten. Of dat ze wilden gaan ervaren of de keuze die zij gemaakt hebben of dat wel helemaal oké is. Of ..ehm.. mensen die zichzelf écht weer in hun lijf wilden voelen. Omdat ze veel te veel in hun hoofd bezig zijn, wilden ze juist met het dansen weer terug naar dat gevoel! En het kon ook zijn dat je zonder vraag of intentie natuurlijk dat weekend in kwam. Dat je dan juist kwam om jezelf te verrassen!
En ik ben begonnen met het vertellen in gebaren ook, dus ik praatte en ik maakte er gebaren bij en ik vertelde: ik ben schrijver en spreker én ik weet dat ik op een gegeven moment doof word. En dit weekend wil ik zonder woorden de dans ingaan. Om dan te ervaren hoe het is om helemaal geen woorden te horen, om geen woorden te gebruiken. En dan kan ik wel in gebaren praten, maar dan verder dus zonder het gesproken woord.
En zo gingen we de hele avond vrij dansen. En voor dat vrij dansen heb ik ook helemaal geen woorden nodig. Dat bleek al gauw! Woordenloos zijn en dan zonder gedachten. Zonder aannames. Zonder oordelen of verwachtingen. Zonder verhalen. En dan alleen maar op die muziek dansen! Mijn eigen dans. En als ik dan een ander ontmoette in die dans, dan was dat met mijn ogen. En met de bewegingen, met onze handen. Dat is zó heerlijk!
En het is ook zo'n tijd geleden dat ik zo gedanst heb op prachtige muziek! En 's avonds na de dans ben ik heerlijk gaan slapen op dat eigen plekje in die kleine houten kota. Het enige was dat ik 's nachts nog wel even naar buiten moest lopen om naar het toilet te gaan. Die was dan gelukkig vlakbij, maar ik moest wel even naar buiten. En weer terug. En dan weer gelukkig m'n warme bedje in.
De volgende dag was er 's ochtends een speciale danssessie. Het was namelijk een Biodanza workshop. En bij Biodanza, dan worden er opdrachten gegeven. Opdrachten op allerlei verschillende manieren. Waar je ook bij samen danst of waarbij op een bepaald thema gedanst werd. Waar je elkaar steeds ontmoet in de dans, maar ook juist de ruimte krijgt om ook je eigen dans te doen, maar dan met een bepaalde opdracht. En deze ochtend, tijdens die lente-retraite, ging het ook over de vrouwelijke en mannelijke energie. In de bewegingen. In de dans die je deed. En de muziek was daar ook echt heel zorgvuldig voor uitgekozen. Dat je zelf ook voelde of het een mannelijke energie had of een vrouwelijke energie en dat dan ook in beweging kon laten zien.
En toen kwam er een opdracht, dat de groep in tweeën werd gedeeld. Ik vormde met een paar mensen een soort buitenkring. En de andere helft van de groep die danste dan in het midden. Op de muziek. En dat was de muziek van... het nummer Music van John Miles. Dat begint met: 'Music was my first love'. Dat is rockmuziek uit 1976, het is eigenlijk een heel oud nummer. En ik stond te kijken en te luisteren en de dansers in die binnenkring liefdevol aan te moedigen. En dan komt ineens in die tekst de zin: 'music of the future and music of the past.' En dat herhaalt zich een paar keer. Dat interpreteerde ik als de muziek in de toekomst, wordt voor mij muziek uit het verleden. Want ik besefte ineens dat er een moment komt, dat ik de muziek niet meer zal kunnen horen. Ik weet dat ik doof word. En dat er dus een moment komt dat ook de muziek wegvalt. En toen ik dat hoorde, voelde ik de tranen bij mezelf opkomen. En ik vocht er eerst even tegen, zo van: dat wil ik niet laten zien ..ehm..... maar ze waren helemaal niet tegen te houden!
Toen het lied eenmaal voorbij was, werden de rollen omgedraaid. De buitenkring, die mensen mochten naar binnen en mochten dan zelf gaan dansen. En de andere groep ging als een buitencirkel, een veilige buitencirkel om ons heen staan. En ik had natuurlijk de keus kunnen maken om eruit te kunnen stappen, maar ik besloot toch om dit aan te gaan, om daar middenin, tussen al die andere mensen te gaan staan. En te gaan voelen, wat...
4 Verbaasd
2026/03/18
Ik ben vaak verbaasd over dingen die ik hoor, zie of zelf bedenk. Zelfs over de onderwerpen waar ik al heel wat over weet, zoals het evenwicht en gehoorverlies. Of ben ik eerder verbijsterd of verwonderd?
(Foto: pixabay- honest_graphic)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast van Paula Hijne. Dit is ook de enige podcast die gaat over het evenwicht in de breedste zin van het woord. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering' en daarnaast vertel ik ook graag over gehoorverlies, over tinnitus, over beperkingen waar ik zelf mee te maken heb. Waar ik zelf mee moet leren leven. En ook allerlei hersenspinsels, allerlei dingen die mij opvallen, die deel ik ook heel graag in deze podcast met jou! Dit is seizoen 11, aflevering 4: Verbaasd.
Af en toe kan ik helemaal verbaasd zijn. Door iets wat ik zie, wat ik hoor, wat ik merk. En ook wat ineens zomaar even opplopt in mijn hoofd. En dat is in dit geval ook zo. Ik was erover aan het nadenken over het rechtop lopen van de mens. En in het boek 'Evenwicht, in uitvoering', heb ik daar een stukje over geschreven. En dat ga ik nu eerst even voorlezen:
Wij mensen kunnen iets bijzonders. Wij kunnen rechtop staan en lopen. Wij zijn de enige wezens die rechtop, op twee benen lopen. Ergens in de evolutie tussen de 4 miljoen en 2 miljoen jaar geleden, zijn er voorouders van de mens geweest die rechtop zijn gaan staan en op twee benen zijn gaan lopen. Tegen de zwaartekracht in! En dat is moedig geweest. Of was het een noodzaak? Is het met vallen en opstaan gegaan? Zoals een baby leert staan en lopen? En dat zal zeker meer energie en aandacht gekost hebben. En toch had het voordelen, want anders hadden onze voorouders het rechtop lopen niet vol gehouden.
Nou, en dat zat ik een keer even zo, ja, ik denk 's morgens vroeg te bedenken over dat rechtop lopen dat het best wel bijzonder is. En ook dat we dat doen op twee voeten. Twee kleine oppervlakten die we gebruiken om dan rechtop te lopen. En dat is in verhouding met dat hele lichaam, dat grote lange lichaam wat naar boven steekt, is dat best bijzonder dat we dat dan kunnen. En dan besef je ook wel dat die voeten heel erg belangrijk zijn en dat je die ook goed moet verzorgen. En dat je helemaal in onze wereld, dat je goed schoeisel moet hebben om je niet te bezeren.
En toch was ik ineens heel verbaasd, kwam ineens zo naar boven ploppen, in mijn hoofd, dat wij de enige wezens zijn die rechtop lopen. Je zou denken dat als er zo veel voordelen aan zijn, dat er dan veel meer dieren ook rechtop zouden zijn gaan lopen. Dus hoe is het mogelijk dat alleen de mens het enige wezen is?! Dat is toch best raar!? En dan zijn er wel dieren die af en toe even omhoog kunnen komen. Maar dan nog hebben die nooit, als ze rechtop staan, en misschien een enkel dier wel, maar dan is het maar tijdelijk, dat dan alle gewrichten van boven naar beneden vanaf het hoofd helemaal naar beneden toe, dat die allemaal onder elkaar zitten. Verticaal dus.
En als dat bij de mens komt door de herseninhoud, door dat we dat zo gevormd hebben in de evolutie. De hersenen is ook een beetje, die hebben een hele ingenieuze werking. En dat is toch eigenlijk prachtig hè, hoe dat dan werkt? Er zitten zo ontzettend veel verbindingen in ons brein. En het is ook nog eens neuroplastisch. Als er een fout ontstaat, waardoor je dus klachten krijgt, of een beperking dan, op den duur komen er weer nieuwe verbindingen, andere verbindingen en dan herstelt het weer een beetje, of verbetert het weer een beetje. Zoals ook mijn eigen evenwichtsgevoel, alle input die normaal door de evenwichtsorganen komen, die zijn bij mij veel minder. Maar dan door veel te trainen lukt het toch redelijk om dat evenwicht sterk te houden. En dat doe ik dan met goed kijken. Door mijn spieren goed te blijven gebruiken. Door de tast, met het voelen en zo. En daar dus ook bewust van te zijn. En met name ook met aandacht dus bewegen. Dan kom ik een heel eind. En blijft het evenwicht best sterk.
En dan ben ik toch wel heel verbaasd, als het zo allemaal werkt. En dat evenwicht zo belangrijk is, dat er dan zo weinig over bekend is! En onbekend blijft. Over dat zintuig 'evenwicht'. En ik heb gemerkt dat zelfs fysiotherapeuten, die gespecialiseerd zijn in vestibulaire revalidatie, dat die zelfs de basisprincipes van het evenwicht niet eens kunnen uitleggen! Er zullen zeker fysiotherapeuten zijn die dat goed kunnen, maar ik heb ook mensen ontmoet die dat dus niet kunnen uitleggen. En eigenlijk zou je als fysiotherapeut of welke therapeut ook die werkt met mensen met evenwichtsklachten, dat je ook geïnteresseerd bent in de complete werking van het evenwicht. En dan gaat het niet alleen om de problemen te snappen die je ermee krijgt, maar juist wat daarvoor nodig is. Dat je dus het hele evenwichtssysteem begrijpt, zodat je dan ook de uitval van de evenwichtsorganen, dat je dat beter kunt uitleggen.
En ook om dan te beseffen wat er dan wel of niet mogelijk is voor herstel! Want dat is tot een bepaalde hoogte mogelijk. Dat is handig om dat te weten. Om te beseffen dat je een klant die bij jou komt met evenwichtsklachten, dat daar een bepaalde grens aanzit wat je die nog allemaal kunt meegeven. Want je kunt niet meer alles volledig doen zoals je eerst deed, als er eenmaal evenwichtsverlies is. En ja, en dan wil ik dat heel graag veranderen. Ik wil dat die kennis wél veel meer gedeeld wordt. Maar het gaat nog steeds in hele kleine stapjes.
En dan even terug naar die verbazing. Ik verbaas me namelijk om nog heel veel meer dingen. Het is bekend dat er steeds meer mensen zijn die te maken krijgen met gehoorverlies. En het komt omdat we ouder worden, maar ook omdat er overal geluid om ons heen is. Er is voortdurend geluid. Er zijn nauwelijks stille plekken te vinden in Nederland. Mensen zijn er ook al helemaal aan gewend om altijd geluid te horen, via de oortjes. Altijd luisteren naar muziek, gesprekken, naar de tv, naar de radio, films, games. Het lijkt wel of we verslaafd zijn aan geluid. En als gehoorverlies zó veel grote problemen gaat opleveren, met name ook bij uitval van het werk en zo, en er steeds grotere zorgkosten komen, en dat ook de vergoeding van hoortoestellen en de hoorzorg omhoog zou moeten (maar dat dat steeds minder wordt), krijg je steeds meer mensen die te maken krijgen met gehoorverlies, die dan ook niet helemaal op te lossen is.
Dan verbaas ik me er weer over dat de handhaving van het aantal decibellen in de horeca en bij concerten, ja, die handhaving, weet ik niet of ze er écht op letten, maar dat er geen wettelijke limiet nog is voor het aantal decibel wat aan geluid te horen mag zijn. Ik heb het even opgezocht. Als je in een restaurant komt, dan mag de achtergrondmuziek tot zo'n 70 decibel zijn. En als er stevige achtergrondmuziek is dan mag het tot 90 decibel. Live-muziek bij bruiloften en partijen mag dan tot 100 decibel. Maar concerten die mogen tot wel 105 decibel. Nou, als je weet dat boven de 85 decibel er al kans is op gehoorschade! En bij 103 decibel dat dat dan binnen een paar minuten al tot gehoorschade kan leiden, dan is het vreemd dat er nog steeds zo'n hard geluid gedraaid mag worden.
In 2023, toen hebben ze er weer over nagedacht, maar toen is aangegeven dat het niet verplicht is om de muziek zachter te zetten dan 100 decibel. Ze wilden namelijk van 103 naar 100 decibel. En als je weet dat dat een verdubbeling is; van 100 naar 103, dan is het veel en veel luider. En we willen het juist naar beneden hebben. Maar het is niet verplicht om het zachter te zetten dan 100 decibel. Dus bij concerten heb je best kans dat het misschien -zelfs bij professionele concerten- dat het wel tot 110 decibel kan gaan. Nou onbegrijpelijk dat dat kan. Dan verbaas ik me erover dat dat dus nog steeds mag! En ik hoop zó dat er weer meer aandacht komt voor een nieuwe wet. Want strenge regelgeving dat werkt echt wel. Alleen het moet dan wel natuurlijk gehandhaafd worden. Dat is wel een voorwaarde.
Ja, verbazing! Ik noem het dan verbazing, maar misschien is het eerder ook verbijstering of bevreemding. Als ik nou over dat, dat ik dan ineens naar boven krijg van goh, wij zijn het enige wezen wat rechtop loopt. Dan is het meer een soort bevreemding. Maar verbazing kan ook verwondering zijn. Ja, en hoe reageer ik eigenlijk als ik ontdek dat er iets vreemds is? Of anders is? Of raar? Dan denk ik dat het wel aan mijn gezicht te zien is. Mijn wenkbrauwen gaan dan omhoog en mijn ogen doe ik weer meer open. Ga ik ze meer opensperren. Ik ga meer rechtop staan! Af en toe valt mijn mond dan zelfs open. En ik heb het even opgezocht wat mensen zeggen als er verbazing is. Het kan zijn dat ze dan zeggen: asjemenou! Of jeminee. Of oooh of aaah! Sapperloot. Sapperdekriek! Er zijn dus echt een heleboel woorden die mensen uitspreken als er iets is wat ze verbaast. En ik zeg dan ook wel vaak: wauw! En dat is grappig, want dan zie ik een hele mooie foto van de vogel die de wouw is. En daar heb ik ook een verhaal over geschreven in het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. Want die verbazing die heb ik altijd met mij meegedragen en dat verhaal ga ik ook even voorlezen:
Duikelende roofvogels. Zo'n 20 jaar geleden zag ik in een weiland in Zeeland twee grote roofvogels die om elkaar heen buitelden in de lucht. Een schitterend gezicht, om twee van die grote vogels zo sierlijk, snel en soepel te zien bewegen. Roodbruin van kleur. Lange spitse staartveren. En ik had geen idee welke vogel het was. Pasgeleden, onderweg naar Zwitserland, zag ik hetzelfde duikelen van roodbruine roofvogels, heel behendig. En nu had ik het vogelboekje erbij. Dus op zoek naar de naam. Het was een rode wouw. Die stond al heel lang op mijn vogelwensenlijstje. En die had ik nog nooit in het écht gezien. Dacht ik. Wel dus! Twintig jaar geleden. Dat waren rode wouwen. De manier van vliegen en buitelen heeft toen zo vee...
3 Net iets teveel
2026/03/11
Er zijn van die dagen dat het net iets teveel is. Dit keer was er teveel geluid op mijn oren. Hierdoor werd ik instabiel. En zo zijn er nog meer factoren die dan net iets teveel voor mij zijn.
(foto: Pixabay)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit is seizoen 11, aflevering 3: Net iets te veel.
Op 3 maart is het elk jaar de World Hearing Day. De dag van het gehoor. En dat is een internationale bewustwordingsdag waarop de wereldgezondheidsorganisatie, de WHO, aandacht vraagt voor gehoor, gehoorverlies en professionele gehoorzorg. En het thema dit jaar was: Blijf erbij horen.
En op deze dag hebben PlanPlan adviesbureau en WERKelijk Horen een mini-symposium gehouden. Er waren drie verschillende lezingen. Eentje ging over een gezonde geluidsomgeving op de werkvloer. En de tweede lezing over gehoorverlies op de werkvloer met inzichten en de rol van de bedrijfsarts en de derde lezing ging over ‘Meten is weten’: de technische verschillen tussen enkelvoudige en meerkanaalssolo-apparatuur.
En ik ben daarbij aanwezig geweest. Ik wilde dat ook goed kunnen volgen. Ik heb ook gevraagd: zijn er schrijftolken bij aanwezig? Nou, was allemaal prima geregeld. Maar wat daar verder ook bij was, we konden Auracast uit gaan proberen. De mensen die dat in Nederland willen uitzetten, die waren daar ook bij aanwezig. En Auracast dat is een ja, een nieuwe Bluetooth technologie. Dat is een audio-zender die dan geluid draadloos kan uitzenden naar een onbeperkt aantal ontvangers. En dat kunnen mensen zijn met een koptelefoon of met oortjes in, of die hoortoestellen dragen. Dus het is niet alleen voor de mensen met gehoorverlies. En dan kan het gaan om omroepberichten op de stations of in de treinen. ..ehm.. bij een theatervoorstelling of bij een lezing of een audiotour door een museum. In allerlei openbare gelegenheden waar gesproken wordt en waar verschillende mensen de tekst moeten horen, daar kan Auracast echt een verschil zijn! En dat systeem van Auracast dat werkt zelfs veel eenvoudiger dan de traditionele luistersystemen. En dan heb je het over de ringleiding-systemen die nu nog in de kerken en in theaters aanwezig zijn. Nou, waarschijnlijk wordt dat allemaal vervangen door Auracast.
Die audio-kwaliteit is daar ook best goed van, want Auracast die transporteert het geluid ja, met nauwelijks vertraging. En dat is heel prettig, want als jij zelf tv kijkt en je doet dat via Auracast en je kijkt naar iemand, dan wil je dat wat je hoort, dat je dat ook direct ziet of andersom; wat je ziet wil je ook horen. En dat kan ook in een vergadering zijn. Of als je luistert en kijkt naar een spreker op een podium. Dat is natuurlijk veel fijner als dat naadloos in elkaar over gaat.
En wij mochten dus die Auracast uitproberen. Maar niet alle hoortoestellen zijn al geschikt voor Auracast. Mijn hoortoestellen ook niet. En toch heb ik het uitgeprobeerd. Met een eigen ringleiding-lus en een kleine ontvanger, die kreeg ik mee. En zo kon ik, dan moest ik wel ook mijn hoortoestel nog wel weer op de ringleiding-stand zetten, en dan kon ik dus alles heel goed horen. Dicht op mijn oren. Eigenlijk in mijn oren. Want via het hoortoestel, dat zit dichtbij het trommelvlies, krijg ik dat dus direct binnen.
Ik had ook goed zicht op de spreker. Ik ben zo gaan zitten dat ik het goed kon zien. Ik kon ook de tekst van de schrijftolk steeds goed zien. Maar het was niet eens noodzakelijk om de hele tijd naar de spreker te kijken! Want juist omdat het geluid goed binnenkwam, kon ik het toch nou, redelijk goed volgen, door niet de hele tijd de spreker aan te kijken. En dat is ook wel eens fijn. Dan hoef ik niet de hele tijd spraak af te zien. En dat heb ik dus gedaan.
Er waren twee lezingen achter elkaar, best lang. En daarna was het even pauze. En toen werd het eigenlijk al vrij snel duidelijk, dat geluid, dat ik net iets te veel op mijn systeem hoorde, op mijn geluidssysteem, op mijn eigen hoorsysteem, dat merkte ik tijdens het lopen. Ik ging namelijk lopen en ik merkte dat ik nou, nogal, in stabiel was. Ik had dus moeite om mezelf in evenwicht te houden. Of kwam het omdat die Auracast, dat geluid veel te hard was. Dat kan ook. Dat ik het eigenlijk wat zachter had moeten zetten.
En op het moment dat die Auracast, dat ik dat ook uitzette, dan hoor je dus ook niets meer van wat er daar door de microfoon en zo gezegd wordt. Dat voelde alsof ik dan even doof was. Dus het was een heel groot verschil tussen het geluid aan via Auracast en daarna weer gewoon het met mijn eigen hoortoestellen doen. Lijkt of het ineens veel minder geluid is.
Of kwam dat dat instabiele gevoel, kwam dat omdat er heel veel mensen waren in die ruimte? En het pad tussen de stoelen, we wilden even naar buiten toe, het was heel mooi weer, het pad tussen die stoelen was heel smal. En om niet te botsen tegen andere mensen, moest ik dus extra opletten en ook af en toe even houvast zoeken bij de stoelen. En na de pauze hadden we dus nog een keer een lezing, de laatste lezing over dat meten is weten. Allemaal heel interessant wat we hebben gehoord.
Maar na afloop was er nog even tijd voor een borreltje, kon je nog even wat andere mensen spreken. Ook toen voelde ik dat mijn instabiliteit echt groter was. Ik moet altijd met aandacht lopen, maar toen moest ik het echt héél erg! Echt opletten, waar loop ik? Wie loopt hier vlakbij mij? Hoe kan ik die, nou, zo langslopen dat ik niet ga botsen. En ook de trappen af, ben ik toch maar weer helemaal aan de leuning gaan lopen, zodat ik me vast kon houden. Zelfs de stoep op en af merkte ik, dat ik dat met meer aandacht moest doen.
En ik heb de hele week, heb ik me wiebeliger gevoeld. Ik merkte dat écht met dat ik af en toe mist stapte, dat ik echt nog een stap extra moest doen, een voet opzijzetten, om me in evenwicht te houden.
En wat ook een trigger is, heb ik gemerkt, helemaal als ik dan al wat instabieler ben, is ook die stralende zon. Het was heel mooi weer en als ik dan buiten ben, dan is het dus zó ontzettend licht, ook daar moet ik denk ik weer helemaal aan wennen, ..ehm.. te veel licht tijdens het wandelen en tijdens het fietsen. Ook zelfs in de bus en in de auto. Dan heb je door dat felle licht ook heel veel last van alle schaduwen. De schaduwen van de bomen. We hebben een vaandel hier aan de vlaggenmast en die wappert dan en die schaduw die komt dan steeds langs. En ik merk dat dat licht, schaduw, licht, schaduw, die verschillen, dat dat ook iets doet met mijn evenwicht. En dat weet ik wel, alleen, dat was dus nu even veel heviger. Er was te veel afwisseling en dat zorgt écht voor desoriëntatie.
Of komt die wiebeligheid door te veel staan? Vorige week dan, dit was vorige week, na dat mini-symposium, heb ik ook veel gestaan aan de statafel. En aan de statafel ben je ook wel steeds aan het corrigeren om goed rechtop te blijven staan en dat kost dan best veel energie. Doe ik dat dan te lang? Sta ik dan te lang aan die statafel? Of komt dat juist omdat ik me eerst wiebelig voel en dat ik dan, als ik dan aan die statafel sta, dat het dan moeilijker gaat? Ik merkte dat namelijk tijdens de online-bijeenkomst van het ROCOVF. Dat was een hele lange middag online. Gelukkig was ik dan wel thuis, ik hoefde niet ergens naar toe. En dat was twee dagen na het mini-symposium. Mini-symposium was op een dinsdag en dat ROCOVF donderdagmiddag.
Ik had geen schrijftolken geregeld, want het grootste deel zou helemaal niet voor mij bestemd zijn, want het ging helemaal niet over Flevoland. Dus ik hoefde ook niet alles te kunnen volgen. De agenda vond ik heel onduidelijk dus, ik had echt zo van: wanneer is Flevoland aan de beurt? En dan zitten we heel lang te wachten met de schrijftolken: wat is dan belangrijk om te tolken? Dan nee, ik doe het zonder tolken. Heb ik wel de koptelefoon op gehad, zodat het geluid weer dichterbij me komt, dan kan ik het beter verstaan. Maar het was ook nog eens een keer zonder spraakafzien. Want de sprekers die zaten allemaal bij elkaar in een grote zaal en ik was met nog een paar andere mensen online. Maar dan zie je die sprekers heel klein in beeld en dan zie je niet echt het mondbeeld. Dus ik heb heel veel geluisterd op die middag. En met mijn hoortoestellen in is dat wel heel prettig. En een koptelefoon erbij, kan ik het nét even allemaal goed volgen. Maar ik denk dat dat geluid allemaal nét te veel was. Op dat moment, was het teveel.
In aflevering 1 heb ik het gehad over van de hak op de tak. Al die verschillende taken. Al die taken die ik mezelf opleg. En dat voortdurende schakelen. Misschien was dat vorige week ook nét iets te veel. En dan per taak valt het helemaal niet zo op. Tijdens de overgang van die taken, dat ik merk dat ik meer wiebelig ben. En dat komt omdat ik me waarschijnlijk heel erg focus op die ene taak, waar ik mee bezig ben. En dan moet ik daarna weer even lopen en dat ik dan pas merk, oh ja hmmm, ik moet een beetje opletten. Ik moet met aandacht lopen. Wat dan niet meehelpt, is dan dat ik, ja, niet helemaal goed slaap. Dat ik niet diep genoeg slaap, denk ik. En dat zorgt ervoor dat mijn energieniveau 's ochtends vroeg eigenlijk al een beetje te laag is om de hele dag in volle actie te functioneren. Ja, en dan komt natuurlijk weer het energie-management om de hoek kijken. Nou, ik neem denk ik te weinig rustmomenten om dan te herstellen. En dan met name overdag, want 's nachts heb ik dat niet helemaal in de hand of ik wel of niet goed slaap. Maar overdag kan ik die rustmomenten natuurlijk wel pakken! Ik leg mezelf eigenlijk veel te veel taken op! Die ik aan het eind van de dag uitgevoerd wil hebben. Dat zie ik ook in mijn agenda wel staan. Dus ik denk dat het goed is dat ik mijn eigen energie-management weer wat meer aandacht ga geven. Dat ik wat meer ga letten op...
2 Drempels
2026/03/04
In ons dorp liggen verschillende soorten verkeersdrempels of verkeersheuvels. Twee soorten zijn heel onaangenaam om met de fiets erover of eromheen te gaan. Ook met een scootmobiel of elektrische rolstoel is dat niet te doen. Dit past niet in de inclusieve maatschappij.
(eigen foto van een van de verkeersheuvels)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur, hoorcoach, presentator en ik zet mij in voor het creëren van een inclusieve samenleving. Dit is seizoen 11, aflevering 2: Drempels.
Ja, in het kader van inclusie, hoort elke gemeente een Lokale Inclusie Agenda te hebben. En dan gaat het over toegankelijkheid. Toegankelijkheid op allerlei vormen, niveaus, zodat iedereen overal aan mee kan doen. En hier in het dorp doen we nu de vierde poging om de lokale inclusie-agenda handen en voeten te geven. Het is al driemaal eerder geprobeerd, niet gelukt. Niet goed van de grond gekomen. En dit keer de vierde poging, en ik hoop dat het nu wél van de grond komt. Dat we nu ook inderdaad drempels kunnen weghalen. En dan bedoel ik drempels in de breedste zin van het woord, want het gaat ook over, wat ik net zei over toegankelijkheid, het gaat over op allerlei niveaus, voor iedereen, dat iedereen mee kan doen! En de een heeft iets anders nodig dan de ander. Dus het gaat niet over gelijke behandeling. Het gaat wel over gelijkwaardigheid; dat we willen dat iedereen mee kan doen, ongeacht de handicap, de beperking die die dan heeft.
Maar deze aflevering gaat het specifiek over de fysieke drempels. De verkeersdrempels. Deze podcast heet niet voor niks: drempels. Het doel van een verkeersdrempel is om het verkeer te vertragen. En dan hebben we het over gemotoriseerd verkeer. Een andere naam ervoor zijn verkeersremmers of snelheidsdrempels of verkeersheuvel. En die drempels die worden met name neergelegd in gebieden waar een lagere snelheid gewenst is. Om dan dus de verkeersveiligheid te verhogen. Dat is in woonwijken of bij scholen, waar heel veel voetgangersverkeer is. Ook bij openbare parkeerplaatsen, want daar wordt van alles geparkeerd, maar ook dus heel veel mensen die daar lopen. En daar worden dus allemaal van die drempels neergelegd. En de chauffeurs, de bestuurders van dat gemotoriseerde verkeer, die moeten dan hun snelheid matigen. En als je een lagere snelheid hebt, dan is er ook een kortere remweg en als er een kortere remweg is dan is de kans op verkeersongevallen veel kleiner. Dus je vermindert de kans op verkeersongevallen.
Maar er is natuurlijk wel een effect van een verkeersdrempel. Dat is met name voor de bestuurder zelf, maar ook voor de omwonenden en voor andere gebruikers. Toen ik dat las dacht ik wel even van, wat zijn dan andere gebruikers? Nou, dan moet je denken aan fietsers, scootmobielen en elektrische rolstoelen. Want door het aanleggen van een verkeersdrempel op een verkeerde plek, dan verhoog je juist de kans op een verkeersongeval. En daar wil ik het in deze aflevering dus over hebben.
Want de gemeente, die is verantwoordelijk voor die verkeersdrempels. En dan geven ze ook aan: bij een verkeersdrempel, kun je ook een verkeersbord neerzetten om te waarschuwen dat er een drempel aan komt. Dit is niet verplicht, het is wel aanbevolen. En vooral bij minder goed zicht, waar de verlichting minder is en ook als het vlak na een bocht komt. Nou is het wel weer het advies dat je een drempel niet moet plaatsen binnen 10 meter vanaf een bocht. Want anders krijg je hele gevaarlijke situaties. Het is ook om te voorkomen dat er schade is aan het voertuig.
Zo zijn er ook normen en eisen gesteld aan verkeersdrempels. En dan staat erbij: onder andere niet te dichtbij huizen. En meestal worden er geen drempels aangelegd op busroutes. Als dat wel nodig is, dan zijn er busvriendelijke drempels. En een verkeersdrempel kan voor de veiligheid ook nog wel discutabel zijn, als het gaat over het snel kunnen rijden van een ambulance, brandweer en politie, want dan zijn die drempels ontzettend hinderlijk. Dus je moet goed nadenken, waar leg je de drempels neer, zodat ook dat vervoer, wat echt op snelheid moet rijden, dat die ook veilig kunnen rijden.
Het heeft effect op het milieu, want bij het optrekken na de drempel, dan gebruik je meer brandstof. En als je gaat remmen is er meer fijnstof en als er veel drempels zijn, heb je ook bij drukte meer kans dat er file ontstaat en als er meer auto's achter elkaar staan, heb je sowieso weer een hogere uitstoot. Dat is natuurlijk anders alweer bij elektrische auto's. Dan is die uitstoot er niet. Maar nog niet iedereen rijdt elektrisch. Dus er zal nog steeds CO₂ uitstoot zijn dus ja, voor het milieu is het maar de vraag of het handig is.
Als je het hebt over geluidsoverlast, dan, als er drempels liggen, dat het lawaai van snelrijdende voertuigen wordt dan wel minder. Alleen, je krijgt dan wel weer lawaai als gevolg van het remmen en het optrekken. En als je daar dus vlakbij bent, vlakbij woont, dan hoor je dus steeds dat remmen en optrekken. Misschien is het fijner om een geluid te horen wat gewoon op één toon is. Dat is anders dan dat optrekken en afremmen.
Als er zwaar verkeer over die drempels heen gaat, dan heb je juist een heleboel extra geluiden die daarbij komen. Als er zwaar verkeer is met een aanhanger erbij waar allerlei dingen op liggen, dan rammelt dat natuurlijk aan alle kanten. Er zijn allerlei trillingen ook naast al die geluiden. Door die drempels, is ook de reistijd van de auto en van de bus, is ook weer wat langer. En dit kan allemaal toch ook wel weer voor frustratie zorgen bij bestuurders.
Ja, en dan wil ik het hebben over de drempels die hier in het dorp zijn geplaatst. En dan hebben we het níet over de bestuurders. Ja, in eerste instantie wel, want ik ga het even over de buschauffeur hebben. Maar daarna, over juist al die andere gebruikers van de weg. En met name waar dan die drempels liggen.
We hebben midden in het dorp, in het centrum, daar is de hele weg opnieuw ingericht. Heleboel is daar op de schop gegaan. Allemaal opgeruimd. Ze hebben allemaal nieuwe bestrating aangelegd, onder andere met drempels erbij. En dit zijn hele vervelende drempels voor de buschauffeur en ook voor de reizigers in de bus. Het is echt onaangenaam om over die drempels te gaan. Wat dit betreft is er dus een hele verkeerde keuze gemaakt van soorten drempels. Want er zijn ook busvriendelijke drempels. Waarom is dat daar niet aangelegd? Het is zelfs zo dat er beschadigingen komen aan de bus, door juist die verkeerde drempels die daar zijn neergelegd.
En als ik kijk naar de drempels hier, in onze eigen straat, die vind ik helemaal niet zo heel vervelend. Die liggen in de hele breedte van de weg, van stoep tot stoep. En dat is dus een verhoging in de weg, gaat een beetje glooiend omhoog. En dan is het even plat en daarna gaat het weer glooiend omlaag. Het is eigenlijk een soort hoge hobbel. En die vind ik helemaal niet erg om daar met de fiets overheen te gaan.
Maar dan... we hebben hier in het dorp twee nieuwe soorten drempels. Eéntje dat is een soort ronde verkeersheuvel. Ik noem het echt een verkeersheuvel, want het is niet zozeer een drempel, hij is helemaal rond. Je komt dan het fietspad af, rij je de straat in en dan kom je recht op die verkeersheuvel af. Als je daar recht overheen wil rijden, wat gewoon mag, want het is geen rotonde, dan is het echt kedeng! Het is een beetje een hoge rand, anders dan een hele glooiende rand. En dat is echt, dat is vervelend. Ik knal er gewoon tegenaan dan met de fiets. Helemaal niet goed voor mijn band ook.
En ik schrok ook, de eerste keer dat ik daar kwam, schrok ik omdat ik het niet eens in de gaten had. Er zit wel een witte rand omheen en toch valt ie niet zo op. Nu ik dat weet, vermijd ik deze straten of als ik er dan toch doorheen moet omdat ik in die straat moet zijn, dan kan ik er wel óm heen. Zoals je ook normaal dat bij een rotonde doet. Alleen, er omheen... er is nauwelijks ruimte tussen dus die cirkel van de verkeersheuvel en de stoep; daar zit nog geen meter, misschien net één meter 30 of zo, dus dat is een hele kleine ruimte. En dan moet je heel erg oppassen dat je niet tegen de stoep rijdt en ook niet tegen die scherpe rand van die verkeersheuvel. En je moet je een hele scherpe bocht maken omdat het helemaal een cirkel is. Dus je moet er echt, ja, je kunt er niet eens ruim omheen, omdat die ruimte te kort is tussen die stoep en die rand.
En bij sneeuw is die hele rotonde niet eens zichtbaar! Nou dan is het helemaal gevaarlijk, want dan kun je er echt tegenaan knallen. En je ziet het randje niet, dus je kunt er ook zo vanaf glijden. En dan ga je natuurlijk zo onderuit. Écht, ik begrijp niet dat ze deze grote cirkels zó hebben kunnen maken op een plek wat totaal niet handig is. Ik snap dat je het verkeer wil afremmen. Maar als je de bocht om wil, moet je altijd afremmen. Dus waarom zou je daar zo'n grote cirkel neerleggen die heel onhandig is om er goed omheen te rijden?! En ook niet prettig is om erop te rijden en weer af te rijden. Echt kedeng! Je rijdt er helemaal overheen en kedeng er weer af.
En dan die andere drempel. Pas nieuw! Want de hele wijk die is gesaneerd. Ze hebben alle straten opengebroken, omdat de hele riolering vervangen moest worden. Ook daar moest de straat weer helemaal opnieuw bestraat worden en toen hebben ze gedacht: oh we kunnen daar ook wel drempels neerleggen! Nou, daar liggen dus een paar drempels en die zijn ovaalvormig. Ook wel weer met een witte rand er omheen, dus je kunt het wel zien. Maar, dan rij ik op het fietspad en ik ga de bocht om en vrij snel na de bocht ligt daar die drempel! Die verkeersheuvel. Ook weer zo'n rand van drie centimeter, niet meteen heel glooiend, maar echt dat je er tegenaan rijdt. Naast die verkeersheuvel da...
1 Van de hak op de tak
2026/02/25
Dit is de eerste aflevering van seizoen 11. Ik heb nog heel veel ideeën voor nieuwe afleveringen, want ik heb zoveel gedachten die langs dwarrelen. Gedachten die van de hak op de tak gaan.
(Afbeelding Pixabay TheOtherKev)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit seizoen 11, aflevering 1: Van de hak op de tak.
Dit is de eerste aflevering van seizoen 11. En ik ben nog vol ideeën voor nog wel een heel seizoen. En misschien wel nóg wel een heel seizoen er achteraan, want er is nog zó veel te vertellen. Dat kan gaan over ons fysieke evenwicht. Over ons psychische evenwicht. Over gehoorverlies. Tinnitus. En dat kan allemaal zowel informatief zijn als uit eigen ervaringen. En ook steeds weer ook over mijn gedachten die alle kanten op gaan.
Ik ben net opnieuw begonnen met het boek 'De kracht van het nu' van Eckhart Tolle. Dat boek heb ik jaren geleden gelezen. En ik zie al bepaalde dingen die ik daar nu in het begin lees, dan denk ik: hé, dat heb ik omarmd, want dat gebruik ik ook vaker in mijn coach-gesprekken en zo. Dat is dan wel heel grappig! Maar het eerste hoofdstuk daarvan is: Je bent niet je denken. En dan citeer ik even een stukje uit dat boek:
'Je verstand is een instrument. Een hulpmiddel. Je kunt het voor een taak gebruiken en daarna berg je het weer op. En hier gaat het dan om gedachten die zich steeds herhalen. Dat is niet functioneel denken, dus eigenlijk piekeren. En dat is nutteloos en maakt dat er veel levensenergie verloren gaat.' Nou ja, tot zover Eckhart Tolle. Misschien dat ik er nog een keer in een andere aflevering verder op in ga, wat ik nog meer voor wijsheden uit het boek van hem heb gehaald en wat ik daar dan mee doe.
En toch vraag ik me af of al die gedachten die bij mij langs dwarrelen of die dan ook nutteloos zijn. En dan bedoel ik niet die herhalende piekergedachten, want inderdaad die brengen mij nergens. Pas als ik de herhaling, als ik in de gaten heb dat ik steeds aan het herhalen ben, dan pas kan ik mezelf terughalen en er andere gedachten van maken. Of soms zelfs een beetje stilzetten. En als ik boos of verdrietig ben, dan is dat moeilijker dan wanneer ik me goed voel. Als ik blij ben. Of opgewekt.
Ik had dat gisteren ook nog wel. Ik was aan het tekenen en ondertussen bij dat tekenen, zat ik te bedenken, oh ik moet diegene nog eens een keer een antwoord geven. Terwijl ik er maanden geleden bewust voor heb gekozen om geen antwoord te geven. Was ik er nu mee bezig dat ik wel antwoord zou willen geven. En ik merkte dat ik dat antwoord, ik was elke keer aan het herhalen. Het kwam elke keer weer op hetzelfde neer. Tot ik op een gegeven moment zo veel last ervan kreeg dat ik dacht: nee ik ben nu aan het tekenen. Het is helemaal niet nodig om nu daarmee bezig te zijn. Want ik weet niet eens of ik dat wil gaan doen. Dan kan ik het beter nu gewoon laten. En op een gegeven moment kwam ik weer in de cadans van het tekenen en (hèè, zucht) gelukkig, eindelijk was dat piekeren, dat was weg. En het bleef ook weg, gelukkig!
Afijn, deze aflevering heb ik genoemd van de hak op de tak. Ik doe dat wel vaker in deze podcast: van de hak op de tak. Dat hebben mensen ook wel aangegeven die vaker naar mij luisteren. En ik heb even opgezocht wat het nou precies betekent ‘van de hak op de tak’. Het staat in het Groot Spreekwoordenboek. Van de hak op de tak dat betekent: een hak, dat is eigenlijk een haak, dat is een gebogen tak. En iemand die van de hak op de tak springt zoals vogels dat letterlijk doen, stapt steeds over van het ene onderwerp op het andere.
Ja, als ik dat dan nu zo uitleg dan zal je herkennen dat ik dat wel vaker doe! Een andere uitdrukking wat ook met bomen te maken heeft is: omkeren als een blad aan een boom. En dat is omdat de voorkant van een blad er vaak totaal anders uitziet dan de achterkant, dan laat, wie omkeert als een blad aan de boom, zich ineens van een hele andere kant zien. En dat kan ook, mensen die mij in een bepaalde situatie kennen bijvoorbeeld alleen van het sporten en die mij dan later een keer iets zien presenteren, die zien ineens een andere kant van mij. Dan is het dus niet negatief bedoeld. Vaak wordt dit spreekwoord gebruikt een beetje in de negatieve context. Dat iemand omdraait; gedachten zo omdraait, het juist negatief bedoeld is. Maar je kunt hem natuurlijk ook positief zien.
En ook een andere en die kende ik eigenlijk niet, dat spreekwoord: Aan een boom groeien verschillende vruchten. En de uitleg daarbij is: eenzelfde boom kan uiteenlopende vruchten van hetzelfde soort voortbrengen, zoals ook kinderen van dezelfde ouders onderling sterk kunnen verschillen. En werk van één hand niet iedere keer gelijk hoeft te zijn. Ja, en die vind ik ook wel weer heel grappig. Dat klopt ook wel, ik heb niet één manier van vertellen en ik heb niet één manier van schrijven. Ik kan op verschillende manieren schrijven. En als ik aan het tekenen ben, ja, er zitten wel bepaalde dingen in die hetzelfde lijken, maar ik kan ook heel anders tekenen. Dus dat klopt ook wel! En zeker als ik kijk naar hoe mijn zusjes zijn en ook hoe zij over vroeger denken, en hoe ik over vroeger denk, dat kunnen totaal verschillende verhalen zijn. Terwijl we het over hetzelfde hebben. Over hetzelfde feest of dezelfde activiteit waar we het over hebben. We hebben allemaal daar toch andere herinneringen aan. Het is eigenlijk een heel logisch spreekwoord dus.
Weer terug van ‘de hak op de tak’, want daar hebben we het over. Afgelopen zaterdag gingen wij fietsen, want ik was heel benieuwd naar de ja, de activiteit die in de Schaapskooi gedaan wordt in Ermelo. Dat is een bezoekerscentrum. Eén keer in de maand komt daar een groep vrouwen bij elkaar en die gaan samen wol spinnen. En die wol komt van de schapen die daar bij die schaapskudde zijn, in die schaapskooi. En dat is mooi dat ze de eigen wol gebruiken en daar gaan ze mee spinnen. Daar maken ze draden van en dan kunnen ze daar ook allerlei dingetjes van maken. En ik was wel benieuwd naar hoe dat eruit zou zien. Dus we zijn daarnaar toe gefietst. Het was ook goed weer en zo. Het was heel leuk om daarbinnen te komen. En op die zolder van het bezoekerscentrum daar zaten inderdaad, een heel groepje, vrouwen naast elkaar en die waren allemaal aan het spinnen. Allemaal verschillende spinnenwielen. Jaa, ik vind dat fascinerend om naar te kijken.
Op een gegeven moment kom ik dan ook in gesprek met die dames. En die vertellen dan over hoe verslavend het is. Als je dat eenmaal leuk vindt en je hebt het écht in de vingers (je moet het ook met je vingers doen) dan is het zó leuk om te doen! Het blijkt ook dat het een groep vrijwilligers is daar van het hele bezoekerscentrum, dat zij samen zo veel voor elkaar krijgen en dat het gezellig is en dat het dus meer is dan alleen maar het werk wat je doet, maar ook de ontmoeting met alle mensen daar. Ontmoeting met de andere vrijwilligers, maar ook alle bezoekers die daar komen. Het is ook echt een leuk bezoekerscentrum, ook gewoon om wat informatie op te doen. Ze hebben nu op zolder ook informatie over de wolf. Leuk om een keer te gaan kijken. Kan ik je aanraden.
Maar wat mij dan ook grijpt is dan dus die spinnenwielen. En dan heb ik zo van, oh ik zou dat ook zo willen gaan doen. Maar ik ben bang dat als je daarmee begint dat het dan ook inderdaad verslavend is. En dat je dat steeds vaker en steeds meer wil doen. En ik gun me daar helemaal niet te tijd voor. Ik heb zo veel andere dingen om handen. Denk: nee, dat moet ik even helemaal niet willen. Ik vond het heel leuk om te zien, maar dat was prima.
We zijn buiten bij het bezoekerscentrum... zijn we even een broodje gaan eten en zouden we op de fiets weer teruggaan naar huis. En we hadden een beetje een route uitgestippeld. Alleen, het werd wel een beetje donker. Zó donker dat ik echt zo had van: nou het zou zo maar kunnen gaan regenen. Inderdaad het begon dus te regenen. We zijn toch gaan fietsen en we zijn de route gaan doen zoals we die van tevoren bedacht hadden. Ik denk toch een wat langere route als we anders waren gereden. En het begon zó te regenen onderweg. En ik baalde zo enorm! Ik vond het écht niet leuk. Het was koud en mijn broek werd helemaal nat en op een gegeven moment dacht ik: oh, ik heb nog wel een regenbroek in mijn fietstas zitten. Dus ik die regenbroek aangedaan. Toch nog door fietsen, maar dan... de kou zit dan toch op je huid. Gelukkig had ik wel handschoenen nog mee. Mijn jas was verder gewoon goed water- en winddicht, dus dat was wel lekker. Maar ik was ook bang dat mijn hoortoestellen nat zouden worden. Nou zitten mijn hoortoestellen wel net onder mijn helm. Maar ja, als het zo gaat regenen, dan heb je kans dat het toch ergens nat gaat worden. Vond ik echt wel even vervelend. Wat moet ik ermee? Moet ik dan toch stoppen, in de regen? En dan mijn hoortoestellen uit gaan doen? Dan moet ik mijn tas pakken en moet ik daar in dat speciale opberg-etuitje doen. En dat in de regen! Het was ook onderweg ergens bij allemaal weilanden, dus we hadden ook nergens een plekje waar we konden schuilen, waar je droog kon staan. We moesten toch door fietsen. Gelukkig is het goed gegaan.
En toevallig hoorde ik vandaag een verhaal op de sportschool van een, van een andere dame, die was met haar hoortoestellen onder de douche gegaan. Die was ze dus helemaal vergeten uit te doen. Die ging dus onder de douche, haren gewassen en al en die komt de douche uit en die ging helemaal afdrogen en die wilde toen haar hoortoestellen weer in doen. En toen had ze van hè, m'n hoortoestellen zitten helemaal niet in mijn bakje. Het zijn oplaadbare hoortoestellen en ze had echt zo van waar zijn m'n hoortoestellen?! En toen bleek dat ze ze gewoon in had gehouden en dat ze dat helemaal niet in de gaten heeft gehad tijdens het douchen. Toe...
20 Tweehonderd
2026/02/18
Dit is de 200e aflevering van deze podcast. Een mijlpaal. Maar hoe zit dat met getallen en cijfers? Wat heb ik zelf met getallen? Er is ook heel wat te vertellen over het getal 13. Weet je dat je elk getal in gebaren kunt laten zien met één hand?
(eigen foto van spel met getallen)
Deze aflevering duurt 13 minuten.
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. En in deze podcast vertel ik sowieso over het fysieke evenwicht, over het psychische evenwicht en ook over allerlei dingen waar ik me, ja, af en toe mee bezig hou, waar ik over nadenk. Als ik iets geleerd heb, dan wil ik dat ook graag met je delen. En zo komt er altijd van alles langs. Dit is seizoen 10, aflevering 20: Tweehonderd.
Dit is de 200e aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Ik heb 10 seizoenen gemaakt. En elk seizoen bestaat uit 20 afleveringen. Heb ik gewoon zelf bedacht, vond ik een mooi aantal. En ondertussen, in 5 jaar tijd, heb ik dan 200 afleveringen gemaakt.
Het zijn allemaal hele verschillende afleveringen. Het kan gaan over het fysieke evenwicht en dan heb je titels als: De eerste stapjes. Traplopen. Vallen en opstaan. Chaos in mijn hoofd. Ik ben duizelig. Omhoog en omlaag. Verschil. Wiebelen. Tegenwind. Heeft allemaal iets te maken met het fysieke evenwicht en míjn eigen evenwicht, hoe het dan anders werkt dan wanneer het helemaal goed zou zijn.
Het gaat ook over horen. Horen is ook een heel belangrijk aspect in mijn podcast. En dan gaat het over bijvoorbeeld: het geluid van de stem. Fluisteren. Durven luisteren. Erbij horen.
En al die afleveringen die ik gemaakt hebt over tinnitus. En dan ook, wat ik net al vertelde aan het begin, het gaat ook wel over dingen die mij bezighouden. En zo is er een aflevering met de titel: Verwondering. Optimist. Alles op zijn tijd. Roerloos. Lanterfanten. Omdenken. Ja, allerlei soorten titels die langskomen en waar ik dus al iets over verteld heb aan jou. En soms komen er dingen een tweede of een derde keer langs. Onder andere het traplopen. Heb ik het al heel vaak over gehad. Maar, ik heb het nog nooit gehad over getallen. En deze aflevering, aflevering 200, gaat over getallen. Dat vind ik mooi om even op in te gaan. Tenminste, niet per se het getal 200. Ik heb namelijk pasgeleden iets geleerd, wat ik nog niet eerder wist. En dat is het verschil tussen cijfers en getallen. We zeggen heel vaak cijfers, maar dan gaat het om getallen. En het verschil daartussen is dat een getal, en misschien weet jij het allang -want er zijn genoeg mensen dit wél weten, alleen ik wist het nog niet- een getal is een hoeveelheid die uit één of meer cijfers bestaat. En een cijfer is enkel een symbool. En die symbolen die zijn van 0 tot en met 9 en dat zijn dan samen 10 cijfers. Want de 0 is ook dan een cijfer. En die cijfers zijn dus eigenlijk de bouwsteunen voor de getallen. Als je dat in de taal zou noemen, dan zijn cijfers als de letters. En de getallen zijn als de woorden. Bijvoorbeeld het getal 28, dat wordt geschreven met twee cijfers. De 2 en de 8.
En er is nog iets opmerkelijks. Want kleine getallen van één tot en met tien, dus eigenlijk die cijfers, die worden vaak voluit geschreven. Als je een tekst maakt, dan worden die met letters geschreven. En boven de tien, dan worden de getallen in cijfers geschreven. Dat ga je dan niet meer in letters doen, maar in cijfers. Dus als ik in mijn podcast iets zeg over ..ehm.. één of twee of vier of vijf. Dan kan ik dat in letters gaan opschrijven in het transcript. Soms doe ik dat niet, maar dat hoort eigenlijk dus wel! Als je je houdt aan de regels van hoe je dan de taal weer gebruikt.
De titel van deze podcast is 'Tweehonderd' in letters geschreven. En dat klopt dus helemaal niet, want eigenlijk zouden dat dus cijfers moeten zijn. Het getal 200 wordt geschreven met de cijfers 2-0-0 en dat zou dan de titel moeten zijn. Ik heb het niet helemaal goed gedaan. Maar dat maakt het juist zo leuk in deze podcast, dat het allemaal kan!
Verwarrend is dan ook de reclame van één of ander boekhoudprogramma. Daar wordt dan gezegd: '...en de cijfers die kloppen'. Dat is dus niet juist! De getallen, die kloppen. En het vreemde is dat dit een reclame is, notabene over een boekhoudprogramma en dan gaat het alleen maar over getallen! Dus dat is raar gekozen, dat ze juist in de reclame, die iedereen hoort, het hebben over ‘de cijfers die kloppen’!
En toen ontdekte ik in mijn eigen boek 'Hoor jij wat ik hoor?', dat daar in de inhoudsopgave ook staat: cijfers over tinnitus. Dus eigenlijk klopt dat ook niet, want dan gaat het ook over de getallen. En toen wist ik het verschil nog niet, want anders had ik dat zeker aangepast. Dan had ik dat veranderd. Verderop in de tekst in het boek, als ik dan ga vertellen over die verschillende aantallen allemaal, over de hoeveelheid mensen die tinnitus hebben, dan heb ik het ineens wél over getallen. Dus ja, in mijn eigen boek klopt het dus ook niet helemaal!
En toen ik er even mee bezig was, over getallen van wat daar nou mee is, toen kwam ik dat getal 13 tegen. En 13 dat is ook wel een speciaal getal. Waarschijnlijk kun je over elk getal wel iets speciaals noemen. Maar ik heb 13 er even uitgepakt, want over het getal 13 is wel wat te vertellen. 13 is namelijk een natuurlijk getal. En als je weet dat er in een kwartaal zitten altijd 13 weken. En er zijn ook 13 maanrondes om de aarde in één zonnejaar. En er zijn ook 13 hoofdgewrichten in het menselijk lichaam. Dus er zijn 13 hele belangrijke gewrichten in elk menselijk lichaam. Ja, tenzij je een been of een arm mist, dan mis je wat gewrichten. Maar een lichaam dat intact is, heeft dus 13 hoofdgewrichten.
En dan is ook 13 een getal voor creatiekracht. Het is ook goddelijke, vrouwelijke energie. En het staat ook voor vruchtbaarheid en het leven. En het is zelfs een engelengetal. Je engelen willen dat je je dromen volgt. Dus het heeft allerlei positieve associaties. Ja, die 13 is ook een soort getal voor transformatie.
Nou heb ik zelf niet meteen iets met het getal 13, maar ik vond dit wel heel interessant. Want 13 wordt juist ook heel vaak gezien als een ongeluksgetal! Dat is bijgeloof. Zo kan je het tenminste zien. En het grappige is, ongeluksgetal zijn precies 13 letters. Het woord ongeluksgetal heeft 13 letters. En vrijdag de 13e is zelfs in heel veel landen een ongelukkige dag. En dat komt denk ik uit de geschiedenis, vanuit het christendom, dat Jezus met zijn 12 discipelen bij elkaar is en dan zijn ze met zijn 13-en samen. En Judas was de 13e persoon aan tafel en die heeft Jezus verraden. En Jezus is ook op een vrijdag gekruisigd. Dus vandaar komt dat waarschijnlijk dat ongeluksgetal vandaan.
Er is zelfs een speciale naam voor de angst voor het getal 13. Daar had ik ook echt nooit eerder over gehoord. En dan ga ik kijken of ik het goed uit kan spreken: triskaidekafobie. Triskaidekafobie. En dat wil ook zeggen dat in een vliegtuig dan wordt de rij 13 en de zitplaats 13 wordt overgeslagen. En ook in hotels heb je geen etage 13. Ook die wordt overgeslagen. Heeft allemaal te maken met dat 13 een ongeluksgetal zou zijn.
Maar nou is er ook een uitdrukking: 13 in een dozijn. En dat betekent gewoon als van iets is heel gewoon! Maakt niet of het er nou 12 of 13 zijn. En als je dan naar de wiskunde gaat kijken, dan is 13 is priemgetal. Het is ook een getal van Fibonacci. Getallen van Fibonacci die oneven zijn, zijn Markov-getallen. En het getal 13 is dus ook een Markov-getal. Dat kan ik niet gaan uitleggen, want dat vind ik een heel ingewikkeld gebeuren. Kan je zelf wel even opzoeken.
Maar verder is 13 dan ook een gelukkig getal. Dat is toch apart, dat zowel 13 een gelukkig getal kan zijn, een natuurlijk getal en tegelijkertijd ook dus een ongeluksgetal kan betekenen. Het ligt er dus maar aan wie je er over spreek, wie het aan je uitlegt. En ja, ik ken ook mensen die wel gewoon op nummer 13 wonen en dat er ook helemaal niets aan de hand is. Dat het gewoon allemaal prima gaat. Dus wat klopt er van dat ongeluksgetal? Aan de andere kant, wat klopt er van het idee dat 13 een creatiekracht-getal is?
Ja, wat heb ik dan verder met getallen? Ik ben niet echt een zakenvrouw. En dan gaat het over het verdienen en over hoeveel geld je verdient. Daar ben ik ook echt wel minder mee bezig. Dus, ja wat heb ik nou met getallen? Nou, wat ik wel weet is dat wij altijd, met de gebarenoefengroep, met getallen bezig zijn. En het leuke is, met de gebarentaal; je kunt alle getallen met één hand maken. Zelfs de allergrootste getallen, kun je met één hand doen. Door de vorm, door de handvorm, door het gebruik van je vingers, door de stand van je hand, kun je dus alle getallen noemen. We beginnen ook altijd de gebarenoefengroep, als eerste vraag heb ik dan: welke datum is het vandaag? En dan gaat iedereen even nadenken van welke dag is het vandaag. En dan gaan ze ook bedenken: oh ja het is de 15e ..ehm.. hoe moest je ook alweer het getal 15 doen met je handen? En dan laat ik ze even daarmee stoeien. En dan komt ook weer dat ze het jaartal altijd even noemen. En dat is dit jaar 2026. En dan doen we ook dat getal met onze hand. En dat zijn we elke keer, elke week aan het herhalen.
En dan vind ik het ook weer bijzonder, als je zegt 2026, er zijn ook mensen die zeggen 20-26. Daar moet ik altijd even over nadenken als ze dat zeggen. Dan denk ik oh ja ze noemen het jaartal. En zo vind ik het altijd wel gek hoor, want ja, ik moet het nu wel zeggen, in woorden. Want ik kan het getal niet laten zien in de podcast, bijvoorbeeld het getal 2135. Nou, daar heb je waarschijnlijk een bepaald beeld bij. Maar dat kun je ook uitspreken als tweeduizend honderdvijfendertig. En dan is het ook altijd, als we dus de gebaren aan het oefenen zijn en we hebben die hele grote getallen, hoe ga je dat dan gebaren? Doe je dan...
19 Dat was me het dagje wel
2026/02/11
Dagje in de Efteling. Wat doet dat met me? Nostalgische herinneringen en aandacht voor mijn evenwicht. Dan ben ik niet eens in de achtbanen geweest.
(Foto van de sprekende boom in het sprookjesbos)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En deze aflevering ga ik het hebben over mijn evenwicht. Wat ik daarin ervaren heb maar ook een stukje geschiedenis wat ik deel. En ja, nou ja, je hoort het van zelf wel. Dit is seizoen 10, aflevering 19: Dat was me het dagje wel.
Dat was me het dagje wel. Dat is een typisch Nederlandse uitdrukking en dat betekent zoveel als een dag vol bijzondere ervaringen. En dat het ook vermoeiend zijn kan, intensief is. En dat het druk is geweest. Dat is het wel geweest.
We zijn namelijk naar de Efteling geweest. En ik zeg wel dagje. Maar het was een volle dag. We gingen om 8 uur de deur uit en om 8 uur 's avonds waren we weer thuis. Het was dus behoorlijk intensief. Ook omdat er heel veel mensen in de Efteling waren. En toen we in de Efteling aan het lunchen waren, pannenkoeken eten in het pannenkoekenhuis in de Efteling, toen vragen we ons af hoe de Efteling ontstaan is en wanneer het is ontstaan. En toen hebben we even een stukje geschiedenis opgezocht.
Het is begonnen in 1935 als sportpark. En bij dat sportpark kwam al gauw een speeltuin. En voor de mensen daar in de omgeving was dat ja, ideaal, daar konden ze heerlijk naartoe. En in 1950 werd het Stichting Natuurpark de Efteling. Toen kwam dus de naam de Efteling al tevoorschijn. En het was eigenlijk bedoeld in eerste instantie voor alle mensen in de omgeving, maar het was zo aantrekkelijk dat er ook mensen uit de verre omgeving naar de Efteling kwamen. Er kwam een vijver bij en een theehuis en er kwamen nieuwe speeltoestellen bij. En twee jaar later, in 1952, kwam het sprookjesbos. En dat sprookjesbos, de manier waarop dat gemaakt is, dat is gedaan met behulp van de tekeningen van Anton Pieck. Anton Pieck was een tekenaar die ja, heel romantisch ..ehm.. als je een tekening van Anton Pieck ziet, dan herken je meteen dat het van hem is. En het leuke is, als je Anton Pieck kent, dan herken je dat ook in het sprookjesbos hoe ze daar de attracties gemaakt hebben. Dat is echt heel gaaf!
Dat sprookjesbos was sowieso voor mij ook een hele goede herinnering. Ik ben daar vroeger al geweest. Nou ja, 1952 was het sprookjesbos er al. En ik denk dat ik ergens in de jaren ‘60 daar voor de eerste keer ben geweest met mijn ouders. Mijn vader werkte in die tijd bij Unilever. Specifiek bij Iglo/Ola en de Efteling was een hele grote klant van hem. Want hij was vertegenwoordiger voor het zuiden van het land voor Iglo/Ola en daar valt de Efteling onder. Dus ik kwam al heel vroeg bij de Efteling.
En dat sprookjesbos daarvan zijn nu nog steeds bepaalde attracties gebleven. Ze zijn wel opgeknapt natuurlijk in de loop der jaren, er zijn wat veranderingen aangedaan, maar als je daar loopt dan, ja, beetje nostalgisch gevoel, dan komt het weer terug van die verbazing die er toen al was. Zoals die Langnek. En dat was toen ook heel groot in mijn beleving. En dat klopt ook wel, ik was zelf natuurlijk een klein meisje. En zo zijn er nog veel meer dingen die me altijd heel lang zijn bijgebleven die ik nu ook weer herkende. Zo ook Roodkapje, het Kabouterbos sowieso, dat vond ik altijd geweldig. Zo waren er nog veel meer dingen.
Het is echt een pretpark geworden, er is ook van alles bijgebouwd. En ik wil je even meenemen in de dingen waar wij in zijn geweest, maar dat gaat dus niet over de Baron, en de Python en Joris en de Draak en de Vliegende Hollander, Villa Volta, Vogel Rok, Halve Maen. Daar ben ik allemaal níet in geweest. Dat zijn allemaal achtbanen, snel rijdende dingetjes. De Halve Maen is zo'n schip wat heen en weer schommelt. Vroeger vond ik dat geweldig! En ik weet nog, de allereerste keer in de Python dat ik daar vol verwachting ook stond en dat ik dat helemaal geweldig vond toen ik daar eenmaal inzat! Ik vond het heerlijk, dat gevoel!
Achtbanen vind ik dus heel erg leuk! Alleen, sinds 2006 moet ik daar niet meer in willen! Dat gaat geheid verkeerd. Dat is niet meer goed voor mijn lijf. Dan zegt mijn evenwicht ’..ehm.. nu niet meer!’ Dus dat doe ik ook niet. Ik ben dus niet in al die snelle dingen geweest. Maar dan is er nog genoeg te beleven in de Efteling. Gelukkig zijn er nog zo veel andere dingen ook bij gekomen. Ja, echt, ik vind dat mooi!
Toen wij binnenkwamen, zijn we als eerste naar Fata Morgana gegaan. Fata Morgana bestaat al sinds 1986 en ik weet ook dat het pas geopend was. En ik denk dat ik daar met mijn man ook al naartoe ben gegaan, toen was het nog maar net nieuw. Dat vond ik, jaaa, ook zo mooi gemaakt! Een beetje in een andere wereld kom je dan terecht. Maar dan gaat het even om hoe je daarin moet stappen. Fata Morgana, dat zijn bootjes waar je mee ja, door die hele attractie gaat. En we hoefden niet lang in de wachtrij te staan; we konden daar eigenlijk meteen doorlopen. Maar dan kom je daar de trap af en dan is het een grote schijf, een soort draaischijf die draait dus rond, dat beweegt, daar moet je voorzichtig op stappen. En dan moet je een beetje meestappen naar het bootje waar je dan instapt. De boot die lag dan tegen de draaischijf aan en dan kun je dus rustig instappen.
Maar dat opstappen op die draaischijf, dat moet je zó bewust doen. En helemaal als je evenwicht helemaal niet zo goed werkt. Ik vond het wel even heel spannend. En ik heb het wel gedaan, met behulp van mijn zoon. Die heeft me ook wel even in de gaten gehouden en zo kon ik dan het bootje goed instappen. En we mochten vooraan zitten. Vond ik ook heel grappig. En we konden dus alles mooi zien. Maar het is een beetje een schommelend bootje. Het viel nog mee, maar het beweegt natuurlijk wel een beetje. En dan is het ook, als je weer uitstapt, dan kom je weer bij diezelfde draaischijf uit. En dan het uitstappen zelf gaat heel goed. En dan stap je op die draaischijf en dan word je gewoon meegenomen. Maar dan moet je lopen weer naar de vaste grond waar het stilstaat. En dat afstappen weer op die houten planken, eigenlijk waar je dan stilstaat, dat is dan ook weer rustig ernaartoe lopen, bewuste stap zetten en dan goed gaan stilstaan op gewoon de vloer weer. Met aandacht lukt dat.
We zijn het hele park doorgewandeld. En toen kwamen we uit bij Symbolica. Symbolica is ook een attractie, uit 2017, dus het is er al een tijdje. Maar vanaf 2017 zijn wij helemaal niet meer in de Efteling geweest, dus het was voor mij helemaal nieuw. En daar was een hele lange wachtrij. En dat wachten? Ja, dan sta je stil op je benen, je loopt in lange rijen met een heleboel mensen voor je en achter je. Dan moet je ook goed in de gaten houden waar je steeds loopt. De grond was ook niet altijd helemaal recht, een beetje bobbelig ook. Dus mensen die slecht ter been zijn, dan is het best nog lastig voor om daar dan in die rij dan heen en weer te lopen. Maar oké, dat hebben we wel gedaan. En het is gelukt. Ik kon me natuurlijk ook gewoon, omdat je daar een soort gangetjes hebt, met allemaal van die stangen, kun je je ook wel vasthouden. Dus dat ging verder goed. En we kwamen uiteindelijk aan waar we naar binnen gingen. En dat zijn een soort wagentjes, ja ik weet bij Symbolica ook, je komt van boven af en dan moet je eerst nog weer een stuk lopen en dan trappen af en dan kom je helemaal beneden en daar pas ga je de wagentjes in.
Zo'n trap, als daar heel veel mensen op staan, is ook altijd met aandacht blijven kijken waar je staat en hoe je je voeten neerzet. Niet zomaar stappen. Op het moment dat je dan toch weer door kunt lopen, moet ik echt goed kijken naar de volgende trede. En dan was het ook nog af en toe een beetje donker. Dus ook dat weer met aandacht, heb ik me daar bewogen. En dan kwamen we uiteindelijk daarbeneden aan. En daar heb je ook dat je weer vanaf een vaste vloer stapt op een loopband. Elke keer die eerste stap zetten is lastig. En als je daar eenmaal opstaat, dan valt het mee en dan kun je meelopen. En dan loop je naar het wagentje waar je in gaat zitten. En dat hebben we gedaan. En het was hartstikke leuk!
Er zitten geen rails in. Het lijkt over de vloer te gaan alsof het vanzelf gaat en het glijdt ook echt. Dat vond ik heel fijn, dat het zo glijdend was. Heel soepel eigenlijk. En dan heb je allerlei soorten muziek. Je komt van alles tegen in je omgeving. Het is heel mooi afgewerkt allemaal. Er is aandacht voor allerlei details. Vooral in het begin, het eerste waar je binnen komt is een soort observatorium met een soort hele bibliotheek helemaal in het rond en doet een beetje denken aan Harry Potter en zo. Écht, ..ehm.. die fantasiewereld is daar geschapen. Ik vond wel dat we daar heel kort waren. Wat mij betreft mochten we daar best wat langer daar ronddolen en zo met dat wagentje. Want ik had daar gewoon alles wel willen zien.
We zijn ook aan het eind van de dag Symbolica weer ingegaan. En door een technische storing bleven we daar op een gegeven moment een hele tijd stilstaan en dan helaas net op een plekje wat een beetje saai was. En daar merkte je ook de muziek op en dan dat de muziek ook wel erg luid was. Als je daar gewoon door heen gaat, dan merk je de luide muziek niet eens op, maar als je daar langer blijft zitten, zonder dat je dus dan door glijdt, ja dan is die muziek opeens heel luid. Dat was een beetje onaangenaam. En we moesten ook wachten en er werd ook omgeroepen: technische storing. Het bleek ook net het karretje naast ons, daar was wat mee aan de hand. Daar zaten ook geen mensen in, maar dat was nog wel even lastig.
En ook daar weer, het uitstappen op het moment dat je weer op het eind bent, dan stap je uit, dan loop je op die loopband en dan moet je voorzichtig lopen naar de hekjes en daar stap je dan weer op...
18 Door het geluid heen luisteren
2026/02/04
Door het geluid heen luisteren. Dat is een uitspraak van Yvonne Koopman. Zij was mijn gast in mijn radioprogramma. Deze zin heb ik ook gebruikt tijdens de presentaties die ik heb gehouden bij de AudiologieMarathon georganiseerd door Optitrade. Dit event werd gehouden op 2 februari 2026. Mijn presentatie ging over tinnitus, want deze eerste week van februari is altijd de 'Week van het Oorsuizen.' Ik heb uitleg en tips gegeven aan de audiciens.
(Eigen foto van de werpbox)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast ‘Evenwicht je leven’. Je luistert naar Paula Hijne. In deze podcast vertel ik over alle aspecten van het evenwicht, over het gehoorverlies, over tinnitus. En ook over allerlei andere dingen die bij mij langskomen, allerlei gedachten. Ja, af en toe filosofische gedachten. Het is eigenlijk evenwicht in de breedste zin van het woord. Dit is seizoen 10, aflevering 18: Door het geluid heen luisteren.
Begin oktober 2025 heb ik voor de eerste keer contact opgenomen met de organisatie van de Audiologie Marathon, die gehouden zou worden in februari 2026. De organisatie is Optritrade. En ik heb aangegeven ‘ik wil graag een workshop geven’. Een workshop over tinnitus. Want mijn boek is eind 2025 uitgekomen en ik wil graag vertellen over wat tinnitus is. Maar in dit geval ook, omdat het een Audiologie Marathon is, kan ik vertellen aan de audiciens wat tinnitus is en wat voor tips zij kunnen gaan geven aan hun klanten die komen met tinnitus. Hebben we over en weer contact gehad, het was al meteen duidelijk, ik mocht die workshop gaan geven.
En als ik zoiets ga doen, schrijf ik altijd meteen een paar dingen op, van oh dat wil ik graag kwijt, dat wil ik graag vertellen. Dus die aantekeningen heb ik op een gegeven moment tevoorschijn gehaald, dat was zo’n twee weken van tevoren voordat ik de presentatie geef. Ga ik het nog een keer doornemen. En dan ga ik ‘m aanscherpen. Dat wil ik erin. Dat hoeft er niet in. Dit wil ik wel uitgebreid vertellen, dat kan wat korter. Dan heb ik uiteindelijk een heel verhaal op papier. Dan ga ik de tijd opnemen, ga ik klokken. En toen bleek, heel mooi, dat het zo’n 25 minuten duurde. Toen dacht ik ‘nou dat is mooi, want ik mag 25 minuten vertellen’. Nou kan het ook wel iets korter, dan is er ook nog gelegenheid voor vragen stellen en zo. Maar ik dacht ‘dit is een mooi verhaal, want dit kan daar precies in’.
En ik heb twee jaar geleden bij Optitrade een presentatie gehouden en dat mocht ik dan drie keer doen. Drie keer een workshop waar mensen kwamen, audiciens, om te luisteren naar mijn verhaal. Nou, dat is goed te doen. Maar vier dagen van tevoren, voor die Audiologie Marathon, kreeg ik een mailtje met daarin dat ik de workshop 6x mocht gaan geven! Maar dan 6x achter elkaar, zonder pauze tussendoor. Ja, elke keer 5 minuten voor het wisselen van dat de mensen heen en weer konden lopen naar een andere workshop. En dat is veel. Dat is intensief. En ik heb het wel gedaan. En na de zesde had ik echt zo van ‘hè, was dit de zesde al?’ Op een gegeven moment raak je gewoon de tel kwijt (ha). Maar het is gelukt.
En dat verhaal wat ik gedeeld heb daar, wil ik nu ook delen in de podcast. Er komen een paar dingen langs en ook de tips die ik heb gegeven aan de audiciens kan ik dan vertellen. Dan moet ik zeggen, toen we daar aankwamen, werd ik meegenomen naar de zaal waar ik mocht gaan vertellen. En ik kwam daarbinnen en het is een zaal met heel veel glazen wanden. Een mooie plek, het is een mooie zaal. Je kunt ook dan naar beneden kijken op het plein, het leveranciersplein, waar allerlei leveranciers stonden. Maar ik merkte al gauw dat de akoestiek niet prettig was. Ik had ook twee schrijftolken meegenomen. En toen die ook eenmaal binnen waren, in die ruimte, hadden die ook van ‘hé, maar dit is toch niet prettig en helemaal niet als je dat 6x moet vertellen!’ Als je het 1x moet vertellen, zou het nog kunnen, maar 6x, de hele middag in deze ruimte! Toen ben ik naar de organisatie gegaan en heb ik gevraagd ‘is er een andere ruimte?’ Want twee jaar geleden heb ik in een andere zaal gezeten, en die was prima qua akoestiek. En qua lichtval ook. En daar... dat vond ik heel prettig, dus, kan dat niet ook nu weer? Dat is toen geregeld, ik mocht naar die andere ruimte. En dat was heel erg prettig.
De presentatie begonnen we, als ik zei van ‘we gaan beginnen’ dan klonk er een piep. Een soort luide toon, waarbij mensen echt zo hadden van ‘hè, oeoeh’ die vonden dat vervelend. En heel af en toe was er iemand die toen had van ‘ja, oké maar dit is een workshop over tinnitus’, dus die hadden dat wel een beetje door. Maar een heleboel mensen hadden dat niet eens door, die vonden het alleen heel storend en verder niet. Dan had ik echt zo van ‘hè, jullie horen een piep? Is er dan iets met de techniek hier? En, nou uiteindelijk ging die piep weer over, want dat duurt ongeveer zo’n 30 seconden, en dan is het weer stil.
Maar toen kon ik echt beginnen. En ik vertelde dat ik twee jaar geleden op diezelfde plek heb gestaan. En ik had toen verteld over mijn radioprogramma ‘Hoor jij wat ik hoor?’ En hoe je een radioprogramma kunt maken als je gehoorverlies hebt. En deze week, van 2 tot en met 8 februari, is de week van het oorsuizen. Het is vandaag de eerste dag van die week, het was 2 februari, toen was de Audiologie Marathon. En hoe mooi is het dan, dat ik hier iets kan komen vertellen over tinnitus!? En vorige week heb ik het interview in mijn radioprogramma gedaan met iemand die zelf tinnitus heeft. En we hadden het toen over de stilte en zij vertelde, wat haar hielp is: door het geluid heen luisteren. En dat vond ik een mooie zin. Door het geluid heen luisteren. Dat was Yvonne Koopman, ik mocht haar interviewen. En zij heeft vrijuit verteld over haar tinnitus. En die zin van haar ‘door het geluid heen luisteren’ heb ik meegenomen naar die workshop dus. Maar is ook de titel van deze podcast.
Nou, daarna heb ik mij voorgesteld en ik heb verteld wat ik zoal doe. Ik heb verteld dat ik twee schrijftolken had meegenomen. Zij typen wat er gezegd wordt. En ik had twee tablets, aan weerskanten van mij. Zo kan ik zien wat er gezegd wordt. Dan hoef ik niet alles op gehoor te doen.
Nou, dat was eigenlijk de inleiding van mijn stukje en toen begon ik met het volgende: Klant komt bij de audicien en zegt: ‘ik hoor een ruis’. De audicien zegt: ‘Mwah, dat is tinnitus, daar kom je niet meer vanaf, leer er maar mee leven’. En ik kijk de zaal zo rond: ‘Zouden jullie dat dan zeggen?’ En dan zie je een beetje knikken en een beetje, twijfelen. Tegen mij werd dat gezegd door de audioloog in het audiologisch centrum, 26 jaar geleden. Hij kon mij niet helpen. Ik moest het zelf uitzoeken. Maar hoe doe je dat? Het was het jaar 2000, er waren nog geen boeken, er was geen internet, er bestonden nog geen behandelingen.
Maar wat kunnen jullie nu als audicien wél doen? Mijn eerste tip is dan: stel vragen: Wanneer hoor je dat? Sinds wanneer hoor je dat? Hoor je het af en toe? Door die vragen te stellen, voelt de klant voelt zich gehoord en gezien. Dus die vragen zijn wel belangrijk.
En wie van jullie heeft tinnitus? (in elke groep gingen er wel een paar vingers zo omhoog, een paar handen.) En dan gaf ik ook aan, dan herkennen jullie een beetje waar ik het over heb. Maar hoeveel mensen hebben tinnitus? In Nederland? Weten jullie dat? Opvallend was dat er weinig antwoorden kwamen, het leek wel alsof het niet bekend is bij deze aanwezige audiciens hoeveel of hoe vaak tinnitus voorkomt. Dus ik gaf het zelf aan. Ze zeggen dan, het is 1 miljoen, 2 miljoen of 3 miljoen. Maar is het dan 10% of 30% van de bevolking, of 30% van de volwassenen? Alle getallen zijn anders. Ik denk dat het er héél veel meer zijn! Mensen bij wie het geluid niet zo opvalt. Die er helemaal geen last van hebben. Die komen ook nooit bij een arts, audioloog of audicien. Dus zij worden helemaal niet meegerekend. En de kinderen dan, die van jongs af aan tinnitus hebben, worden die meegeteld?
Wat je kan doen als audicien, als de klant komt met tinnitus. Dan kun je doorverwijzen naar de KNO-arts en die kan dan kijken of er een onderliggend probleem is. Als je dat vermoeden hebt, ook als audicien? Doe dat dan. Verwijs door! Tinnitus zelf is een symptoom. Het is geen ziekte. Er is een knopje op ‘aan’ gezet, maar het ‘uit’-knopje is niet nog gevonden. Dat doe ik altijd met mijn handen, hè. Dan doe ik dat op mijn hoofd. Dan zet ik aan een hand, zet ik dan het knopje ‘aan’ en met mijn andere hand ben ik een beetje aan het zoeken, het knopje ‘uit’ is nog niet gevonden en dan heb ik mijn hand zo op mijn hoofd. We weten niet hoe tinnitus werkt in de hersenen en we kunnen het geluid dus niet uitzetten. We kunnen dus niets veranderen aan het geluid zelf. En dat maakt het zo moeilijk, dus de 2e tip die ik geef als je de klant serieus neemt dan kun je dus eerst doorverwijzen.
Maar wat is de oorzaak? Dat heb ik ook gevraagd aan de aanwezige audiciens. En dan gaven ze dat wel een beetje aan. Lawaai en trauma en vaak ook stress en opvallend is dat normaal gehoorverlies helemaal niet genoemd wordt. Er zijn wel 200 tot 400 verschillende oorzaken. Je mag wel van geluk spreken als je het helemaal niet krijgt!
Een aantal van die oorzaken is wel gerelateerd aan het oor en stress wordt ook vaak genoemd. Maar er zijn zo veel mensen die stress krijgen, dus heel veel mensen kunnen zomaar tinnitus krijgen! En tinnitus houdt ook geen rekening met waar je geboren bent, hoe je eruitziet, wat je karakter is of je talenten, of je rijk of arm bent, of je hoog of laag opgeleid bent, iedereen kan het zomaar krijgen.
Maar wat kun je doen als audicien? Tip 3: Als de oorzaak lawaaibeschadiging is, bijvoorbeeld na te veel geluid tijdens een concert, dan kun je het belang van goede gehoorbescherming uitleggen. Je kunt oordoppen op maat aanmeten met speciale filters erin. Er is dus heel veel mogelijk o...
17 Paula Hijne-Muller deel 2
2026/01/28
Dit is het tweede uur van het radioprogramma Hoor jij wat ik hoor, waarin ik zelf geïnterviewd wordt door Robert Weij. Onderwerpen zijn: het auteurschap, de drie boeken, de taal van de handen (NmG), 10 jaar op de radio en Equi Libre (evenwichtskunst). De techniek is gedaan door Han Koopman.
(eigen foto, in de studio met de drie boeken)
Volledig transcript
Dit is 'Hoor jij wat ik hoor?'. Met Paula Hijne.R: En dat programma wordt mooi gecontroleerd, ge-high-checkt door mij. - Door Robert Weij - wel even je naam noemen hè! (door elkaar).....
R: Dank je wel Paula. Welkom terug en wij zitten gezellig in onze tweede uur. In het eerste uur hoorden we hoe je van basisschool-klas en theater naar een heftige diagnose kwam. En uiteindelijk naar een eigen coachingspraktijk. Maar je deed meer dan praten, je begon ook te schrijven. We gaan het hebben over je boeken Paula. -Haha leuk! Haha! ha
R: Je schreef 'Ménière in balans' en 'Evenwicht, in uitvoering'. Waarom was het voor jou zo belangrijk de ingewikkelde wetenschap achter ons evenwicht begrijpelijk te maken voor iedereen? - Omdat ik zelf, nadat ik het boek 'Ménière in balans' had geschreven, daar gaat een stukje over dat evenwicht, want dat is een belangrijk onderdeel binnen die ziekte, dat daar ook de stoornis kan zitten. En ik had het opgeschreven en ik dacht: het klopt wel wat er staat, maar ik snap het nog niet. Hoe zit het nou precies? En ik ben het toen gaan navragen bij een kno-arts in het MUMC in Maastricht. De evenwichtsexpert van Nederland. En ik heb hem bepaalde vragen gesteld en ik kwam erachter hoe ingewikkeld dat zit, maar ook hoe duidelijk hij dat kon uitleggen.
Alleen, ik kon daar nog niet de juiste informatie over vinden in een boekvorm ..ehm.. op internet, het was niet te vinden. En toen heb ik gezegd: 'dan ga ik zelf dat boek schrijven, waarin ik uitleg hoe dat evenwicht en het evenwichtssysteem in ons lichaam helemaal werkt.' En ik heb hem -diezelfde kno-arts- gevraagd van 'wil jij mij daarbij helpen?' En toen zei hij al: 'Ja, ik wil heel graag dat boek zelf schrijven, maar ik heb daar geen tijd voor. Dus heel goed dat jij dat gaat doen!' Dus hij heeft me op die manier geholpen. En dat was nodig. Samen met een collega van hem om dus alles wat ik schreef, om dat ..ehm.. te checken of dat wel klopte op de manier waarop ik het had geschreven. Want ik wilde dat in een hele begrijpelijke taal. Geen Jip en Janneke, maar ik noem het dan huis-tuin-en-keuken-taal, zodat het voor heel veel mensen begrijpelijk is.
R: En ook voor de slimme leerlingen in de klas met verdiepte teksten er in die wat complexer zijn. - Dat sowieso.
R: De techniek, toch ook in de kadertjes? - Ja, er wordt heel veel uitgelegd, ook tot celniveau hoe dat in dat evenwicht, in het evenwichtssysteem zit. Dus je wordt aan de hand meegenomen. Het is niet meteen een heel medisch verhaal, het wordt in kleine stukjes opgebouwd. En jij weet dat, want jij hebt mij meegeholpen met het maken van de podcast over (haha) van dit boek.
R: Ja hè? Daar komen we straks ook nog over. Dat is duidelijk. Want dat is iets wat ons meer samen ..ehm.. ja bindt om het zo maar te zeggen. Maar het fascinerende vind ik dat je, dat je zeg maar die vorm hebt gekozen om te zeggen: oké, dat is er niet, maar ik vind het belangrijk dat het er komt. Dat je die constatering hebt gemaakt. - Ja.
R: En dat je de noodzaak voelde. - Dat sowieso ja en dat ik dat aangedurfd heb, geen idee. Ik weet wel, het eerste boek is toen door een uitgever uitgebracht. En die heeft toen, dat ik met dit idee kwam, want ik ben eerst bij die uitgever, ben ik bij hem, kwam ik en ik zei van: ‘dit wil ik gaan doen.’ Hij zegt: 'is goed, ga het maar doen.' Achteraf had hij op een gegeven moment, toen waren we samen in Maastricht geweest bij die kno-arts, want hij wilde ook wel eens weten van, met wie hebben we dan te maken en zo. Maar toen zei hij: 'ja, maar ..ehm.. een heel dik boek gaat het niet worden. Je mag wel een dun boekje maken en dan kun je daarna op internet allerlei extra informatie doen.' En toen dacht ik: nee, maar dat wil ik niet. Dus toen heb ik hem later daar weer over aangesproken, van 'nou ik wil toch een uitgebreid boek maken'. Dat heb dan gedaan, zonder dan dat hij dat als uitgever ging uitbrengen. Toen is hij nog wel bij mij geweest toen het boek klaar was. En hij ziet het boek en hij gaat het bekijken, hij zegt: 'Ben ik blij dat je eigenwijs bent geweest (haha) dat heb je mooi gedaan.' Hij heeft meteen een stapel boeken meegenomen om ze zelf weer te kunnen verkopen. Echt geweldig! Dus ik heb het wel goed gedaan dus.
R: Ja. Ja. Duidelijk ja, dat was een mooie blijk van herkenning van hem? - Ja.
R: Wat was de gedachte: ik ga een boek maken? Wat gebeurt in je hoofd, speelde dat al langer of heeft iemand in het verleden wellicht een keer tegen je een suggestie gedaan van: jij zou het eens op moeten schrijven? - Ik heb wel als kind altijd wel bedacht dat ik ooit een boek zou schrijven. En binnen het onderwijs ook wel, alleen wist ik nooit precies waarover. Er waren toen al zoveel kinderboeken. Op een gegeven moment was Harry Potter ook al geschreven (haha) dus...
R: Gemiste kans! Haha! ha. - Op een gegeven moment had ik zo van: nee, er zit geen auteur in mij. Maar toen ik thuis kwam te zitten, in het hele proces van zelf weer opkrabbelen en ook dat hele coachingsgebeuren ging doen, mensen begeleiden, kwam ik tot bepaalde inzichten en toen hadden mensen, cliënten ook van: hoe jij dat uitlegt, schrijf dat eens op!! En daar is toen op een gegeven moment een zaadje geplant, doordat mensen dat tegen me zeiden van: hé, maar kan ik daar dan een boek over schrijven? En toen heb ik die uitgever gevraagd, via de Stichting Hoormij was dat toen, van: er is eerder een boek verschenen bij die uitgever, via de Stichting Hoormij en die man die sprak mij en hij zei echt: 'wat een goed idee, over Ménière, daar hebben we niks over en zo.' De ziekte van Ménière hè, 'Ménière in balans' dat boek. En hij zegt: 'Ga maar schrijven, toe maar, ga maar gewoon schrijven. En dan zien we wel wat ervan komt.’ Maar ja, ik ben dan wel juf, dus het gaat wel natuurlijk in gestructureerde... (haha) en het moest ook meteen goed qua spelling en zo. Dat blijft dan toch in je zitten. En ik ben wel gaan schrijven, maar wel meteen met een soort bepaalde structuur en met een model. En ja, dat is uiteindelijk dat boek geworden. Met al die inzichten die ik zelf had opgedaan in al die jaren.
R: Zat er al een stip op de horizon toen je begon of heeft die zich gevormd? - Die heeft zich gevormd. Ik wist zelf echt niet waar ik uit zou komen. En dat is ook weer dat je dan wel zo'n uitgever hebt die zegt 'begin maar gewoon en wie zien wel waar we uitkomen'. En hij had voorbeelden van andere mensen waar hij járen mee bezig was, om de structuur helder te krijgen en wat dan ook. Die tijd wilde hij mij ook wel geven, dus prima. Maar dat was helemaal niet nodig, want uiteindelijk, toen ik zelf op dreef was (ha) ging dat vanzelf op de een of andere manier. En toen is dat wel via hem bij een redacteur terecht gekomen. En toen was het heel spannend, van: klopt het nu dan wel? En die redacteur die gaf het terug en er is één klein hoofdstuk gesneuveld. Want ze zegt: 'dat staat daar en daar allemaal al.' En de rest is gewoon gebleven zoals het was. Nou oké, ik heb een boek geschreven wat gewoon klopt.
R: Je eerste boek was een echte ontdekkingsreis, ook het schrijven van het boek. Als je je coachingspet opzet en zegt van ..ehm.. 'wat zou ik willen meegeven aan mensen die met die urge lopen om een boek te schrijven, ..ehm.. om ze te helpen of om ze, ..ehm.. ja te helpen om tot het punt te komen en hoe je dat dan structureert? - Wat ik dan zelf als tool zou aangeven is: begin met een soort mindmap. Dat is met elk boek, trouwens met elk project waar ik mee begin. Je zet dat woord, dat doel wat je hebt, zet je middenin neer en dan ga je al die aspecten die daarvoor nodig zijn, zet je daaromheen. En alles wat je erom heen zet ga je weer verder uitwerken. En dan heb je een soort overzicht van waar je allemaal mee bezig kunt zijn. En dat kan zijn inhoud van het boek, maar het kan ook zijn dat het gaat over van oké, ik wil een boek schrijven, waar heb ik allemaal mee te maken. Dan zijn het weer allerlei andere punten. Zo kun je verschillende mindmappen maken. En ik vind dat heel fijn werken. Er zijn andere mensen die alleen maar lijstjes achter elkaar willen maken. Dan is dat prima. Maar begin met het noteren van wat je belangrijk vindt wat er allemaal in kan komen.
R: Ja, zo'n mindmap dat kun je googlen, wat dat is en hoe je dat kan doen. Maar die geeft meer dimensies als een sequentieel lijstje? - Ja. Sowieso. Dat vind ik zelf heel fijn. Je haalt daar de hoofdstukken uit eigenlijk al, die belangrijk zijn.
R: Ja, duidelijk. Heeft het, hoe voelt het eigenlijk dat je jouw mensen of jouw woorden door andere mensen gelezen worden? En ..ehm.. dat mensen helpt om een balans terug te vinden? - Nou, het mooiste is dat toen het eerste boek uitkwam, dat mensen dat lazen en die zeiden van: ik hoor het je gewoon zeggen. Toen dacht ik: dan klopt het gewoon, dan is het precies datgene wat ik wil overbrengen, komt bij de ander zó aan, dat ze mijn stem al daarin herkennen, hoe het is geschreven.
R: Ja, je zegt: ik hoor het je zeggen, maar dat geldt natuurlijk voor de mensen die jou kenden? - Ja dat klopt. Dat is natuurlijk wel de mensen die weten op welke manier ik vertel, hoe ik dingen uitleg, dat klopt. Er zijn wel heel veel andere mensen waarbij het ook heel aansprekend is, het boek. Want het wordt niet voor niks gekocht. Het is ook het enige boek ook, 'Ménière in balans', is het enige boek dat daarover gaat. Over de ziekte van Ménière. En hoe ga je daar dan ..ehm.. mee om? Er is geen enkel boek die daarop lijkt! Dus dat maakt het ook wel, het is een uniek boek en zodoende dat...
16 Hier in het nu
2026/01/21
De muziek die ik heb gekozen voor het interview, ter ere van het tienjarig bestaan van het programma Hoor jij wat ik hoor, kan ik niet laten horen in de podcast. Ik kan er wel over vertellen. Deze muziekkeuze zegt veel over mij.
Ik ben een titel vergeten te noemen. Dat is het derde nummer, van Stef Bos: Opeens staat alles til.
(foto Robinotof)
Volledig transcript
Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 10, aflevering 16: Hier in het nu.
De vorige aflevering ben je misschien wel geschrokken dat je de jingle hoorde van het radioprogramma 'Hoor jij wat ik hoor?'. Ik ben namelijk geïnterviewd in mijn eigen radioprogramma, omdat 'Hoor jij wat ik hoor?' al 10 jaar bestaat. Ik maak al 10 jaar dit radioprogramma. En het was voor mijzelf ook een hele vreemde gewaarwording dat ík werd geïnterviewd en dat al die vragen aan mij gesteld werden, die ik anders altijd aan de ander vraag. En in die aflevering die ik hier in de podcast hebt neergezet, dat is het eerste deel, het eerste uur van 'Hoor jij wat ik hoor?'. Maar dat is zonder de muziek, want die muziek die mag ik niet gebruiken in de podcast. Het heeft te maken met Buma stemrechten en zo.
Ik mocht nu dit keer zelf de muziek uitkiezen. En dat doe ik bij elke opname. En de muziek die ik kies, dat is muziek die past bij de gast die ik heb uitgenodigd. Bij het thema waar het over gaat. De omstandigheden van de gast. Het seizoen waar we inzitten. En ik kies meestal voor rustige muziek, want dat radioprogramma wordt 's avonds uitgezonden en dan is het fijner dat het rustig is. Helemaal, het is van 8 tot 10. Als je om 10 uur nog een heel druk nummer zou horen, lijkt me niet fijn. Én ik kies ook graag Nederlandstalige muziek, want dat begrijp ik zelf veel beter.
En zo zijn er in mijn radioprogramma ook vaak hele andere liedjes te horen dan je gebruikelijk op de radio hoort. Het eerste lied dat moet altijd een gezongen lied zijn. En het laatste nummer dat moet een instrumentaal nummer zijn, omdat als het uur al om is, dan is er een overgang naar de reclame en het nieuws en dan willen ze niet dat dat binnen de tekst afgebroken wordt, dan kun je instrumentaal eerder afbreken.
Ja, en ik kan die muziek dus niet laten horen hier in de podcast. Maar ik kan er natuurlijk wel over vertellen! En dat doe ik dan in deze aflevering. Want de muziekkeuze, die ik gemaakt heb voor mijn eigen radioprogramma, ja dat zegt wel heel veel over mij. En de titel van deze aflevering heet dan: Hier in het nu. Dat is een regel uit de tekst van een van die liedjes die in het 2e uur gedraaid gaat worden. Maar ik begin natuurlijk bij het eerste uur en bij het eerste nummer. Ik kan er ook meteen een beetje omheen vertellen, wat ik daar over gevonden heb. En als je het leuk vindt, kun je natuurlijk die muziek zelf gaan opzoeken en dat ook eens gaan beluisteren.
Het eerste nummer wat ik gekozen heb, is: Heb het leven lief. En wat blijkt nou? Dit lied dat is niet een nieuw lied in het Nederlands, dat komt uit het Frans. Het is gezongen ooit door de Franse zanger Florent Pagny, in 1997. En toen is het zelfs een nummer 1 hit geweest in Frankrijk. Han Kooreneef die heeft dit lied bewerkt voor Liesbeth List. En in 1999 heeft Liesbeth List dit gezongen, Heb het leven lief. Het was ook het levensmotto van haar. En in 2017 zong Elske DeWall dit lied in de Passion en dat is een geweldige uitvoering! Toen hoorde ik dat lied voor het eerst. En dat heeft me zo gegrepen, ook de manier waarop zij dat zong en ook de beelden die daar dan bij zijn, als je dat nog kan vinden; de Passion 2017.
Vanaf dat moment is het ook mijn levensmotto geworden. Heb het leven lief. Ja, en ik vind dat dus een geweldige zin. Die zin heb ik volledig omarmd. In die tekst zingt zij dan ook: ‘Als de stormwind gromt en als de lente komt, en verberg je niet.' Dat wil natuurlijk zeggen van alles wat je overkomt, verberg je niet, het overkomt je, ga daarmee om. En dan ook: ‘Je kunt uit je as herrijzen. Het geluk van het moment, zet een streep door het verleden. En wees niet bang.’ En dat 'uit je as herrijzen', dat komt later in het programma nog weer terug, omdat ik daar dan zelf ook over vertel. Het was heel mooi dat de interviewer, Robert Weij, ook die vragen heeft gesteld over dat kantelpunt in mijn leven.
Maar het begon over mijn jeugd, dat heb je gehoord als je aflevering 15 geluisterd hebt. En het tweede nummer wat ik gekozen heb, is van Laïs Lenski. Laïs Lenski is een combinatie van de naam Laïs, dat is een groep dames die samen zingen en Lenski. Lenski is de naam van Simon Lenski, en dat is een cellist, hij speelt cello op de cd, waarbij de titel dan is: Laïs Lenski. En deze cd, die hebben wij hier in huis. In 2009 hadden we die al. En die heb ik heel vaak geluisterd, omdat het een beetje mysterieus is en ja, gewoon mooi! En het nummer wat ik gekozen heb is: Hymne. Hymne dat is een woord voor een plechtig lied, een lofzang. En die 3 dames die zingen dat. En het begint dan met die cello. En het zijn maar 4 regels die in dat liedje zitten en dat doet me denken aan het mantra zingen. Ik doe dat graag, mantra zingen, doe ik geregeld. En wat mij dan aanspreekt in Hymne, is dat ze zo door elkaar heen zingen. En dat doe ik ook heel graag als we mantra zingen, dan ga ik ook een beetje buiten de lijntjes zingen en zo en dat mag ook en dat vind ik heerlijk om te doen.
Dit nummer Hymne, is ook eigenlijk een cover, net als bij het lied ‘Heb het leven lief’ wat uit Frankrijk kwam. Dit is een nummer ..ehm.. experimentele folkmuziek, was dat. Het is een cover van Noises. En dat duurde maar 1 minuut 48, een heel kort nummer. Maar zij hebben dat veel uitgebreider dan gemaakt. En de tekst in het Nederlands is: 'Wie verandert, wie komt, wie neemt je hand, wie houdt van mij, wie zaait en wie verkoopt de zaden?' En dat dan ook door elkaar heen. Als je het leuk vindt, luister dat nummer eens.
Het volgende nummer wat ik gekozen heb, is een nummer van Stef Bos. Ja Stef Bos maakt geweldige teksten. En ik gebruik heel vaak liederen van hem in het programma 'Hoor jij wat ik hoor?'. Er is altijd wel een tekst namelijk die past bij de persoon of bij het seizoen of waar het dan over gaat bij het onderwerp. En ook dit keer vond ik een tekst die helemaal volledig bij mij past. Het is een nummer uit 2025, dus een heel nieuw nummer. En dit lied heb ik gekozen naar aanleiding van dat kantelpunt. Waar ik het net ook even over had. En Bos, Stef Bos, heeft de woorden zo gekozen, dat ze naadloos passen bij hoe dat is gegaan! Wat hij dan ook zingt is dan: 'Je ziet jezelf in de spiegel. Gedachten vliegen uit de bocht. Je komt niet uit je woorden, en elke zin die schiet te kort. Want alles wat je lief is, hangt aan een zijden draad.' En een stukje verder: 'Je raapt jezelf weer bij elkaar, staat op en gaat weer door. Niet bang om te vallen. Ook al dans je op een koord.'
Dat dansen op een koord heeft natuurlijk met evenwicht weer te maken. En dat is ook naar aanleiding van dat schilderij, daar heb ik het wel eens eerder over gehad. Dat schilderij, daar heb ik het, even kijken hoor, seizoen 2, aflevering 2 'Ik zie ik zie, wat jij niet ziet' praat ik uitgebreid over de vuurvogel. Het schilderij wat ik gezien heb in het Gronings museum en daar heb ik ook over verteld, dus in deze radio-uitzending. En dat past ook bij dit nummer van Stef Bos.
En het volgende nummer, is ook trouwens een heel nieuw nummer, uit 2025, is van HAEVN. HAEVN schrijf je met hoofdletters: H A E V N. Het is een Engelstalig nummer ‘Get up’ en als het een buitenlandse tekst is dan lees ik dat altijd heel goed door. En zo nodig vertaal ik dan ook de teksten om beter te begrijpen wat er dan gezongen wordt. Dat heb ik ook bij dit nummer gedaan. En HAEVN is van oorsprong een Nederlands muziek-duo. Daar ben ik pasgeleden achter gekomen, dat wist ik niet eens! Marijn van der Meer die zingt dat. Hij heeft een warme, beetje rustige stem en het is ook heel prettig om naar te luisteren. Samen met Jorrit Kleijnen. Samen zijn zij HAEVN. Ze maken gebruik ook van een heleboel andere instrumenten, van een heleboel andere muzikanten om zich heen en soms met een heel orkest. En dat maakt dat ze echt hele mooie muziek ook hebben gemaakt. Ook van HAEVN draai ik geregeld iets in mijn radioprogramma.
Maar dit liedje, 'Get up', heeft een paar teksten die ook passen -toen ik vertelde over, na dat kantelpunt dat ik weer aan het opkrabbelen was- want wat er dan gezongen wordt: 'Soms moet je breken om weer helemaal op te staan' en ook: 'Sta op het is in orde. Sta op het is veilig. We zijn op reis waar niets hetzelfde blijft. Bij elke stap die je zet, blijf ik bij je.' Zó mooi! En dan: 'Blijf ik bij je, bij elke stap die je zet', dat doet me dan heel erg denken aan mijn man die toen bij me was. En bij de jongens die toen bij wij in huis waren. Dat die ook voor mij zorgden. Bij wat ik deed, zij zijn bij mij gebleven.
En het laatste nummer van het eerste uur, daar ben ik mee begonnen met een lied. Dat was een heel kort nummer, dus als er nog tijd over was, dan kon daarna een instrumentaal nummer nog komen. En ik heb toen gekozen voor een nummer van Justin Samgar. Spoken word. Toen ik spoken word voor de eerste keer hoorde, van een artiest die dat dan op die manier deed, daar moest ik enorm aan wennen. Ik had zoiets nog nooit eerder gehoord. Spoken word, gesproken woord. Dat is een soort, ja een zingzeggen, beetje declameren. En dat van poëzie, van mooie teksten. En dit nummer van Justin Samgar is een heel kort nummer: In beweging. Op YouTube vind je dan de tekst ervan. Justin Samgar dat is een dichter, een woordkunstenaar. En hij is ook spreker, hij vertelt ook heel graag. Hij heeft heel veel meegemaakt in zijn leven. Ook hoe zijn leven begonnen is en zo. Alles is helemaal anders dan wat ik heb meegemaakt....
15 Paula Hijne-Muller deel 1
2026/01/14
Tien jaar
Deze aflevering is het eerste uur van het radioprogramma 'Hoor jij wat ik hoor?' uitgezonden door de Lokale Omroep Zeewolde. Dit programma maak ik met veel plezier vanaf januari 2016. Deze maand was het een speciale uitzending. Ik ben geïnterviewd door Robert Weij, in mijn eigen programma.
Ik stelde dit keer niet de vragen. Ik hoefde geen muziek aan te kondigen en de tijd in de gaten houden. Heel vreemd en heel leuk.
Ik vertel over mijn jeugd, het onderwijs, creativiteit en theater, het kantelpunt in mijn leven, over sleutelmomenten en de nieuwe keuzes die ik heb gemaakt.
In deze podcast staat niet de muziek. In aflevering 16 vertel ik over mijn muziekkeuze.
(Eigen foto, in de studio van de LOZ, van het schilderij waar ik over spreek in het interview)
Volledig transcript:
(Jingle) Dit is 'Hoor jij wat ik hoor?'. Met Paula Hijne. Maar vandaag doen we het even helemaal anders. Normaal gesproken is zij degene die de vragen stelt. Maar in januari ‘26 viert ze een opmerkelijke mijlpaal: 10 jaar 'Hoor jij wat ik hoor?' Ik zit hier met Paula Hijne-Muller, geboren in de herfst van 62. Een vrouw van het theater, van het onderwijs. Een vrouw die letterlijk uit het evenwicht... uit evenwicht werd gebracht, om daarna een nieuw fundament te vinden. Wij kennen elkaar nu 5 jaar. En werkten samen aan je eerste luisterboek. Hé Paula vandaag hoor ik jou. Welkom in je eigen studio.
- Ja ja, dank je wel Robert. Het is ook heel raar dat jij mij nu aankondigt terwijl in mijn programma begin ik altijd na de jingle. Haha!
R: Mooi hè. - Ja het is even wennen.
R: Laat het maar even lekker onwennig voelen, zeg ik dan maar. - Ja, oké.
R: Je bent een kind van de herfst van 62. Als buurmeisje gaf je al leiding aan Scouting en reddingsbrigade. ..ehm.. zat dat zorgen voor en leiden van, zat het er eigenlijk altijd al in?
- Ik ben wel oudste in het gezin. Maar ik weet niet of ik echt voor mijn zusjes gezorgd heb. Ik heb 2 zusjes onder mij, een tweeling. Daar heb ik nooit echt zo voor gezorgd. Maar wat ik wel van jongs af aan gedaan heb, is, als er een verjaardag was en er moest iets georganiseerd worden, dan was ik degene die het organiseerde. Ik zorgde ervoor dat er spelletjes waren. Dat alles klaarlag. Dat ik van tevoren al had bedacht: we gaan dat doen en we gaan dat doen en dat is leuk! En dan ook zorgen dat dat mogelijk was. Want dan heb je ook al die spullen nodig. En dat regelde ik allemaal. Dat heb ik van jongs af aan gedaan. Dat was ik zelf vergeten, totdat een vriendin dat onlangs tegen mij zei van: ‘maar weet jij dat jij vroeger dat deed?’ En ja, jij weet dat nog omdat dat heel bijzonder was en ik vond het heel gewoon om dat te doen of zo. Dus ik heb dat dus altijd wel gedaan.
R: Dus het zit eigenlijk al in je? - Ja.
R: En geldt dat ook voor de Scouting? - Bij Scouting was het zo dat ik zelf ..ehm.. eerst kabouter ben geweest in een... Met diezelfde vriendin dat ik meeging naar toen... padvinderij was het nog.
R: Leeftijd? - Dat was toen.... we kwamen in Vianen wonen toen ik 9 jaar was, dus ik denk dat ik met 9 of 10 jaar meeging naar de padvinderij. En dat vond ik al heel leuk om te doen. En ik weet dat ik daar ook al binnen mijn eigen clubje, want dan heb je van die kleine groepjes binnen die kabouter-groep, grote groep - dat ik daar ook al altijd dingen aan het regelen was. En liedjes maken. Haha!
R: Je lacht erbij. Ja... Komt er een liedje naar boven? Haha! - Nou, ik heb pasgeleden het boekje weer gezien van de kabouters hoe het ging en ik geloof dat ik ..ehm.. de elfjes was of zo, bij de elfjes hoorde. In ieder geval op een gegeven moment.
R: Dat is dan een groepsnaam? - Ja een groepsnaam binnen die kaboutergroep. Later is dat anders geworden, want toen was het Bambilië, een soort land, fantasieland. Maar op een gegeven moment ging ik mee op Scoutingkamp met de kabouters, omdat ik zelf toen net eentje hoger was. ..ehm.... de verkenners, maar dat heette anders bij de meisjes. (Padvindsters-red). Maar dat deed ik en toen hebben ze gevraagd: ‘wil jij leidinggeven aan een kaboutergroep?’ Toen was ik nog 15 jaar of zo. En toen ben ik al met een kaboutergroep begonnen. Toen mocht ik die al begeleiden.
R: De hele groep? - De hele groep op zaterdagmorgen. En ik ging dus al met een groep van 30 kinderen op kamp toen ik 15 jaar was en was ik de hoofdleiding. Ik snap nu nog steeds niet hoe ik dat toen ooit heb kunnen doen, maar dat was wel het geval (ha). Dus zo ben ik die hele Scouting ingerold en heb ik daar dus ook heel lang leidinggegeven.
R: Zit er ook een Pipi Langkous in je wat dat betreft? Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik kan het wel. Of kon je het eigenlijk al wel? Zat die eigenschap er wel in?
- Ja, die zal erin gezeten hebben. Dat heb ik verworven door al die dingen steeds te doen. Het is toch steeds heel veel herhalen, door elke keer die dingen te organiseren. En ik denk dat ik het altijd voor mezelf altijd wel goed georganiseerd had. Ook in mijn eigen kamer, met alle dingen die ik daar wilde regelen. Ik dacht er ook over na, als ik iets anders wilde doen: hoe ga ik dat dan doen? Ik ben nooit zomaar in het diepe gesprongen. Ik heb wel altijd van tevoren bedacht: hoe ga ik dit aanpakken? Lijstjes maken, over nadenken. Dus het is nooit zo maar... En bij de Scouting was dan weer één van de andere leidsters die toen zei van ..ehm..: ‘eigenlijk zou je naar de pedagogische academie moeten gaan’. Ik zei: ‘hoe zo?’ ‘Ja, je zou heel goed op school kunnen lesgeven.’ ‘Oh’. En toen was mijn eigen keuze natuurlijk op een gegeven moment, middelbare school, ja, even na de middelbare school, logische stap was dan toch pedagogische academie, ja.
R: Maar wel gestart dus, het vonkje, het zaadje was geplant door iemand die dat in jou zag? - Iemand die dat al noemde ja. Want ik wilde eigenlijk de technische kant op, omdat ik toen een vriendje had die heel veel in die technische kant zat. Maar toen had ik zelf al op een gegeven moment door, toen zij dat zei van 'je zou dat heel goed kunnen' dat ik wel zoiets had van ja...
R: Dat klopt. - Ja, daar heb je wel gelijk in. Ik ga dat doen.
R: Mooi. En ..ehm.. heb je ook, wat dat betreft nog iets van waarvan je zegt: hmmm, dit komt bij één van mijn ouders vandaan? - Dat heb ik me altijd afgevraagd, maar er is niemand verder in mijn familie die het onderwijs in is gegaan. Ook niet ..ehm.. het leidinggeven en zo. Nou weet ik wel, mijn vader heeft altijd wel een verantwoordelijke baan gehad, dat ie andere mensen wel moest aansturen. Maar dat heb ik nooit zo meegemaakt. Nooit bewust meegemaakt, dus ik weet het eigenlijk niet. Dus ik denk dat ik het toch zelf verworven heb en dat het wel ergens erin heeft gezeten. Maar het kan ook best zijn, mijn moeder was wel goed in het organiseren, als het gaat om het koken bijvoorbeeld, dat ze heel precies wist hoe ze dat moest doen. ..ehm.. Ze kon kleding heel goed naaien, wist ze ook precies hoe ze dat moest doen. Dus er zit wel iets van dat goed kunnen organiseren, zit er wel in. Maar ik denk dat mijn moeder te weinig mogelijkheden heeft gekregen om dat verder uit te bouwen.
R: Dat zit in die generatie ook wat meer erin hè denk ik? - Klopt, ja zij moest toch meer thuisblijven en voor de kinderen zorgen, in plaats van zelf aan het werk gaan en zo. Ja.
R: En jij hebt denk ik het geluk gehad dat de generatie waar jij uit voortkomt, dat je al in het onderwijs mocht gaan en dat als je daarna een relatie kreeg dat je niet ontslag moest nemen? - Neeeeee, gelukkig niet! Haha!
R: Want dat was 10 jaar daarvoor nog het geval hè? - Klopt ja. Ik mocht wel ..ehm.. gewoon gaan werken en samenwonen en zelfs op een katholieke school, dat kon ook allemaal, was heel gewoon. Ik heb nog wel meegemaakt, toen ik zwanger was, wilden ze niet dat ik terugkwam in een deeltijdbaan en daar heb ik nog heel veel voor gevochten, wat niet gelukt is. Dus ik kon daar ook niet blijven werken. Dat is wel een heel issue nog geweest. Echt lastig. En ik had het zelf helemaal voor elkaar. Ik had een deeltijd... iemand die dat parttime met mij wilde doen, hadden we allemaal gesprekken al over gehad, dus het was al geregeld. Maar de leiding die wilde dat toen niet en ik heb het niet voor elkaar gekregen. Dus toen... En daarom zijn we ook wel weggegaan waar we toen woonden, Maarssenbroek, dat we in Zeewolde zijn komen wonen.
R: Ja, toen al. Ja, en dat is gelukkig wel allemaal veranderd hè? - Ja ja ja.
R: Je hebt lesgegeven aan groep 1 tot en met 4, veel? - Ja, sowieso ..ehm.. ik ben begonnen in groep 3 ooit. En in groep 3, dan op een gegeven moment krijg je groep 3-4, die combinatie. Af en toe was het uitstapje naar groep 7, omdat ik daar bepaalde lessen mocht geven, ook met gym en muziek en zo, in groep 7-8. Want toen was het net groep 1 tot en met 8 geworden hè, toen ik net ging werken.
R: Daarvoor was het eerste tot en met zesde klas hè? - Ja. En had je kleuters nog. En toen kwam het net allemaal bij elkaar. En hier in Zeewolde ben ik gaan werken, in eerste instantie ook invallen groep 3 en zo, wat ik gedaan heb. En daarna heb ik een paar jaar kleuters gedaan, groep 1-2. Wat ik ook heel leuk vond! Ja.
R: Dus met kinderen werken. In die tijd ..ehm.. zijn er ook kinderen van 6 geweest die jou iets moois geleerd hebben? - Oh ongetwijfeld! Sowieso heb ik van heel veel kinderen dingen geleerd. Ik heb ze zelf natuurlijk heel veel dingen uitgelegd. Maar ik denk dat ik elke dag wel iets leerde van wat er gebeurde in zo'n klas. En dat had dan te maken, nou, wat me nu dan te binnen schiet, ik heb een meisje in de klas gehad. We zaten met z'n allen in de kring en dat meisje vond het moeilijk om gewoon stil te zitten op haar stoel. Die hing gewoon af en toe onder de stoel, die lag onder de stoel en toen dacht ik: als ik er geen aandacht aangeef, is het gewoon prima dat zij dat doet, wa...
Podcast reviews
Read Evenwicht, je leven podcast reviews
Podcast sponsorship advertising
Start advertising on Evenwicht, je leven relevant audience podcasts
You may also like to advertise on these Podcasts

4.4371061566
The Megyn Kelly Show
SiriusXM

4.888901269
Fearless with Jason Whitlock
Blaze Podcast Network

4.8118931000
Mind Pump: Raw Fitness Truth
Sal Di Stefano, Adam Schafer, Justin Andrews, Doug Egge

4.8102131585
Tara Brach
Tara Brach

4.541561215
Something You Should Know
Mike Carruthers | OmniCast Media

4.513841343
Strictly Anonymous Confessions
Kathy Kay

4.8292781897
Fantasy Footballers - Fantasy Football Podcast
Fantasy Football

4.62382612
Football Weekly
The Guardian

4.45387666
Two Judgey Girls
Two Judgey Girls

3.8258501152
The Viall Files
Nick Viall