1553081814
Evenwicht, je leven

Advertise on podcast: Evenwicht, je leven

This podcast has
235 episodes
Language
Dutch
Publisher
Paula Hijne
Explicit
No
Date created
2021/02/10
Latest episode
2026/10/21
Average duration
12 min.
Release period
7 days

Description

Evenwicht, je leven De podcast over het zintuig evenwicht.  Ervaringen en informatie over ons zintuig evenwicht. De evenwichtsorganen in ons binnenoor zijn onderdeel van een complex evenwichtssysteem, waardoor we alles kunnen doen wat we doen. Elke actie is namelijk mogelijk door dit bijzondere zintuig evenwicht.  In deze podcast komt ook het psychisch evenwicht aan bod. Kortom, evenwicht in de breedste zin van het woord.  'Evenwicht, je leven' is de podcast van Paula Hijne. Zij is auteur van het boek 'Evenwicht in uitvoering, hoe ons evenwicht werkt'. https://evenwichtinuitvoering.nl/

Unlock Evenwicht, je leven podcast Email contact info,
Listeners & Audience details

Email contact information

Direct podcast contact details

Listeners

Audience numbers & engagement insights

Audience details

Podcast Insights

Podcast episodes

Check latest episodes from Evenwicht, je leven podcast


15 Varia
2026/10/21
Een zeer gevarieerde aflevering naar aanleiding van teksten die ik eerder heb geschreven. Sommige verhalen had ik ook nu kunnen schrijven. (eigen foto van verschillende schrijfsels) Volledig transcript: Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 14: Varia. Varia, dat wil zeggen dat het van alles wat is. En dat is deze aflevering ook. Ik heb in aflevering 12 verteld over visuals naar aanleiding ook van de 100 dagen schrijven. De Schrijfgong die ik in 2014 heb gedaan. Toen heb ik 100 dagen achter elkaar een bladzijde geschreven naar aanleiding van een afbeelding. En er staan in dat schrift nog meer interessante verhalen en sommige verhalen die zou ik ook nu zo nog weer hebben kunnen schrijven. En andere verhalen zijn ook echt uit die tijd, daar is dan best een heleboel aan veranderd. Ik ga het gewoon ..ehm.. vertellen aan je. Ik ga een paar van die dagen nog weer noemen. Dat gaat onder andere ook wel over mijn fysieke evenwicht. Het kan gaan over het communiceren met gehoorverlies. Het gaat alle kanten op. Vandaar de titel van deze aflevering: Varia. Dan begin ik. 2014, dag 41. We hebben een rondje gewandeld na het eten en dat doen we wel vaker. Vroeger deden we dat nauwelijks. En vroeger bedoel ik mee, voor 2006. Voor dat jaar en ook in 2006 nog tot en met september, was ik minimaal twee avonden per week uit huis. Ik was soms zelfs vier avonden weg. En dan overdag aan het werk, ..ehm.. het huishouden doen, de opvoeding van de kinderen. Vanaf september 2006 was ik ineens elke avond thuis. Trouwens ook elke dag overdag. En een paar jaar ben ik toen niet het huis uit geweest. De wereld wordt dan wel heel klein. Heel weinig ontmoetingen en ook weinig verkouden in die periode. Ergens was dat ook wel fijn. De dingen doen die je op dat moment kunt, in eigen tempo. En ook al waren er in het begin hele vervelende dagen, continu die aanvallen, huilbuien, de hele dag niet weten wat je moet doen. Maar wat vooral is blijven hangen, zijn de dagen die voorbij vlogen. Zonder dan bijzondere inspanningen, het was rust. Het was volkomen rust!  En heel voorzichtig stap voor stap ben ik andere dingen gaan oppakken. Ben ik weer naar buiten gegaan. Ben ik weer mensen gaan ontmoeten. En omdat ik niet meer in het onderwijs kon werken, ging ik nieuwe mensen ontmoeten. Ik ging reizen met het openbaar vervoer. Had ik al jaren niet gedaan. Vanaf die tijd ging ik dat wel doen. Ik ging ander werk doen. En steeds weer kwam ik dan thuis en dan was het weer zo rustig. En dan kon ik de dingen weer in eigen tempo doen. En ergens tussen 2007 en nu zijn we dat rondje gaan lopen na het eten. Dat zijn we gaan oppakken en dat bevalt goed.  Nou, dit scheef ik in 2014. We hebben dat best lang gedaan, elke dag dat rondje lopen na het eten. Maar in coronatijd konden we natuurlijk niet zomaar naar buiten, na het eten. En toen is dat in het slop geraakt, we hebben dat niet meer gedaan. Af en toe doen we dat wel op vakantie. Maar niet als we thuis zijn. Nu doe ik andere dingen na het eten. Heb ik al eerder over verteld. Maar niet meer wandelen. Gek eigenlijk, want dat zouden we zo weer kunnen oppakken. Een dag later schrijf ik het volgende: Dag 42. Pas op de plaats. Mijn lichaam geeft aan dat dat nu nodig is. Niet omdat ik te veel heb gedaan. Want ik heb de zaken, het werk, immers heel rustig opgepakt en ik voel me helemaal niet gehaast. En waarschijnlijk is het door de menstruatie, de waterhuishouding, dat ik mij nu draaierig voel. Vooral bij verschillende standen van mijn hoofd. De fysiotherapeut heeft ook gisteren mijn nek aangepakt en het kan ook een combinatie zijn. Dat ze dat zó flink heeft gedaan dat dat toch nu invloed heeft, dat ik duizelig ben. En ik had er ook vannacht al last van, tijdens het omdraaien. Dan moet ik opletten dat het geen BPPD is, en dat is weliswaar behandelbaar. Dat is de enige evenwichtsaandoening die goed behandelbaar is. Maar het is niet prettig voor je als het evenwicht sowieso al niet zo goed is. Dus voorzichtig bewegen, ik moet niet te veel hoofdbewegingen doen en zeker niet gaan fietsen. Voorzichtig de trap op. Me goed vasthouden. Want door het draaien van mijn hoofd kan er dan weer zo'n golf duizeligheid komen, heel kort maar wel zó dat je zou kunnen vallen. Deze manier van draaierigheid had ik nog niet zo meegemaakt. Dus ik moet alert blijven en ook ja, het er laten zijn. Ik kan het toch niet zomaar veranderen. Alleen mijn gevoel daarover, dat is veranderbaar.  Ik vertelde dus eerst de dag ervoor over dat lekkere wandelen en dan ineens, als gevolg van de Ménière of als gevolg van iets anders met dat evenwicht, is er dan zo'n dag die ineens weer helemaal anders gaat dan wat je zou willen. Ook in 2014 en dit zou een verhaal kunnen zijn die ook nu nog steeds actueel is, wat nog steeds zomaar kan gebeuren. Dag 46. Communiceren met je ogen. Door oogcontact te hebben, écht oogcontact en niet vluchtig een blik, voelt soms heel intiem. Vandaag keek een jongen, ik schat zo'n 15 jaar, die keek mij aan. Eventjes, heel intens. En ik kon niet duiden wat hij zag en dacht. En het voelde even alsof ik naakt was. Het was dan ook zijn blik die mijn blik ving. Meestal is het andersom. Dan probeer ik de blik van een ander te vangen. En later op de dag probeerde ik dat dan ook bij een bekende uit om even gedag te kunnen knikken. Hoewel ik zeker weet dat hij me had gezien, maakte hij geen oogcontact. Ik zie dat niet als afwijzing. Eerder nieuwsgierig waarom hij mij niet even aankijkt. Ziet hij dat dan als een verplichting om wat te zeggen? Of een praatje aan te knopen en heeft hij daar dan helemaal geen zin in? Of weet hij helemaal niet te reageren? Durft hij niet? Met cliënten heb ik veel oogcontact. En daarmee wordt de andere uitgenodigd om verder te praten. Zonder schroom. Dat aankijken helpt dus echt. En soms zeggen de cliënten dan wel, wat ik nou aan je verteld heb, dat heb ik nog nooit aan iemand verteld. Dag 52. Ga ik er een beetje verder op in. Heel toevallig over dat luisteren met m’n ogen: Eindelijk weet ik hoe het komt dat ik mensen die mij iets vertellen, dat ze ook tegen mij blijven praten. Als ik ze tenminste aan mag en kan kijken. Want je ziet het aan mijn pupillen, dat ik luister. En dat is nu zelfs wetenschappelijk onderzocht. Dat juist bij slechthorenden het goed is vast te stellen of ze ook echt luisteren! En er wordt overleg gepleegd of een pupilmeting toegevoegd gaat worden aan een gehooronderzoek. Het stond in een heel klein artikeltje, in een bijlage van de Volkskrant. En ik las dat en ik werd er helemaal blij van! Ik wist dat ik iets met mijn ogen kan doen. Soort van aankijken, dat zeer gewaardeerd wordt door anderen. Mijn man zegt altijd dat ik dat altijd al had bij kleine kinderen. Heb ik bijgeschreven: wordt vervolgd. Want, de volgende dag, dag 53, ga ik daar verder op in: Als ik kleine kinderen aankeek op straat begonnen ze altijd te lachen. En mijn man zegt dat dat nog steeds zo is. Alleen let ik er zelf helemaal niet meer op. Ik kijk naar ze en verwacht helemaal niets van ze. En vroeger zocht ik dat contact verder wel. Toen ik zelf nog in het onderwijs werkte vond ik dat belangrijk. Als ik cliënten vraag wat ze prettig vinden of vonden, van het traject en de gesprekken, dan geven ze altijd aan dat ze eindelijk gehoord worden. Dat ze dat zeer prettig vinden. En als ik dan vraag hoe ze dat dan merken, geven ze allerlei voorbeelden terug. ..ehm.. wat ik deed en heb gezegd. Maar ze geven nooit aan dat het komt door de blik in mijn ogen. Dat ze aan mijn ogen kunnen zien, dat ik luister. En waarschijnlijk komt dat omdat het zó ontzettend subtiel is, ze kunnen het niet beschrijven omdat ze de lichamelijke uiting van luisteren gewoonweg niet kennen. Kortgeleden wist ik dat ook nog helemaal niet. En wat kan ik hier nou verder mee gaan doen in de toekomst? Voor vandaag het laatste verhaal, van dag 58. Weer een heel ander onderwerp, wat wel past in deze tijd van het jaar, want ik zou dit ook zó hebben kunnen schrijven, want dit was 2014, dit verhaal zou ik nu zo weer kunnen doen: De herfst is al in volle gang. Hoewel de temperatuur nog niet in herfststemming is. Het kan zo volgende week anders zijn. Maar afgelopen dagen was het echt warm. En dan weet je gewoon niet wat voor kleding je aan moet doen en of je wel of niet een jas moet meenemen. Ja, want je weet maar nooit. Kan zo maar omslaan. En nu heb ik de meeste zomerkleding al opgeruimd. En als je goed om je heen kijkt, dan zie je de meeste mensen al in herfstkleding lopen. Het zijn broeken en truien en donkere kleuren. Nog maar weinig mensen lopen in korte broek of in een rok of jurk of blote benen. Terwijl het nog écht wel het weer ervoor is. Ik vind het wel gek dat je ineens al je zomerkleding en je fleurige jurken, dat je die dan niet meer aandoet, terwijl de temperatuur er wel naar is! Ik heb dan wel mijn kleurige zomerjurk aan en val dan op tussen al die herfstige types. De herfst- en winterkleding die kan ik straks weer volop dragen en zelfs veel langer dan de tijd dat je de zomerse outfit aan kan doen. Nou, dit zijn een paar verhalen uit die ‘100 dagen schrijven’. Sommige verhalen zoals net dit verhaal, kunnen elk jaar weer terugkomen. Elke keer met de herfst dan wissel ik weer mijn kleding, dan gaat de zomerkleding weer naar achteren en de herfstkleding komt naar voren, winterkleding. En dat doe ik in het voorjaar weer andersom. Ik hou graag rekening met de temperatuur dat ik weet, oh het wordt ongeveer zoveel graden, met wat ik aan doe. Dus je zal mij niet zo gauw in kleding zien die niet past bij de temperatuur. Nou loop ik zelf nooit in korte broek, maar wel in jurkjes, broeken driekwart, en dat doe ik dan alleen hoogzomer. Maar jurken draag ik wel heel graag. De laatste tijd wel veel minder. Want een broek is toch ook wel heel handig op de...
14 De wind in mijn oren
2026/10/14
Het is raar om de wind luid en duidelijk in je oren te horen, terwijl ik helemaal geen hoortoestellen in heb.  (Afb Pixabay HelloCdd20) Volledig transcript:  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Naast het fysieke evenwicht vertel ik ook over gehoorverlies en tinnitus en af en toe ook over Ménière. En dit is een aflevering die gaat over de tinnitus en ook het gehoorverlies en daarbij ook mijn hoortoestellen. Dit is seizoen 12, aflevering 14: De wind in mijn oren. Ik heb namelijk iets raars meegemaakt. Maar ik ga dat eerst even inleiden. Al een paar weken is de tinnitus heel luid. En sowieso fluctueert dat geluid voortdurend en kan het ook enorm fluctueren, dat het heel luid is en wat zachter en dan weer heel luid. En dat komt ook doordat het gehoorverlies steeds fluctueert als gevolg van de Ménière. Dus het gehoorverlies is niet elke dag precies hetzelfde. Ik heb er niet zo veel bij stilgestaan dat de tinnitus zó ontzettend luid was. En waarschijnlijk kwam het ook wel door de verkoudheid en de pijn in mijn rug, dus daar ging al mijn aandacht ook wel naartoe. En gelukkig gaat het allemaal weer beter.  Afgelopen week ging ik op de fiets weer naar het dorp, ging ik gelukkig weer naar buiten. En op de fiets had ik de wind mee. Ik had mijn hoortoestellen in, was geen enkel probleem. Eenmaal bij de Oude Bieb aan de tafel bij de gebarenoefengroep -we hebben altijd een vaste tafel waar we aan zitten met de groep- merkte ik op hoeveel moeite ik had met het spraakverstaan met de mensen die toen allemaal om de beurt binnen kwamen en aan de tafel kwamen zitten. Ik kon ze nauwelijks verstaan. Ik heb toen mijn hoortoestellen luider gezet. Gelukkig kan ik het volume gewoon op het knopje op mijn hoortoestel luider zetten. En zo kon ik in ieder geval iedereen wel verstaan. En er is ook altijd een schrijftolk bij. Wat ik mis, kan ik dan lezen op de tablet die dan voor mijn neus staat. Het nadeel van dat volume hoger zetten van de hoortoestellen was wel weer dat de koffiemachine ook veel luider was. Dat geluid kwam veel harder binnen. Dat gebeurde maar af en toe, want die koffiemachine is niet de hele tijd aan, die gaat maar af en toe aan.  De gebarenles, ja ik noem het even les, het is een gebarenoefengroep, we oefenen samen, maar ik begeleid het. Dat was een hele leuke les. We hebben ook een deel in stilte gedaan, zoals een spelletje waarbij we gingen vingerspellen en daar mochten ze geen stem bij gebruiken. Dat is best moeilijk voor een hele groep vrouwen hoor, om geen stem te gebruiken, om niet te praten tussendoor. 'k Merk dat ik zelf af en toe ook toch iets zeg. Maar we hebben zo veel mogelijk geprobeerd om zonder stem te doen. Dan hoef ik ook niet te luisteren. Dat is ook heel fijn voor mijn oren. Dat is even mijn oren niet hoef te gebruiken.  Maar afijn, de les was voorbij, gezellige les. Mensen vonden het écht heel erg leuk. Die gingen allemaal weg en ik ben nog even het dorp in gegaan voor een paar boodschappen. En ik ben bij verschillende winkels geweest. Onder andere naar de audicien, want ik moest schoonmaakdoekjes hebben voor mijn hoortoestellen. Al lopend, want ik heb de fiets even laten staan bij de Oude Bieb, al lopend had ik mijn hoortoestellen nog steeds in en op dat hogere volume. En dat vond ik helemaal niet erg, vond ik eigenlijk wel fijn, al die geluiden in de omgeving die waren zó hoorbaar. Daarna had ik een afspraak bij de kapper. En voordat ze mij gaat knippen, gaat ze altijd eerst mijn haren wassen. Maar voordat ik m'n haren laat wassen, had ik eerst mijn hoortoestellen uitgedaan. Die doe ik dan in zo'n klein zwart etuitje, dat ze veilig opgeborgen zijn, veilig in mijn tas. Maar ik deed die hoortoestellen uit en echt, álle geluiden waren gewoon ineens verdwenen. Wat ik nog wel hoorde, dat klonk heel dof en heel ver weg. Op een gegeven moment komt de kapper mij halen. En de kapper, zij had zelf nauwelijks stem, ze was heel erg ziek geweest, waarbij haar stem was aangetast. En ik had eigenlijk geen idee wat ze precies vertelde. Met zo'n hele ja, zachte stem. Maar ik ben natuurlijk vaker geweest en dan weet ik wel wat de bedoeling is. Als ze mijn haren gaat wassen, wat ik moet doen. En dat ik dan naar de stoel ga lopen waar ik geknipt ga worden. Ik weet in welke stoel ik moet zijn. Dat was wel een rustig half uurtje, want zij kon niets vertellen vanwege haar stem. Dat vond ik (ha) helemaal niet erg, want ik kon toch niets verstaan! En meestal kan ik wel via de spiegel haar nog volgen, want dan kan ik het spraakafzien doen. Want ze staat natuurlijk achter mij, maar met zo'n zachte stem kon ik het toch niet horen, dus we hebben niet gepraat. Meestal praten we over koetjes en kalfjes, dus veel mis je niet tijdens zo'n gesprek.  En eenmaal buiten, met een fris kort koppie, wilde ik op de fiets stappen en bedacht ik me opeens, dat ik vergeten was mijn hoortoestellen in te doen! Oké. Dan maar zonder. En dat was raar. Tijdens dat fietsen, miste ik ze. En ik miste ook al die buitengeluiden. Dat verkeer, die vogels. Alles was dus echt ook heel ver weg en dof. En tegelijkertijd, ik voelde me heel ja, bloot of zo. Ik weet niet precies hoe ik dat moet zeggen, hoe ik dat kan uitleggen. En ik moest ook juist héél erg aandachtig om me heen kijken. Om geen andere verkeersdeelnemers te missen. Andere fietsers, elektrische auto's, die je sowieso bijna niet hoort. Dus ik moest heel erg kijken en opletten!  En toen was er iets wat ik nog raarder vond! Vanaf het dorp reed ik langs de ijsbaan, dat is best een hele route zo en dan via de Sportlaan is dat bij ons, kun je helemaal weer naar de wijk waar ik woon. En daar reed ik langs en ik had wind tegen. En die wind, dat maakte me toch een lawaai in mijn oren!! Dat was zó hard!! Het was zo vol geluid! En... en ook wel een heel laag geluid, maar écht zó hard! In eerste instantie schrok ik daarvan. En ik besefte toen van 'oh ja, ik heb geen hoortoestellen in.' Maar ik bedacht me ook 'hoe kan het dan, dat ik de wind zó luid hoor? Want ik ben nu bijna doof. Hoe kan die wind dan zo luid zijn?' Kwam het omdat mijn oren nu niet afgesloten werden door die speakertjes die normaal dus in mijn oren zitten, van de hoortoestellen? Die speakertjes die hebben zo'n doompje en die sluiten dan toch mijn oren af. Ze sluiten het niet helemaal af, ik krijg nog steeds ook wel geluid van buiten binnen. Maar nu had ik dat niet, die gedeeltelijke afsluiting, het was gewoon helemaal open.  En ik weet, dat als ik mijn hoortoestellen in heb, die hebben een windruisblokkering. Waardoor ik de wind tegenwoordig veel minder hoor. Dus ik ben het ook niet meer gewend om wind in mijn oren te horen. En waar ik me vervolgens over verbaasde en me toen ook afvroeg: horen goedhorende mensen zonder hoortoestellen de wind ook zó luid in de oren?! Als je dan wind tegen hebt. Het is voor mij écht een tijd geleden dat ik de wind zo luid heb gehoord. Mijn vorige hoortoestellen die hadden namelijk geen windruisblokkering. En daardoor hoorde ik de wind, als ik tegenwind had, als ik zijwind had, die hoorde ik altijd heel luid, maar dat was dan wel veel hoger en scherper. Nu zonder hoortoestellen was het een veel voller geluid en veel lager. En toen vond ik het met die oude hoortoestellen, vond ik dat echt vervelend. Zo onprettig vaak die luide wind, dat ik het volume van mijn hoortoestellen dan echt een heel eind lager zetten of soms zelf wel uitzette, maar dan hield ik wel mijn hoortoestellen in. Maar sinds ik deze nieuwe hoortoestellen draag, heb ik dus nauwelijks last van de wind. En dat is dus alweer een paar jaar. Is écht veel aangenamer!  En dan snap je misschien wel dat, dat ik zo schrok toen ik ineens de wind wél zo luid weer hoorde. De wind had gewoon vrij spel! En die liet dus flink van zich horen, in mijn oren. Dus voortaan moet ik toch maar mijn hoortoestellen in doen, als ik weer ga fietsen. Als ik dan weer bij de kapper vandaan kom, eerst even de tijd nemen om die hoortoestellen weer in te doen. Ik bedenk me nu ook ineens, toen ik die ochtend op de heenweg naar het dorp fietste had ik wind mee, ik had mijn hoortoestellen in, maar ik had óók m'n capuchon over mijn helm heen gedaan, want het regende heel erg. Ja, en dan klinkt de buitenwereld natuurlijk sowieso heel anders. En het prettige is dat mijn hoortoestellen niet nat worden als ik die capuchon zo op doe. Ben ik blij dat ik dat ontdekt heb dat ik die gewoon over de helm heen kan doen. Zal geen gezicht zijn! Maar ik heb liever werkende hoortoestellen (ha) dan wanneer ze nat worden en dat er iets mee gebeurt.  Maar de wind in mijn oren.... op deze manier.... zonder hoortoestellen in, dat was voor mij weer even helemaal nieuw en helemaal anders. Dat wilde ik even met je delen, want het is raar dat ik met hoortoestellen in de wind nauwelijks hoor en zonder hoortoestellen, dan ben ik zelf bijna doof, dat ik dan de wind héél hard hoor. Dit was seizoen 12, aflevering 14: 'De wind in mijn oren' van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer!
13 Au mijn rug
2026/10/07
Af en toe heb ik, net als iedereen, rugpijn. Pijnlijk en vervelend, want dan kun je niet zo veel doen. Dat bewegen dan extra moeilijk is, als ook het evenwicht minder goed werkt, maakt het herstel des te lastiger. (afb Pixabay Anagret-Arlene) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van onder andere het boek 'Evenwicht in uitvoering'. Dat gaat over ons evenwichtssysteem. En deze aflevering gaat ook weer over mijn evenwicht in dit geval. Dit is seizoen 12, aflevering 13: Au, mijn rug! Ik deed de was in de wasmachine. Een tijdje geleden al en opeens 'tok', gaat het zo in mijn rug. Dat heb ik wel een keer eerder gehad en dat is wel een hele tijd geleden. Dat betekende dat ik me voorzichtig moest bewegen. Maar het was al snel duidelijk; de was ophangen, dat ging me niet meer lukken. Dus ik heb mijn man geroepen: ‘Wil jij verder de was ophangen, het lukt mij niet, ik kan het niet.’ Ik kon namelijk nauwelijks rechtop staan. Dus het was ook voorzichtig lopen, voorzichtig gaan zitten en als je dan weer ging staan, dan ook weer met beleid opstaan. Ja ondertussen wat paracetamol slikken om niet te veel pijn te hebben. De volgende dag ging ik naar de fysiotherapeut. En zij zei daar al: ja, ik wil daar helemaal niets aan doen, want het is net gebeurd. Dus dan is het eigenlijk ontstoken. Dus ze heeft mijn gebruikelijke spanning in nek en schouders behandeld. Dat is altijd sowieso heel fijn, want ik ga nog echt om de week naar de fysiotherapeut, omdat én door de tinnitus en doordat het evenwicht niet goed werkt, dat het nodig is dat mijn nek en schouders af en toe los gemaakt moeten worden. Ik krijg dat niet zelf voor mekaar om het los te houden. Zij zei al: ‘Je moet eerst wachten tot de ontsteking minder is.’  En ik had het zo rechts, aan de rechterkant, ter hoogte van mijn bil. En daar zit dan precies een plekje -dat kan ik dan ook helemaal zelf voelen ook- dat zorgt voor de pijn. Wat belangrijk was dat ik wel in beweging bleef, maar ik mocht helemaal niets forceren. Dat betekende ook dat ik helemaal niets kon doen. Tenminste niet buiten de deur. Ik had allerlei afspraken en ik heb alles moeten afzeggen. Dat was daarvoor ook al, omdat ik zo ontzettend verkouden was. En nu was het ook nog een keer nodig vanwege dan die pijn in mijn rug.   Na een paar dagen... die plek daar bij mijn bil, die werd wel minder, maar omdat ik toch wat moeizaam aan het bewegen was, en voorzichtig steeds, bleef er spanning in mijn hele onderrug. Zelfs mijn buikspieren aan de voorkant, m’n buik, die spande ik ook steeds extra aan. Maar dat deed dus ook pijn. Dat ging ook eigenlijk allemaal vastzitten.  Na zo'n zes dagen ben ik buiten gaan wandelen, hmmm en dat was wel al lastig, want dat deed toch weer pijn. Niet per se onder in mijn rug, maar wel weer op dat plekje, rechts bij mijn bil. En wat mij opviel tijdens dat lopen, is dan de extra moeite die ik moest doen om goed rechtop te blijven lopen en ook rechtdoor te lopen. Nou heb ik sowieso dat rechtdoor lopen op de stoep, dat is altijd met aandacht lopen. Maar nu moest ik daar nóg meer moeite voor doen. En dat komt dus hoogstwaarschijnlijk omdat die evenwichtsorganen niet meer goed werken. En als dan ook je rug dan pijn doet, dan ga je, om dat te verminderen misschien een beetje scheeflopen. En dat is dan weer een extra aanslag op je hele mobiliteit. Want er zijn veel minder correcties vanuit dat evenwicht, vanuit die evenwichtsorganen dus, je moet dat allemaal met je spieren opvangen. En dat is écht niet fijn!  Het was ook behoorlijk lastig om dus lekker te lopen, om soepel te lopen, om ..ehm.. een beetje ontspannen te lopen. Maar afijn, na een week ben ik dan toch weer naar de les gegaan, op de sportschool, de 60+ les. Ik had ook echt zoiets van, wie weet wat dat oplevert. En ik heb daar heel rustig aan gedaan. Ik heb geprobeerd het helemaal niet te forceren. Ik heb ook enkele oefeningen op een hele andere manier gedaan. Ik ging niet planken en niet springen. Juist om mijn rug toch een beetje te ontzien. En dat ging heel goed. Hoewel, bepaalde loopoefeningen, daar merkte ik een soort onzekerheid bij mezelf.  Na de les, tijdens het koffiedrinken, voelde ik me best wel beter. Ik heb even gedoucht en daarna gaan we dan met elkaar koffiedrinken. En ik ben gaan zitten daar op een houten stoel. Toen had ik echt zo van: nou, ja, gaat wel goed! Ik heb helemaal geen pijn meer en ..ehm.. ik zit lekker. Maar ja, helaas, toen ik eenmaal buiten liep, heb ik ook de sporttas in mijn hand, schoot het er toch weer in. Au! En met heel veel moeite ben ik toen naar huis gelopen. Ik had wederom weer geen telefoon mee. En dat was nogal dom dit keer, want ik had het beter wel kunnen doen, want dan had ik even naar huis kunnen bellen. En dan kon ik opgehaald worden. Dus ik ben heel voorzichtig, stap voor stap, via de stoep zo naar huis gelopen. En ook nog extra oppassen met alle stoepjes op en af.  Die middag had ik thuis zelfs moeite om goed op de stoel te zitten. Toen heb ik ook daar de houten stoel gepakt, een houten platte stoel, en daar ben ik op gaan zitten. Het bijzondere is dat ik dan veel minder pijn heb, dan wanneer ik op een zachte stoel ga zitten. Daar kwam ik achter! Ja, en dan is het gaan zitten en het opstaan, dat blijft elke keer dat je dat met heel veel aandacht moet doen.  Het werd me ook duidelijk dat een lichamelijk defect, wat het dan ook is, dat dat een veel grotere impact heeft op het bewegen als de evenwichtsorganen dus niet meer zo goed functioneren. Ja en hopelijk herstelt mijn rug dan wel goed, zodat ik weer heerlijk kan bewegen.  En nu zijn we ondertussen weer een week verder. En wat ik heb gemerkt na twee keer geen evenwichtsoefeningen te hebben gedaan in de kineses-les op de sportschool, hoe snel dat gevoel van een nou ja, redelijk goed evenwicht, hoe snel dat achteruitgaat! We doen altijd twee rondes in circuit-vorm. En die eerste ronde had ik écht moeite om me goed staande te houden op alle balansborden en de -ballen die er waren. We hebben altijd bij die kineses-les extra veel evenwichtsoefeningen. Maar ik had er moeite mee, alsof mijn lichaam even helemaal niet meer wist hoe het moest! En gelukkig ging dat in de tweede ronde alweer wat beter. Ondertussen hield ik natuurlijk ook mijn rug ook wel wat in de gaten. En ook allerlei ..ehm.. ja oefeningen waarbij ik echt zo had: nou hier belast ik veel te veel mijn rug mee, die heb ik niet uitgevoerd, heb ik iets anders gedaan. En dat is dus wel weer extra focus. Extra focus om me goed in evenwicht te houden en ook nog eens een keer dat ik niet ga forceren. Het is nu dus helemaal duidelijk geworden, dat het voor mij écht belangrijk is om dat evenwicht steeds weer te triggeren. Om elke keer weer evenwichtsoefeningen te blijven doen, zodat mijn evenwichtsgevoel toch sterk genoeg blijft. En nu, dat ik zo last had met mijn rug, was dat nóg duidelijker hoe belangrijk het is dat ik mijn evenwicht zo optimaal mogelijk houd. Dit was niet zo'n hele lange aflevering. En toch wilde ik dit graag vertellen, omdat het heel specifiek met dat evenwicht ook te maken heeft. Dit was seizoen 12, aflevering 13: ‘Au, mijn rug!’ van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren. Tot de volgende keer!
12 Visuals
2026/09/30
Visuals zijn afbeeldingen die informatie, gegevens of een idee zichtbaar maken. We begrijpen beelden veel sneller dan lange teksten. Ik heb visuals, afbeeldingen, gebruikt om 100 dagen, elke dag, even te schrijven. (afb eigen foto van het schrift waar ik 100 verhalen in heb geschreven). Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert Paula Hijne. Ik ben auteur van 3 verschillende boeken. En in die boeken heb ik gebruik gemaakt van allerlei afbeeldingen. Deze aflevering gaat over afbeeldingen. Dit is seizoen 12, aflevering 12: Visuals Visuals, dat is een Engels woord voor beelden. Een visual is een grafische weergave of een afbeelding die informatie, gegevens of en idee zichtbaar maakt, want het menselijk brein begrijpt beelden veel sneller dan lange teksten. Beeld blijft vaak veel langer hangen. En dat is wel gek om dit te gaan vertellen in deze podcast, waar geen beeld bij is. Ja, behalve het plaatje wat bij deze podcast staat, maar verder is er geen beeld. Ik ga het proberen om het zo goed mogelijk uit te leggen, zodat je het toch voor je kan zien. Ik weet niet of het gaat lukken, maar ik ga het proberen. Bij een coachingstraject worden visuals gebruikt voor zelfinzicht, voor een andere mindset, voor ..ehm.. verandering van leefstijl en zo. En in mijn re-integratietraject in 2008, kwam er zo'n doosje met kaarten op tafel, visuals. Volgens mij heette het ook zo. En daar mocht ik uit kiezen. Al die plaatjes werden neergelegd. Eén grote brij aan plaatjes en ik moest daar eentje uit kiezen, die stond voor 'vroeger'. Dan één plaatje voor 'in het nú staan' en één plaatje kiezen voor ‘de toekomst’. En ik vond dat een hele leuke opdracht om te doen. Ik heb die plaatjes gekozen en daar heb ik ook een verhaal bij gemaakt, bij die drie plaatjes.  Vanaf dat moment ben ik begonnen met verzamelen van plaatjes om zelf visuals te maken. Plaatjes die ik had uitgekozen die plakte ik op een papier. Die knipte ik netjes uit. En die ging ik dan lamineren en zo heb ik allerlei verschillende groottes aan visuals in verschillende doosjes. Daar ben ik op een gegeven moment mee gestopt om dat te maken, want ik heb er genoeg. Maar ik ben niet gestopt met het verzamelen van al die afbeeldingen! Plaatjes ..ehm.. foto's uit tijdschriften. En dan met name aansprekende kleurrijke afbeeldingen. Ook heel veel natuurfoto's, want in de natuur vind je heel veel metaforen.  Ja, en wat doe ik dan met al die plaatjes? Ja, ik knip ze dus uit. En dan orden ik ze in hele kleine plaatjes en dan iets groter en nog groter. Tot A4 formaat, want dat is ongeveer de grootste afbeelding die prettig is om mee te werken. En die bewaar ik allemaal. Ik heb hier verschillende dozen staan. Een soort laatjes zijn dat waar allemaal verschillende plaatjes in zitten. En ik heb hier nog een hele bak waar een heleboel in ligt die ik nog moet ordenen.  Met die plaatjes heb ik al heel wat collages gemaakt, op hele grote vellen papier. En hier in de praktijkruimte staan een paar kasten, een paar kledingkasten en daar zitten ja, totaal zo’n acht langwerpige collages op. Met allemaal een bepaald thema die ik daarvoor gekozen heb. Dat vond ik zó leuk om te maken.  En ik heb hier ook één hele grote hangen met allerlei insecten en spinnen. Zo'n grote plaat heb ik ook gemaakt voor beide zoons, want die houden heel erg van het determineren van insecten en spinnen. Ook zo'n grote collage hebben ze van mij gekregen en die hangen in hun huis. Ik heb al heel veel plaatjes dus nu. Heel veel afbeeldingen die gebruikt kunnen worden als visuals of die je kunt gebruiken dus voor die collages maken. En ik heb er al heel veel en toch kan ik niet stoppen met dat verzamelen van die plaatjes! Want elke foto in een tijdschrift die iets vertelt of waar een boodschap in zit of waar een metafoor aan te hangen is, ja, die ik juist ook mooi vind of juist heel lelijk of misschien zelfs eng, ja, die vind ik de moeite waard om te bewaren. En dat bewaren doe ik dus al héél lang.  In 2014 heb ik er op een andere manier gebruik van gemaakt. Ik ben namelijk toen begonnen met 100 dagen schrijven. Elke dag een stukje schrijven. Dat heb ik gedaan in een, in een schrift, ik heb eerst een schrift gekozen waarin ik dat wilde doen. Een A5-schrift met een vilten omslag, hele kleurrijke omslag. En dat schrift komt dan weer van een viltkunstenares uit Vlissingen. Die heb ik gekocht toen in de vakantie - 2014 hebben we het over. En mijn bedoeling was om elke dag daar een stukje in te schrijven. Het bijzondere is dat het hele schrift precies 100 dagen, heb ik daarin kunnen schrijven! Het zijn dus precies 100 bladzijden. Maar dat heb ik gedaan steeds naar aanleiding van plaatjes. Ik koos elke dag een plaatje, want toen had ik al een hele verzameling. En die plakte ik dan in aan de linkerkant en dan ging ik aan de rechterkant schrijven. Eén bladzijde lang. Niet langer. Als die bladzijde vol was dan stopte ik. En die afbeelding was dan de ingang waar ik over ging schrijven. En de ene keer was dat precies waar de tekst over ging. Dus de ene keer schreef ik over precies dat plaatje. En de andere keer ging mijn pen een hele andere kant op. En dat maakte niet uit, want het ging over het ja, het vrij schrijven. Creatief schrijven. Daar was ik dus toen al mee bezig. Als ik begon met kleine letters, dan kon ik heel veel tekst erop kwijt, op die bladzijde. Maar begon ik met grote letters, dan werd het een kortere tekst.  En een paar van die dagen, die wil ik nu met je delen in deze podcast. Omdat het elke keer naar aanleiding van zo'n visual was. Nou, de schrijfgong… Dan begin ik met dag 2. Dit is geschreven in juli 2014. Ik had gekozen voor een afbeelding, dat zijn allemaal ..ehm.. knoesten in hout. En dat is helemaal blauw geschilderd of de fotograaf heeft het zo bewerkt dat het blauw werd, dat weet ik niet. Maar het zijn hele mooie vormen. Het zijn vormen zonder dat je direct ziet wat het is. En dat was de aanleiding waar ik dan over ging schrijven: Als kind van een jaar af 12 wilde ik alleen boeken lezen met dingen erin die echt kunnen gebeuren. De realiteit. De werkelijkheid. En tekenen deed ik nauwelijks, want dat leek dan nergens op, want ik kon de werkelijkheid niet op papier zetten. Pas veel later ging ik fantasy lezen. Hoewel, 'Kruistocht in spijkerbroek' was natuurlijk wel fantasy, maar waarschijnlijk vond ik dat verhaal realistisch genoeg om het te lezen. Ik heb het al een keer eerder verteld; 'Kruistocht in spijkerbroek' was één van mijn eerste boeken die ik kreeg die ik serieus ging lezen. Misschien is het gekomen door het lezen van fantasy dat ik nu ook durf te tekenen! Tekenen van vormen. Abstract, grillig. En eigenlijk stelt het niets voor en is het wel steeds één geheel. En vooral felle kleuren, vol op! Van tevoren weet ik wat het gaat worden. En steeds weer ben ik dan zelf verrast (ha) van het resultaat. Het gaat dan ook niet om esthetische vormen, om schoonheid, het gaat niet om werkelijkheid. Hoewel elke vorm en elke kleur al bestaat. En ook elke combinatie bestaat al. Dus hoe werkelijk wil je het hebben? En ik zou de hele dag wel willen tekenen, plakken, kleuren, kneden, vormen en af en toe schrijven. Net als een kunstenaar. Het is jammer dat ik tussendoor moet werken. En dan: dag 7. De afbeelding daarvan is een hele kast met allemaal kleine laatjes erin waar van alles in kan. En dan begin ik de tekst met: het schrijven zelf is al heerlijk. Vooral in een mooi, leeg schrift dat langzaam gevuld wordt én met een fijne pen. Schrijven is eigenlijk slow denken. Net zoals je nu slow cooking hebt en slow food. Als je de dingen wilt opschrijven, moet je denken niet te snel gaan, anders ben je het kwijt wat je wilde schrijven. Praten is veel sneller. Je kunt ook makkelijker iets opnieuw zeggen. Herhalen, verbeteren of toevoegen of ontkennen. Bij schrijven staan de woorden ineens zwart op wit op papier. Ja op wit, afhankelijk of je wit papier hebt of crème papier of gekleurd papier. Dat maakt natuurlijk niet uit. En ook, het kan zijn dat ik een hele andere kleur pen gebruik. Het staat er op dat papier en dat blijft er staan. Ja, behalve als je dan het uitscheurt en weggooit of als je het schrift weggooit. Dag 10. De afbeelding is een distel. Een hele mooie blauwe distel die je in de duinen tegenkomt. Wat is er mooier dan een uitgebloeide distel in de blauwe lucht? Ik zou het niet zo weten, want een bloeiende distel in de blauwe lucht valt nauwelijks op. Het is de stekeligheid en tegelijkertijd de breekbaarheid, als stro. De vergane glorie van een trotse bloem. Een stoere zee/duin bloem die bestand is tegen het zilte water en de harde zeewind. En ja, ik heb iets met uitgebloeide bloemen. De vergankelijkheid van het leven. De eindigheid. En de oneindigheid. Want in die uitgebloeide bloem, zie je de zaadknoppen al zitten. Klaar voor een hele rits nieuwe bloemen. Nu nog stevig ingepakt om een hele winter te kunnen overbruggen. Elk jaar weer opnieuw. Het is gewoon en tegelijk wonderschoon en wonderbaarlijk voor wie er oog voor heeft. En dan dag 12. De afbeelding is een plaatje met hele oude boeken op een ook heel verweerde oude tafel. En wat ik toen schreef: welke schrijfstijl spreekt mij aan, vind ik prettig in een boek? Bij een zelfhulpboek vind ik het fijn als ik als lezer rechtstreeks aangesproken wordt door de schrijver. Dat die als het ware met je meedenkt en voor mij denkt. Zodat ik het niet zelf hoef te bedenken. Bij een roman, een fictieboek, vind ik het fijn dat er beschreven wordt wat er gebeurt. Zonder al te veel zware beelden. Ik wil me niet volledig voor kunnen stellen hoe een situatie is. Want zonder dat beeld en die geluiden en de geuren kan ik afstand houden en toch helemaal op gaan in het verhaal. Kan ik wel helemaal meegenomen worden. Dat wil zeggen, dat ik kan meevoelen zonder de emotie zélf te ervar...
11 Wie wil ik zijn?
2026/09/23
Een filosofische vraag waar ik het antwoord op probeer te vinden. (afbeelding in de studio gemaakt, door Han Koopman) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit is seizoen 12, aflevering 11: Wie wil ik zijn? Je zult het wel horen aan mijn stem; ik ben zwaar verkouden. En dat vind ik helemaal niet leuk! Het rare is sinds ik in 2006 uit gevallen ben, ben ik heel lang niet verkouden geweest. Ik werkte ook niet in het onderwijs, want in het onderwijs word je continu besmet door kinderen, dat je verkouden wordt. Dus dat had ik regelmatig. Maar toen dus járen niet! Tot 2021, kreeg ik corona, echte corona dus, de variant die er op dat moment was. En vanaf die tijd ben ik regelmatig weer verkouden. Alsof m'n hele weerstand weer anders is geworden. En dat je dan dus steeds vatbaarder bent. Erg balen, want dan kan ik gewoon een paar dagen heel weinig doen. Terwijl ik zo veel wil doen. Er zit nog zo veel in mijn hoofd en er zijn zoveel dingen waarvan ik vind dat ik die moet doen! Nou ja, 'moeten' zit niet echt in mijn vocabulaire. Die ik wíl doen, maar die ik op dit moment dus écht niet kan uitvoeren.  Maar even terug weer naar de titel van deze aflevering. 'Wie wil ik zijn?' Dat komt naar aanleiding van de tekst, een korte regel: 'ik ben geworden wie ik wil zijn'. 'Ik ben geworden wie ik wil zijn', deze titel heb ik al weken in mijn hoofd. En daar wilde ik ook al eerder over vertellen, maar had dat nog niet gedaan. Dat doe ik dus bij deze. En dat komt ook naar aanleiding van de tekst die ik heb gelezen van Bert Sloots. Van Even Epibreren. En die wil ik even voorlezen. In retraite. Terug naar waar je vandaan komt terug naar je kern steeds rustiger in de stilte naar wie je écht bent. Terug in je binnenste. bij het buitenste vandaan kijk je in de spiegel wie daar nu eigenlijk staat. Even los van het bekende kom je jezelf tegemoet en ga je met wie je hebt gevonden weer ergens naartoe. Ja, en dan die titel, die ik net al noemde, ben ik geworden wie ik wil zijn? Het is zo'n filosofische vraag die niet zomaar is te beantwoorden. En ik vraag me af of ik er eerder wel eens over nagedacht heb, wie ik wil zijn. Ik kan daar niet eens direct antwoord op geven. Voor 2006 stond ik er sowieso nooit bij stil en na 2006 was ik wel zoekend, maar ik had helemaal geen doel voor ogen op dat moment. Hoe en wat ik wilde zijn. Bij mijn afscheid op school, dat was in de zomer 2008, gaf ik aan -naar aanleiding van een lied van Bløf- ik ben bijna waar ik zijn moet. En dan geen 'moeten', maar 'willen'! Ik ben bijna waar ik zijn wil. Alleen, ook toen wist ik niet precies waar dat was! En dat grote schilderij van de Vuurvogel, de man die op het vliegend tapijt ergens naartoe gaat en nog niet eens weet waar die gaat landen, hij is op weg. Ben ik dan nog steeds op weg!? Als je nieuwsgierig bent naar dat verhaal over dat schilderij, ik heb daar eerder over gesproken in deze podcast. Dat is seizoen 2, aflevering 2: ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.’ Daar ga ik uitgebreid in op dat schilderij en wat dat allemaal met me heeft gedaan.  Maar die man op dat tapijt is op weg. En ben ik dan nog steeds op weg? Ben ik nog niet geland? Ben ik nog niet degene die ik wil zijn? Want steeds weer komt dat natuurlijk weer naar boven hè! Wie ik wil zijn. Wat voor mens wil ik zijn? Leven met andere mensen in gelijkwaardigheid. Dat is een utopie. Want ik leef in een omgeving vol van luxe en mogelijkheden. Mijn levensstandaard is hoog. Zelfs als ik op de camping ben in zo'n hele kleine caravan. Ook dan blijft die levensstandaard hoog. En toch komt steeds de vraag naar boven of ik in gelijkwaardigheid leef met mijn medemensen. Maar even terug naar de kern dan: wie zie ik als ik in de spiegel kijk? Nou, dan zie ik een vrouw met kort haar, een bril, een kleine neus, hier en daar een rimpel, blauwe ogen. Maar dat is uiterlijk. Wat zie ik als ik mijzelf in de ogen kijk? Écht kijk! Nou ja, op dit moment als ik in de spiegel kijk, dan zie ik een gezicht met een beetje waterige ogen en zo, door die verkoudheid. Maar meestal, als ik mezelf écht in de ogen kijk, dan zie ik iemand die tevreden is. Dan ben ik tevreden met wie ik ben.  En is dat het doel van het leven?! Tevreden zijn met alles wat er op dit moment is? Omdat er geen pijn is. Weinig zorgen. En ook dat er geen zorgen zijn waar ik me op dit moment zorgen over zou moeten maken. Hoewel, er zijn meerdere mensen in mijn omgeving die ziek zijn. Zelfs een paar die ernstig ziek zijn. Daar kan ik me wel af en toe zorgen om maken. Maar deze mensen hebben allemaal ook hun eigen proces, net zoals ik mijn eigen proces ga.  En wie ben ik? Wie wil ik zijn? Want dat is de titel van deze aflevering. Als ik niet meer op weg ben naar wie ik wil zijn, welke doelen kan ik dan stellen? En zijn er dan nog doelen nodig? Of zijn die doelen er alleen om de tijd te vullen? ..Ehm.. een zinvolle tijdsbesteding? Wat wordt er van mij verwacht? En dat is een beetje een verkeerde vraag, want ik ben op zoek naar wie ik ben en niet op zoek naar wat anderen van mij willen.  Hoe wil ik mijn tijd besteden in relatie tot wie ik wil zijn. Misschien is dat wel de vraag. Wil ik van betekenis zijn voor andere mensen? Zonder ego? Als dat mogelijk is? Tot hoever wil ik iets voor anderen betekenen? Of mag ik volledig voor mezelf kiezen? En van daaruit, vanzelf naar boven laten komen wat dat voor anderen zou kunnen betekenen. Is dat wat het zo moeilijk voor mij maakt om groots te gaan creëren? Om ..ehm.. kunstwerken te gaan maken. Met papier en verf en kleur en lijm, naald en draad. Zonder verder doel dan alleen de creatie vanzelf te laten gebeuren. Durf ik dat niet te doen, omdat het voor niemand in mijn omgeving nodig is dat ik dat ga doen? Waarom durf ik dat dan nu wel hier uit te spreken? Ik heb het er wel vaker over gehad. En waarom ga ik het niet uitvoeren? Wat houdt me tegen? Ja, dan heb ik altijd nog weer de redenen van: eerst nog dit en nog dat... Zoals boeken verkopen. En dat is de opgave die Roel, die mijn man, mij steeds weer aan mij oplegt. En dat weet ik zelf ook wel, maar marketing is minder aan mij besteed. Terwijl ik weet dat het wel nodig is. En toch hoef ik er niet steeds op gewezen te worden. Maar kan het niet gewoon tegelijkertijd? En creëren én zorgen voor die PR? Afgelopen dagen heb ik door die zware verkoudheid best veel gelezen. Is dat lezen dan wel een zinvolle tijdsbesteding? De laatste jaren lees ik voornamelijk alleen in de zomervakantie. Terwijl ik vroeger altijd aan het lezen was. 's Morgens vroeg en 's avonds laat in bed. En ik stond zelfs wel eens vroeger op om lang te kunnen lezen! Ik weet nog als klein kind, dat vond ik geweldig! Heel vroeg opstaan of eigenlijk wel in bed blijven, maar wakker zijn, en dan meteen lezen en dan al een uur of zo helemaal in zo'n verhaal zitten en dan pas opstaan. Ook gewoon als ik naar school moest daarna. Maar waarom blijf ik niet lezen als ik dan thuis ben? Waarom is dat nu alleen maar voorbehouden aan vakantie? Tegenwoordig, 's avonds na het eten, dan ben ik aan het tekenen. Of aan het kleuren. En dan heb ik zelf een eigen tekening gemaakt, die ben ik dan weer zelf aan het inkleuren. Of ik ben aan het haken. Aan het puzzelen. Maar ik kan dat natuurlijk ook afwisselen met af en toe lezen. Wat gek dat ik dat dan helemaal niet doe! Of moet ik dan gewoon even een interessant boek hebben wat ik elke keer wil terugpakken. Dat zou het kunnen zijn ook.  Maar ja, zo ben ik dus heel veel woorden weer verder en vind nog geen antwoord op de vraag of ik ben geworden wie ik wil zijn. Ik zou er zelfs wel een heel boek over kunnen schrijven (ha!). Dat wil ik dan ook wel gaan doen, maar hoe dan!? 'Eerst de andere boeken verkopen', zegt Roel. En dat trek ik me dan toch weer aan. Ga ik mijn eigen weg volgen? Wil ik blijven schrijven? Wil ik blijven creëren en dat met woorden doen? Omdat het schrijven zélf al zo zinvol is voor mij. Ook al geef ik nog steeds geen antwoord op mijn zelf gestelde vraag. Dat merk je wel (ha!).  Is het een vraag die vraagt naar de essentie van het bestaan? De zin van het leven. Volgens mij heb ik daar wel eens eerder ook over verteld. Maar moet er een ‘zin van het leven’ zijn om zinvol en voluit te leven? En leef ik voluit? Of leef ik met de handrem erop? Daar lijkt het namelijk op, op dit moment. Wat beperkt mij dan? Wat houdt mij tegen om wat te doen?! De vraag of ik geworden ben wie ik wilde zijn, is bij deze dus nog steeds (ha) niet beantwoord, omdat ik nog helemaal niet precies weet wie ik wil zijn! En zolang ik daar de woorden niet voor heb gevonden, weet ik geen antwoord of ik het ook ben geworden! Ja, en dan zie ik dat schilderij weer voor me, van die man op dat vliegende tapijt en ik ben nog steeds op reis. Ik ben nog steeds op weg! En zal ik dan blijven reizen, omdat ik nog niet precies weet waar ik wil landen?! Ja, misschien is het dat wel. Ik denk dat ik hier nog uren over na kan denken, over wie ik wil zijn, maar misschien heb ik over een paar uur ook nog geen antwoord. Dus ik laat het bij deze. Dat is niet zo'n hele lange aflevering geworden. En als jij wél precies al weet wie jij bent, laat je het mij dan weten? Want dan kan ik daar misschien iets mee. Daar kan ik dan weer inspiratie uit halen van: oh ja, zo kun je dat ook zien. Dit was seizoen 12, aflevering 11: 'Wie wil ik zijn?' van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne - ietwat met een verkouden stem en ik hoop dat dat volgende week gewoon weer helemaal over is. Dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.
10 Even niet meedoen
2026/09/16
Soms is het goed om te besluiten dat ik niet mee ga doen. (eigen afbeelding) Volledig transcript volgt nog: Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik krijg wel eens de vraag: hoe kom je aan al die onderwerpen voor je podcast? Ja..., ik heb een hele tijd geleden al een lijst gemaakt met allerlei onderwerpen. En de meeste onderwerpen staan er nog op, want meestal maak ik een aflevering met een thema dat op dat moment voor mij heel actueel is of recent is gebeurd. En zo ook deze aflevering. Dit is vorige week gebeurd, het is nu dat ik deze aflevering maak, 15 september en vorige week liep ik hier tegenaan. Dit is seizoen 12, aflevering 10: Even niet meedoen. Ja, beschadigde evenwichtsorganen, je kunt er écht wel last van hebben. Ik had last van een koortslip en een paar nachten had ik ook niet goed geslapen. Ik had ook veel hitte-buien. En die kwamen om de haverklap en de tinnitus, die was loeihard. Dat had ik in eerste instantie niet eens in de gaten. Maar in een van die doorwaakte en doorweekte nachten, viel het me op! De tinnitus, hield die mij weer uit de slaap? Want ik lag niet te malen of te piekeren. Dus dat kon het helemaal niet zijn! Zou het dan toch veel te luide geluid zijn dat mij zelf uit de slaap houdt? Op woensdagochtend had ik mijn sporttas ingepakt en de les begint dan, de sportles waar ik aan meedoe, begint om kwart over 10. Meestal ga ik dan om half 10 of zo naar de sportschool. En nu was het iets later. Want ik was ja, druk aan het opruimen in mijn praktijkruimte, dus ik was de hele ochtend al in touw. En ik vergat een beetje de tijd. En om kwart voor 10 ging ik pas weg en onderweg voelde ik al dat ik niet zo stevig liep. Het voelt dan alsof ik een beetje zweef. En de avond ervoor had ik al een ja, iets van een korte draaiduizeligheid gehad, gelukkig zat ik wel in de stoel dus er gebeurde verder niets, maar dat voelde ik wel heel even. Maar dat was kort dus ik heb er verder niet bij stil gestaan. Maar afijn, tijdens dat lopen ging het moeizaam. En ik moest goed opletten dat ik recht liep en dat ik niet tegen de lantaarnpaal op liep.  Op de sportschool ben ik zoals gewoonlijk op de cross-trainer gaan staan. Daar begin ik altijd eerst mee, voordat de les begint. En toch voelde ik al dat het heel anders is dan andere dagen, anders was. Het was natuurlijk vorige week. Ik ben naar de trainer gegaan en hij keek me al ietwat bezorgd aan. En toen ik zei dat ik me niet helemaal prettig voelde, zei hij al: 'ja, dat zie ik aan je ogen.' En ik gaf aan dat ik wel mee ging doen met de les, maar dat ik misschien halverwege toch zou stoppen als het niet zou gaan.  Terwijl we stonden te wachten, voordat de les begon, met de hele groep samen, vroeg een medesportgenoot aan mij: 'hoe gaat het met je?' En ik zei al: 'ja ..ehm.. niet zo goed.' 'Ja, ik zie het aan je ogen,' zei ze toen terug. En ik vertelde ook een beetje over de instabiliteit en toen vroeg zij van: 'kan dat dan door de verandering van de luchtdruk komen?' En dat zou wel eens kunnen kloppen. Sinds ik Ménière heb, ben ik extra gevoelig voor al die weersveranderingen. Vooral die weersveranderingen die ja, grote veranderingen. En waarom bedenk ik dat dan niet zelf?!  Zo stonden we nog een tijdje te praten en toen zei ze ook: 'nou luister goed naar je lichaam'. En toen besloot ik: ik ga naar huis. Ik ga níet meedoen met de les. Dat heb ik tegen te trainer gezegd. En ik ben naar huis gegaan. Ik ben mij eerst gaan aankleden. Rustig de trap af. Ik kwam beneden en ze stonden al verbaasd bij de receptie dat ik al naar huis ging. Van 'hè, je hebt nu toch nog de les?' Dus ik vertelde dat ik me niet zo lekker voelde en dat ik dus naar huis ging. Toen wilden ze me niet zomaar laten gaan. Moest er niet iemand even meelopen? Of was het niet een idee om even te vragen of iemand mij naar huis kon brengen met de auto? Ja, misschien was dat toch wel een slim idee. Toen heb ik gevraagd... ik kan mijn man even bellen, maar ik heb nooit de mobiele telefoon mee, dus ik kreeg de telefoon van hun en ik heb gevraagd aan hem van: 'wil je mij tegemoet komen lopen?' Dan kom ik gewoon wel lopend naar huis en dan kon hij naar mij toe komen lopen. En eenmaal buiten in de koele lucht, toen voelde ik me gelukkig wel weer wat prettiger. En halverwege was mijn man dan bij me en zijn we hand in hand verder naar huis gelopen.  Na een tijdje rustig zitten, ik heb even geen koffiegedronken, ik kon nog niet lezen, dat lukte niet echt. Maar na een tijdje rustig zitten, ben ik gaan douchen. Heel rustig aan. En na de lunch ben ik op de bank gaan liggen en vervolgens heb ik de héle middag liggen slapen. Na het avondeten ben ik niet zo laat naar bed gegaan en heb ik weer de hele nacht geslapen! En dat was dus hard nodig! Waarschijnlijk was ik zó vermoeid dat ik dat niet eens in de gaten had dat het moeheid was. En dat het slapen mij ontzettend geholpen heeft. Want de volgende dagen die gingen weer goed. Ik kon weer fietsen. Ik ben op vrijdagochtend naar de yogales geweest. Daar zijn allerlei balansoefeningen bij en zelfs dat ging goed! Want dat heb ik ook als ik zo'n wiebeldag heb gehad, dat dan even daarna, de dagen daarna, al die balansoefeningen best moeilijk zijn. En dat was in dit geval niet zo.  Is zo'n wiebeldag, zo'n even-niet-dag, is dat nou het gevolg van de Ménière? En heeft dus dan toch echt die luchtdrukverandering daar invloed op? Of is er iets heel anders in mijn lijf aan de hand, wat ik helemaal niet weet? Maar in ieder geval is een van de functies van de evenwichtsorganen en van het hele evenwicht, dat is autonome beïnvloeding. Het reguleert de hartslagfrequentie. Het reguleert de bloeddruk en de ademhaling. In 'Evenwicht in uitvoering', in dat boek daar heb ik een heel hoofdstuk over geschreven, over die autonome beïnvloeding. Hoeveel invloed hebben de evenwichtsorganen hierop? Op die regulatie? De regulatie van die hartslag en bloeddruk en ademhaling? En welke gevolgen zijn er als die evenwichtsorganen dan niet meer helemaal goed werken? Wordt de hartslag en de bloeddruk en de ademhaling dan toch echt anders? Gaat dat niet meer helemaal zoals het bij gezonde evenwichtsorganen gaat? En zorgt dat ook voor die klachten van die hitte-buien? Dus de temperatuur in mijn lichaam, dat dat toch niet helemaal goed gereguleerd wordt. En zorgt dat dus ook voor die instabiliteit? Ik heb daar geen antwoord op gevonden. Toen niet en nu nog steeds niet! Volgens mij is er ook nauwelijks onderzoek naar gedaan, naar wat de gevolgen zijn als die evenwichtsorganen dus niet meer goed werken. Vooralsnog is het goed luisteren naar wat mijn lichaam aangeeft, het serieus nemen heel belangrijk en dan ook af en toe de keuze maken: ik doe even niet mee! Dit was weer een korte aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Dit was seizoen 12, aflevering 10: Even niet meedoen. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne en dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer.
9 Praten, zeggen, vertellen
2026/09/09
Er zijn verschillende woorden voor praten. Ook in gebaren. Hoe zit dat met luisteren?  (afb handvorm voor praten- website Nederlands Gebarencentrum) Volledig transcript  Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 9: Praten, zeggen, vertellen. Vroeger had ik nooit gedacht dat ik spreker zou worden. Ik wist niet eens dat het woord spreker bestond en dat het een soort beroep zou kunnen zijn. Daar ben ik pas veel later achter gekomen. Deze aflevering gaat over dat ik aan het spreken ben, maar meer over de woorden die allemaal te vinden zijn rondom het woord 'praten'. En hoe ben ik daar dan aan gekomen om daar een hele aflevering over te maken? Tijdens de gebarenoefengroep was het thema: werkwoorden. Zo zocht ik de gebaren op voor praten, zeggen en spreken. En sindsdien is het online gebarenwoordenboek van het Nederlands Gebarencentrum gratis en daar staan de gebaren dan met een filmpje. Dan zie je hoe het gebaar en ook de beweging gemaakt moet worden. En onder dat filmpje staat de handvorm, de vorm van hoe je je hand moet houden. En daaronder vind je gebaren die een link hebben met het woord dat je hebt opgezocht. Bijvoorbeeld het woord praten. Het gebaar voor praten, dat is met de handvorm 'open snavel'. Nou, je kunt met je hand een open snavel maken en in het filmpje zie je dat de snavel een paar keer open en dicht gaat. En dat je dat doet ter hoogte ongeveer van je mond.  Onder dat filmpje staan er gebaren voor: door elkaar praten, niet over willen praten en spreken. En dan kun je ook daar weer de filmpjes van vinden. En bij spreken staan de woorden erbij van: bespreken en overleggen. Daar zijn aparte gebaren voor. Als je dan verder gaat zoeken, dan zijn er ook gebaren voor: roepen, zeggen, schreeuwen en gillen, waarschuwen, vragen, antwoorden en zelfs de woorden uitleggen, verklaren, motiveren, vertellen, beargumenteren. Die hebben allemaal een eigen gebaar. En de meeste gebaren die worden dan vanaf mondhoogte gemaakt. Zo ook het gebaar voor toespraak, dat doe je ook vanaf je mond.  Vergaderen is een gebaar op borsthoogte. Dat is wel weer een beetje gek, want vergaderen doe je toch vaak met gesproken woorden. Dus dan wordt juist heel veel gepraat. Tenzij natuurlijk alle deelnemers doof zijn en Nederlandse gebarentaal de voertaal is. Maar meestal is vergaderen toch met gesproken woorden!  En opvallend is dat voor babbelen, kletsen en fluisteren, dat daar ook gebaren voor zijn. Maar er zijn zelfs twee gebaren voor! Ééntje voor als je babbelt in gebarentaal en hoe je babbelt in gesproken taal, daar is ook een gebaar voor. En zo is het ook voor kletsen en fluisteren. Dat vond ik wel heel grappig om te zien, dat fluisteren dus ook echt twee verschillende gebaren heeft. Als je dat in gebarentaal doet is het een ander gebaar dan wanneer je met gesproken woorden aan het fluisteren bent en daar een gebaar over maakt. En verder is er een gebaar voor communiceren en communicatie. Dat is hetzelfde gebaar. En dat wordt ook vaak gebruikt. Communiceren is natuurlijk veel breder dan alleen praten, want communiceren is natuurlijk ook mailen, dat is bellen, dat is WhatsAppen, op allerlei manieren. Terwijl het gebaar van communiceren toch weer ook vanuit de mond gebeurt. Het is een grote open C-hand, 2 C-handen en daarmee beweeg je heen en weer. Dat is het gebaar voor communiceren.  Maar in de Nederlandse taal hebben we nog meer woorden voor een manier van praten. Zoals ..ehm.. kwebbelen, ratelen, kakelen, klessebessen, murmelen. En daar zijn geen speciale gebaren voor. Laat maar praten, dan weer wel. En ook roddelen en liegen. Dat kun je in gebaren laten zien.  En dat zijn allemaal woorden die ik net genoemd heb, die we kunnen uitspreken. En dat doen we met onze mond en met onze stem! En wat ik dan vreemd vind is dat er zo veel praat-woorden ook in gebaren zijn. En dat die gebaren dan ook zelfs vanuit de mond of ter hoogte van de mond worden uitgevoerd. Terwijl de gebaren er oorspronkelijk zijn voor mensen die doof zijn en voor wie de spraak niet logisch is. Zij horen zichzelf niet praten. Ze horen ook anderen niet praten. En ze weten niet eens hoe gesproken woorden klinken. En dan heb ik het over mensen die dan ook echt nou bijna volledig doof zijn. Die gebruiken de Nederlandse gebarentaal, NGT.  In de periode dat kinderen doof geboren werden, en wél moesten leren praten, maar geen gebaren mochten maken, kregen ze heel veel logopedie. Zo leerden ze zich verstaanbaar maken. Zonder dat ze het zelf konden horen. Het lijkt mij een onmogelijke opgave om dat te kunnen. En toch ken ik mensen die dat hebben geleerd en die ik goed kan verstaan. Andersom verstaan ze mij niet en zijn ze dus volledig aangewezen op spraakafzien. Dus ik moet ze altijd aankijken als ik iets zeg. Ik kan nooit iets tegen ze zeggen terwijl ze met hun rug naar me toe staan, want daar horen ze niks van. En gelukkig kan ik tegenwoordig mijn spraak ondersteunen met gebaren.  Maar, kan het zijn dat die veelheid aan gebaren rondom dat woord 'praten' uit de tijd komt dat er wel weer gebaren gemaakt mochten worden, maar het doven-onderwijs nog erg onder invloed stond van het alleen leren praten met stem. Het is sowieso vreemd dat er een hele periode is geweest dat mensen die doof geboren waren, dat ze geen gebaren mochten maken en toch allemaal moesten leren praten. Dus dat praten was toch altijd nog heel belangrijk! Ook al konden ze er zelf niets van horen. En dan iets anders. Een tegenstelling eigenlijk van praten. Voor het luisteren zijn er weinig andere woorden in onze taal. Er zijn wel verschillende manieren van luisteren. Je kunt selectief luisteren, professioneel luisteren, begrijpend, technisch of actief luisteren, empathisch luisteren. Er zijn zelfs 3 niveaus van luisteren: Intern, gericht en globaal luisteren.  En andere woorden voor luisteren zijn: horen, aanhoren, opletten, beluisteren of doen alsof je luistert. Doen alsof je luistert, dat is Oost-Indisch doof. Dat is echt wel een andere term, maar dat is eigenlijk een soort uitdrukking. En Oost-Indisch doof, dan doe je alsof je iemand niet hoort, omdat je geen zin hebt om te luisteren. Maar dat is een beetje een ouderwetse uitdrukking en die stamt vanuit het begin van de 19e eeuw. Dat is de tijd van Nederlands- Indië, volgens het Genootschap Onze Taal.  Het zijn allemaal vormen van luisteren zonder dat er andere aparte woorden voor zijn gemaakt. Dat is toch gek! En in gebarentaal worden gebaren voor horen en luisteren vanaf het oor gedaan, ook wel heel logisch dan. En zo zijn er ook gebaren voor: niet-luisteren en het ene oor in en het andere uit. Maar meer heb ik niet kunnen vinden. Of ja, nog eentje dan. Erbij horen. Maar ja, dat heeft weer helemaal niets met horen met je oren te maken. En dat er weinig gebaren voor luisteren zijn, dat vind ik dan weer niet zo raar. Mensen die doof zijn kunnen niet horen, dus waarom zou je er verschillende gebaren voor moeten hebben?! Maar dat er dan in de Nederlandse taal ook weinig andere woorden zijn in plaats van luisteren en allerlei vormen van luisteren, ja, dat valt mij op! Alsof het luisteren veel minder belangrijk is dan praten! Voor praten zijn er héél veel andere woorden, heb ik net allemaal verteld. En voor luisteren is dat er helemaal niet! Tenminste, ik heb ze niet gevonden. Als jij ze wel weet? Laat het me dan weten.  En dan podcast, ja dat is hét medium waar gepraat wordt. Waar iets gezegd wordt of verteld. Ik spreek, ik vraag iets aan je, ik roep iets, ik leg uit, ik verklaar, ik motiveer. En soms waarschuw ik voor iets. ..ehm.. ik ratel en kwebbel en klets erop los! En jij, jij hoort mij! En als het even kan, luister je ook en begrijp je wat ik zeg. Maar meer is er niet. Is toch opmerkelijk, vind je niet?! Dit was seizoen 12, aflevering 9: Praten, zeggen, vertellen. Een korte aflevering van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne en dank je wel voor het luisteren. Tot de volgende keer.
8 Opruimen
2026/09/02
Tijdens het opruimen van flink wat spullen, kwam ik erachter dat er verschillende manieren van opruimen zijn. En waarom vind ik het zo moeilijk om spullen weg te doen? (foto eigen afbeelding van spullen die ondertussen beter zijn opgeruimd) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. De ene keer vertel ik over ons fysieke evenwicht en over hoe dat werkt, ons evenwicht. En de andere keer is het iets met het psychisch evenwicht waar ik zelf mee te maken heb. En de andere keer is het weer iets wat mij bezighoudt, waar ik mee bezig ben, wat ik doe. Waar ik iets bijzonders over te vertellen heb, of wat me is opgevallen. En dit is weer zo'n aflevering dat uiteindelijk zorgt het dat het mij wel weer in evenwicht brengt. Dit is seizoen 12, aflevering 8: Opruimen. We zijn aan het opruimen, hier in huis. En met name in de garage. De garage bij ons bestaat uit twee delen. Het voorste deel dat is mijn praktijkruimte. En het achterste deel dat is ja, onze opbergruimte. Ik kan het eigenlijk niet anders noemen. Daar staan een heleboel spullen in, gereedschap. Daar staat de koelkast, een extra koelkast met ook allerlei voorraden die we hebben aan eten. En zo ook een heleboel andere spullen die ik wil bewaren. Maar we krijgen daar nu een thuisbatterij. Dus die hele ruimte die moest sowieso leeg.  En toen hebben we bedacht, als we hem even helemaal leeg maken, dan kunnen we er een nieuwe vloer in leggen en ook behang. We hebben het plafond ook helemaal gewit. En alles is eruit! En ondertussen staan er nieuwe kasten in. Kasten met allemaal deurtjes, want we hadden allemaal planken staan, waar allemaal kratten op staan. Dat zie je dus de hele tijd. Dan zie je wel wat er is, want er staat op die kratten wat erin zit. Alleen, bij elkaar wordt het toch wel een rommeltje. Nou mag dat ook wel, want het is die garage. En toch wilden we dat opgeruimd hebben. Daar zijn we dus flink mee bezig. Een heleboel staat buiten bij ons onder de koof, dus het staat droog. Het is ook niet erg als het regent. En ondertussen staan de nieuwe kasten in dat deel van de garage.  We wachten nog op de thuisbatterij. Als die eenmaal geplaatst is, dan kunnen we ook alles in de kasten weer netjes opruimen. Er moeten ook nog wat extra planken in de kasten. Daar wachten we nog op, op de plankdragers, die zijn nog nodig. Zodat we al die spullen die daar stonden op een losse manier, dat bij elkaar goed verzameld zijn en zo. En dat het netjes allemaal achter deuren zit. Dan zie je dat verder niet meer. Dat vinden we eigenlijk wel netjes. Het mag wel een keer! En ik heb ook hierboven in mijn praktijkruimte, waar ik nú bezig ben, waar ik nu deze podcast opneem, daar stonden een héleboel spulletjes die ik had gekregen van een vriendin van mij, knutselspullen en zo. Want ze weet dat ik van allerlei dingen wil gaan maken en dat heeft zij voor mij verzameld. Maar dat heeft hier allemaal gestaan. En ik had wel een deel opgeruimd, maar een heel deel nog niet. Dus ook dat opruimen was ook nodig! Dus ik ben ook hier flink aan de gang gegaan. In de ruimte waar ik nu sta. En nu is er weer allemaal ruimte naast mij. Ik kan nu ook weer normaal bij het raam komen. Kan het raam opendoen, zonder dat ik over tassen en zo heen hoef te hangen.  En met dat opruimen, dacht ik ineens van: je hebt verschillende vormen van opruimen. Opruimen, bedacht ik zelf, dat is ook het ordenen. Het ordenen van dingen, voorwerpen. Bijvoorbeeld de puzzels, die wil ik dan netjes bij elkaar allemaal hebben. Ik wil de boeken netjes bij elkaar hebben. Tijdschriften, daar ligt een tijdschrift en daar en daar en dat dat weer bij elkaar komt. En dat dan ook de tijdschriften, dat ze bij elkaar horen. Dát is alles over het horen. Dát gaat ..ehm.. over een heel ander onderwerp. Dát gaat weer over een heel ander onderwerp. En daar dus, ja, nette stapeltjes van maken. Dan heb ik het ook weer goed geordend. Een andere vorm is het verplaatsen van die spullen. Dat doe je bij ordenen natuurlijk ook al, maar als ik bedenk dat sommige dingen die ergens liggen, dat het niet zo'n handige plek is, dan verplaats ik dat naar een andere plek. Ja, is dat dan opruimen? Er ligt bijvoorbeeld iets op tafel, nou een puzzel. Er ligt een puzzel op tafel, niet gemaakt, gewoon in een doos. En die ligt daar dan in de weg, want ik wil daar andere dingetjes neerzetten. Ik wil daar mijn kopje thee kunnen neerzetten. Dan is het handig dat ik die puzzel op een andere plek ga neerleggen! Dus dan ga ik verplaatsen.  Dan nóg een andere vorm is het netjes leggen. Het kan wel eens zijn dat ik een stapel boeken heb, en dat gaat een beetje schots en scheef. Dat dat een nette stapel is. Dus het netjes leggen is ook een vorm van opruimen. Als ik bedenk wat ik dan nog meer heb... Het kan ook zijn, spullen in de kast. Dan zie ik dat allemaal dat het een beetje schots en scheef staat, dan ga ik dat toch weer netjes achter elkaar zetten. Bijvoorbeeld in de koelkast. In de koelkast heb ik verschillende potjes staan. Dat zoet bij zoet staat en dan mooi achter elkaar. En dan als het gaat om bijvoorbeeld de augurken en de uitjes dat die ook achter elkaar staan. En zo maak je het weer netjes! Een andere vorm weer van opruimen, is dat je het ergens gaat opbergen. Dus je hebt iets, bijvoorbeeld die puzzels weer, en die puzzels die liggen dan in de weg. Die ga ik ook niet op dat moment verplaatsen naar een ander plekje in dezelfde kamer. Maar ga ik ergens anders opbergen. In een kast of in een la. En soms doe ik spullen in een doos. En dan doe ik meerdere dingen in een doos, zodat het allemaal wel bij elkaar ligt. Het kan ook af en toe in een krat. Totdat ik dat weer nodig heb of dat ik het weer ergens anders naartoe kan brengen. We kunnen ook opbergen hier in huis, sowieso natuurlijk in de kasten. Maar ook achter schotten. We hebben verschillende schotten hier. Een beetje onder het schuine dak zit dat dan. We hebben hier een schot, daar zit al het speelgoed van de kinderen nog achter. En bij ons op de slaapkamer hebben we een schot, onder het schuine dak, en daar liggen alle kampeerspullen achter. En boven op zolder, daar hebben we een héle grote ruimte, achter het schot. Daar staan alle kerstspullen. Daar staan oude foto's die we nog willen bewaren. Daar liggen de kussens ook die we nodig hebben voor de... voor de meubels buiten, als we in de zomer lekker buiten willen zitten, die zitten allemaal daarachter het schot. En dan is die andere vorm ook van opruimen, spullen naar een andere ruimte brengen. Er zijn dus spullen in die garage, die we heel graag daar weer willen hebben of die ík daar graag weer wil hebben. Maar ik heb daar ook spullen uitgehaald die ik weer naar een andere plek hebt gebracht. Die óf naar zolder zijn gegaan óf hier naar mijn praktijkruimte, dus dan kan je ze ook naar een andere ruimte brengen, op die manier kan je ook opruimen. Nóg een hele andere manier van opruimen is het wegdoen van spullen. En dat wegdoen dat kan zijn dat er spullen zijn die we aan de kinderen geven. Of aan familie. Dat we aan familie vragen 'heeft iemand hier nog wat aan?' Er zijn ook spullen die kunnen naar de kringloopwinkel. En er zijn spullen die we naar de stort doen. Gewoon omdat het ouderwets is. We denken dat niemand daar iets meer aan heeft, dingen die stuk zijn. Dingen die al zo verkleurd zijn, daar kan een ander ook niet zo veel aan hebben. Dus dan gaan we dat weggooien.  En dat wegdoen van spullen uit het huis, dat vind ik het allermoeilijkst. En ik heb me toen afgevraagd: waarom vind ik dat nou zo moeilijk? Mijn man zegt het ook altijd van 'de meeste spullen hier in huis die zijn van jou.' Hij is veel makkelijker in het wegdoen van spullen. Maar waarom vind ik dat dan zo moeilijk!? Voor een deel komt dat, van de spullen die emotionele waarde hebben. Waar ik herinneringen aan heb, zodat ik nog kan terugdenken. Of teruglezen. ..ehm.. brieven die ik bewaard heb. Spullen van de scouting, toen ik zelf als klein meisje kabouter was. Die spullen wil ik eigenlijk niet wegdoen! Dat zijn herinneringen, daar wil ik naar terug kunnen kijken. Zo zijn er ook nog allerlei spullen van de kinderen hier in huis, wat herinneringen zijn. Waarvan ik denk dat het ook emotionele waarde kan hebben voor de kinderen. Allebei de jongens wonen nog niet in een compleet huis. Als zij allebei in een eigen woning zitten met meer ruimte, dan gaan al die spullen ook naar hun toe. Hun eigen spullen die wij hier nog verzameld hebben. Geldt ook voor dat speelgoed wat hier nog in huis ligt, wat eigenlijk van hun is. Maar daarom vind ik 't wel moeilijk om spullen weg te doen, wegens die emotionele waarde! En ander aspect daarvan, waarom ik het zo moeilijk vind, is dat, ik ben ook spullen aan het verzamelen. En die verzameling wil ik dan uitbreiden. Ik ga het wel eens een keer hebben over een verzameling die ik hier in huis heb, die zich heel langzaam uitbreidt en soms in.... met een heleboel dingen tegelijk. Heb ik volgens mij nog nooit eerder over gehad. Maar het is leuk, als je iets hebt, dat dat meer wordt. Bijvoorbeeld wel die puzzels ook die ik heb, af en toe wil ik ook een nieuwe puzzel kunnen maken. Niet een puzzel die ik al 2 of 3 keer heb gemaakt, dan vind ik het leuk om een nieuwe puzzel te maken. Maar daardoor breid ik natuurlijk de hele set met puzzels... dat wordt steeds meer. Eigenlijk een verzameling geworden.  Er zijn ook spullen waarbij ik dan heb van hè, die heb ik heel vaak gebruikt! Nu niet, maar ik ga het zéker nog wel weer een keer gebruiken. Dus wil ik het niet wegdoen, want het is zo bruikbaar nog. En het is nog goed. Dus waarom zou je het wegdoen? We hebben er de ruimte voor. Het ligt niet in de weg. Nou, dat kan ik gewoon nu nog bewaren, gaan we niet weggooien. Handig om nog een keer te gebruiken.  En er zijn ook spullen die ik heel weinig heb...
7 Lichtschijnsel
2026/08/26
Licht in de nacht, daar schrok ik van als klein meisje. Ik kwam erachter wat het was en daarna werd het een veilig licht. (afb van de vuurtoren Burgh Haamstede-Pexels-DiePhotoPotato) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 7: Lichtschijnsel. En dan begin ik met een verhaal uit het boek: 'De 7 eigenschappen van effectief leiderschap' van Stephen Covey. In dat boek staat een verhaal wat is geschreven door Frank Koch: ‘Twee oorlogsschepen die voor de oefening deel uitmaakten van het eskader waren al dagen bezig met manoeuvres in zwaar weer. Op de brug van het schip dat het eskader aanvoerde stond ik op de uitkijk. Het was al avond. Flarden mist belemmerden een goed zicht. De kapitein bleef daarom zelf op de brug en hield alle bewegingen goed in de gaten. Vlak nadat de duisternis was ingevallen, meldde een wacht 'licht aan stuurboord.' 'Recht of niet', riep de kapitein? 'Recht kapitein', antwoordde de wacht. Er bestond gevaar voor een aanvaring. De kapitein riep tegen de seiner: 'Sein: aanvaring dreigt, verander uw koers 20 graden.' Er werd terug geseind: advies aan u, verander uw koers 20 graden. De kapitein zei: 'Sein: ik ben kapitein, verander uw koers 20 graden'. 'Ik ben stuurman 2e klas', was het antwoord, 'verander uw koers 20 graden'. De kapitein werd razend. Hij schreeuwde: 'Sein: dit is een oorlogsschip, verander uw koers 20 graden'. En daarop kwam het signaal: ‘Dit is een vuurtoren’. En wij veranderden van koers.’ Dit verhaal is een paradigmawisseling. Een paradigma is een soort referentiekader wat je hebt, een soort model, en dat verandert compleet! Op het moment dat je denkt nog steeds dat het een schip is -in dit geval bij deze kapitein- dan denk je dat die ander ook heen en weer kan gaan. Maar op het moment dat hij wist 'het is een vuurtoren', moest hij wel zelf veranderen. Dus hij had elke keer in z'n hoofd dat het een schip was! Door die omkeer, ja een vuurtoren, dan moet jij wel aan de kant.  Nou, dit verhaal gaat over vuurtorens. Gaat niet over paradigmawisselingen, maar over vuurtorens. Ik heb namelijk iets met vuurtorens. En dan niet om te beklimmen of te fotograferen. Nee, het gaat om het licht van de vuurtoren. En dat roept een beetje bijzondere gevoelens bij mij op. Dat komt, als klein meisje, ik denk dat ik een jaar of 3, 4 jaar was, gingen wij naar Renesse. In een klein vakantiehuisje. Vakantiehuisje, Renesse ligt in Zeeland, een beetje in de buurt van de zee. We gingen ook vaak naar de zee. En in dat huisje sliep ik boven in een stapelbed en dan keek ik uit door een klein raampje. Toen we daar nog maar net waren, werd ik 's nachts wakker, en ik zag steeds licht in mijn kamer. Een beetje regelmatige lichtflitsen. Nou was ik als meisje vaak wel bang voor allerlei dingen, allerlei nieuwe dingen ook. Dingen die ik niet begreep. En ik begreep al wel dat die lichtflitsen waren niet van onweer. Maar wat dan wel? Ik vond dat raar! En ik vond het ook zo spannend dat ik toch mijn ouders wel riep. En mijn vader die kwam bij me en die vertelde dat dat het licht van de vuurtoren was. Vuurtoren... Wat was een vuurtoren?! Ik had geen enkel idee! Vuur is brand. En dat is eng.  De volgende dag zijn we naar de vuurtoren gegaan. Mijn vader wilde dat graag aan mij laten zien, want hij vond het ook helemaal niet fijn dat het mij bang maakte natuurlijk. En eenmaal dichtbij, keek ik op naar die reusachtige toren met het licht bovenin. Het was dan overdag, dus het licht kon ik niet zien. Maar mijn vader vertelde waarom dat nodig was. Het ging over ja, het was iets met schepen, scheepsroutes. En het voorkomen van het stranden van een schip. Ik begreep dat ook niet helemaal, maar ik snapte wel het belang van het licht. Die vuurtoren die liet niet voor niks zijn licht schijnen. Daarna keek ik er dus met andere ogen naar, naar dat schijnsel van dat vuurtorenlicht. Ja, we bleven daar een paar weken in dat huisje en dat werd een beetje een vertrouwd licht. Het was helemaal niets om bang voor te zijn.  En later, ik denk dat ik een jaar of 11, 12 was, gingen we naar een huisje op Terschelling. Vlakbij de Brandaris. De hele grote vuurtoren daar op dat eiland. En ook daar zag ik het licht steeds in mijn slaapkamer. Toen wist ik wat het was, dus het was helemaal niets om eng te vinden. Het voelde juist wel veilig! Het licht schijnt er om de schepen veilig te laten varen en de juiste route te laten volgen.  En een paar jaar geleden gingen we naar een huisje in Egmond aan Zee. Vanuit de slaapkamer van dat huisje, keken we naar de vuurtoren. Alweer! En ik vond het wel bijzonder, dat we alweer op een vuurtoren uit keken. Later, toen we naar Texel gingen en vaker naar Texel gingen, ook daar hebben we regelmatig de vuurtoren gezien. We gaan er ook heel vaak naartoe. Vlakbij de vuurtoren, gaan we rondom heen wandelen, gaan we naar het strand. En die vuurtoren zie je zelfs van kilometers afstand boven de duinen uit, kun je die zien. Ik denk dat ik ook meerdere keren wel het licht van de vuurtoren op Texel ook heb gezien, als we 's avonds laat nog door de duinen aan het wandelen waren. Op de camping in Zeeland, daar kwamen we een aantal jaren geleden, kwamen we daar weer, daar zijn we vroeger ook wel geweest, maar toen is het me eigenlijk niet opgevallen. Maar toen we dus een paar jaar geleden op die camping weer kwamen, ging ik 's nachts naar het toilet en de hemel was helder en het was koel buiten. Je kon veel sterren zien. En ik zag daar steeds licht langs komen, net zo over de struiken heen. Beetje een regelmatig licht dat steeds weer te zien was. En op dat moment besefte ik: hé, dat is de vuurtoren van Westkapelle.  Elke nacht keek ik er naar uit. Dan hoopte ik ook dat het een heldere nacht zou zijn. Want dat licht, dat is dus kilometers ver te zien! En elke keer als ik dan 's nachts dat licht zag, dan doet me dat denken aan die allereerste kennismaking als klein meisje in dat stapelbed in Renesse in dat vakantiehuisje, door dat kleine raampje heen kijkend.  En dan valt me op, in mijn hele leven ben ik best vaak vuurtorens tegengekomen. En ik heb het even opgezocht. Als je dan weet dat al die vuurtorens op een andere manier licht maken. Je hebt daar die van West Schouwen. Dat is de vuurtoren in Haamstede, de allereerste die ook ooit gezien heb - die heeft 3 schitteringen per 15 seconden. En de Brandaris op Terschelling die heeft een schitterlicht om de 5 seconden. En die van Egmond aan Zee, dat is een ..ehm.. ja, heeft op een andere manier... heeft steeds 10 seconden licht en dan weer even niet, denk ik. Op een hele andere manier dan schitteringen. Dan heb je die van Texel, Eierland. Dat is bij de Cocksdorp helemaal, maar ze noemen hem Eierland, die heeft 2 schitteringen per 10 seconden. En die bij Westkapelle, heet het Hoge Licht, die heeft een schitterlicht om de 3 seconden. En die van het Hoge Licht dat is het licht wat wij zien, want je hebt ook daar in Westkapelle het Lage Licht. Het Noorderhoofd is dat, maar die kunnen wij niet zien vanaf de camping, waar we dan steeds zitten.  En die schitteringen, ik dacht altijd dan dat die lamp dus zo draaide dat er allerlei schitteringen inzitten, maar het is andersom. Het is gewoon een vaste lamp en daarom heen zit een soort optiek. En de optiek is een soort in groepen verdeeld, die heeft een soort openingen en geen openingen en die draait er omheen! Die optiek die draait om de lamp heen en daardoor heb je steeds dat er dus een deel is waar een versterkt licht doorheen komt en bij een ander dat het dan tegengehouden wordt en dat veroorzaakt die schittering. Dat wist ik eerst niet, als klein meisje. Ik dacht gewoon, het is één lamp. En ik denk dat het heel vroeger ook zo was. Dat het alleen maar één lamp was die altijd brandde. Maar op een gegeven moment zijn ze dan met die optieken gaan werken en dat heeft natuurlijk te maken om dan te herkennen welke vuurtoren het is. Als je langs de kust vaart en ze hebben allemaal hetzelfde licht dan weet je nog niet precies waar je bent. En aan die verschillende schitterlichten kun je dus bepalen welke vuurtoren, of eigenlijk bij welke plaats je in de buurt bent. Dus dat is wel heel handig bedacht. Dat doet me ook denken aan het verhaal van Lampje. Lampje, dat is een boek van Annet Schaap, een kinderboek geschreven in 2017. En in 2018 kreeg dat de Woutertje Pieterse Prijs. Dat is ook bekroond met de Zilveren Griffel in 2018. Het is ook een muziekvoorstelling geweest. En in 2023 is er een vierdelige televisieserie van gemaakt, dus toen kon je de beelden er ook allemaal bij zien. En ik weet ook nog dat we die gezien hebben. Maar een klein stukje van het begin van het boek gaat dan ook speciaal over die vuurtoren. Het verhaal dus van Lampje en dat begint zo: ‘Een eiland dat nog een beetje vast zit aan het vasteland, als een losse tand aan een draadje, heet een schiereiland. Op dit schiereiland staat een vuurtoren. Een hoge, grijze die 's nachts zijn licht rond laat gaan over de kleine stad aan zee. Zo zorgt hij ervoor dat de schepen zich niet te pletter varen op de rots die daar zo onhandig ligt in het midden van de baai. Zo zorgt hij ervoor dat de nacht wat minder donker lijkt. En dat grote land, de wijde zee wat minder groot en wijd. In het huis naast de toren woont de vuurtorenwachter Augustus met zijn dochter. En als het schemert, moet het licht van de vuurtoren al branden. En het meisje steekt het altijd aan. Iedere avond klimt ze de 61 treden op, maakt een roestig deurtje in de lenskap open, ontsteekt de pit, draait het mechaniek op dat de lens in het rond laat draaien, doet het deurtje dicht en klaar. Het was zwaar werk toen ze nog kleiner was. Maar nu zijn haar armen sterk geworden en haar benen klimmen makkelijk de trappen op en af, twee keer per dag. Drie...
6 Spreken en luisteren
2026/08/19
In een groep ben ik te traag om goed mee te doen met plannen maken, oplossingen zoeken of snelle antwoorden geven. Nu pas weet ik waarom dat zo is. (Afb Roszie-Pixabay) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van de boeken 'Ménière in balans', 'Evenwicht in uitvoering' en 'hoor jij wat ik hoor?'. Dit is seizoen 12, aflevering 6: Spreken en luisteren. Spreken dat is praten, iets zeggen. En dat doe je met je mond. Hoewel, Nederlandse gebarentaal dat is praten, spreken, met je handen! Daar gebruik je je mimiek ook bij en je lichaamshouding. Dus het is niet alleen je handen, maar er is heel veel meer bij nodig om een goed gesprek te kunnen voeren in Nederlandse gebarentaal. Maar de meeste mensen spreken, doen ze dan met hun mond. Luisteren dat is naar iets of iemand luisteren. Dan richt je je aandacht op iets of iemand om dát of díe persoon te horen. En dat doe je dan met je oren. Hoewel, ik luister ook met mijn ogen. Jaren geleden heb ik een keer een tien-seconden-pitch moeten maken. Dat was dan naar aanleiding, omdat je als coach je kunt laten zien en ja, wat is voor jou dan bijzonder wat bij anderen anders is? Dus wat is jouw kenmerk, waar sta jij voor? En mijn tien-seconden-pitch ging dan ook: ik luister met mijn ogen, gevoel en intuïtie. En stel dan de vragen die je nodig hebt.  Ja, en dan spreken en luisteren. Dat doe je dan toch met al je zintuigen. Ik heb al die zintuigen nodig om een goed gesprek te kunnen volgen. Maar hoe kom ik er nou bij om deze podcast te maken? Het idee voor een podcast te maken over spreken en luisteren komt naar aanleiding van een artikel wat ik gelezen heb van Judith Veen met de titel: Niemand traint ze in luisteren. En ik lees even voor wat er... een klein stukje van dat artikel: ‘We trainen mensen in spreken, in presenteren, in vergadertechnieken, in assertief communiceren. Niemand traint ze in luisteren. Luisteren is actieve verwerking. Je brein filtert achtergrondgeluid waardoor je een gesprek kunt volgen. En je brein onderdrukt afleiding en onthoudt wat je moet onthouden. Maar daardoor word je moe van dat actief luisteren. En dat komt niet door al die taken die uitgevoerd zijn, maar het voortdurend filteren. Het schakelen. Het verstaan in een ruimte vol geluid er omheen. Luisteren we eigenlijk wel?’ Nou, die vraag 'Luisteren we eigenlijk wel?' van Judith Veen, dat triggerde mij natuurlijk. Dus ik heb ook gelezen wat de reacties waren van de mensen. Eén iemand die gaf als reactie, ene Patrice, die reageerde met: 'Als slechthorende luister ik heel bewust en soms ben ik vaak zozeer bezig met luisteren, dat ik zelfs geen tijd heb om te bedenken wat ik wil zeggen. En goede of slechte akoestiek en vergaderdisciplines spelen daar ook een rol bij.' En toen ik dat las, besefte ik ineens waarom ik het altijd zo moeilijk vind om in gezelschap, samen ideeën uit te werken. En dat heb ik mijn hele leven al gehad.  Vroeger, voordat ik hoortoestellen droeg, voor 2018, maakte ik vaak gebruik van spraakafzien. Nou zeg ik dit wel, maar ik ben mijn hele leven nog aan het spraakafzien. Maar toen was het écht noodzakelijk. Het was nodig namelijk om de ander te verstaan. Dat had ik toen, helemaal in het begin, jaren geleden toen ik nog jong was, had ik dat helemaal niet zelf in de gaten. Mijn man die had het wél in de gaten. Wij leerden elkaar kennen op de pedagogische academie, en hij vond dat ik altijd zo goed op de docenten lette. Alle lessen die wij samen hadden -hij zat wel in een andere klas, maar sommige lessen waren we dan samen- en dan viel hem altijd op dat ik zó geconcentreerd oplette. En pas toen ik wist dat ik gehoorverlies had, genetisch gehoorverlies, dus mijn hele leven dat ook al heb gehad- of al heb, dat ik dan het nodig heb om spraak af te zien. Dus ik was continu bezig bij de docenten om te volgen wat het hele gezicht, wat die mond, wat zij zeiden!  En helemaal later, toen ik zelf in het onderwijs werkte -met nog meer gehoorverlies, wat ik toen ook nog niet wist- was dat spraakafzien nog harder nodig. En ik weet dan nog, als we in een werkgroep bezig waren of tijdens een vergadering, dan deed ik bijna nooit mijn mond open, omdat ik niet goed wist wat ik wilde vertellen. Tenzij ik dat natuurlijk had voorbereid op papier. Dan had ik dat voor me liggen en dan kon ik dat gebruiken om te zeggen wat ik wilde zeggen. Maar nu snap ik eindelijk, dat doordat intensieve luisteren naar de anderen, ik geen ruimte had om zelf na te denken wat ik er nu van vond. Laat staan dan ook actief meedenken om ideeën aan te brengen of oplossingen te opperen. En pas na zo'n bijeenkomst of na een vergadering, dan wist ik wat ik had kunnen zeggen. En dan kwamen er allerlei ideeën naar boven, want dat lukte pas als ik in stilte was. Omdat ik dan ruimte had om zelf erover na te denken.  En nu pas besef ik dan ook hoeveel energie het kostte om een dag voor de klas les te geven. Waarbij ik continu moest inspelen op allerlei situaties die op dat moment gebeurden. Ja, dan was het ook geen wonder dat ik altijd héél moe was na een dag lesgeven! Totdat ik dat wist, dacht ik altijd dat ik te traag was. Omdat ik niet snel kon reageren. Omdat ik niet snel een juist antwoord kon geven. En ik had ook dan steeds weer bewondering, vooral als we in groepen bezig waren, had ik steeds weer bewondering voor anderen die zomaar, en dan pijlsnel, een idee naar voren brachten. Of een gevat antwoord gaven. Of ..ehm.. dan meteen de juiste actie uitvoerden. Ik weet nu; ik was ook traag. En dat kwam dus doordat ik keihard aan het werk was om te luisteren! Waardoor mijn eigen denken stil stond! Of dus heel langzaam werkte.  En ik heb ook al ontdekt, zelfs nu met hoortoestellen, lukt het me nog steeds niet om in snelheid mee te denken als ik in een groep ben. En helemaal als we dan met die groep samen iets moeten bedenken. Als we tot een oplossing moeten komen of zo. En vooral als we dan veel heen en weer gesproken wordt.  Heel anders is dat bij een-op-een gesprekken. Want dan hoef ik me maar op één persoon te richten. Ik besef me ook heel goed, dat deze podcast luisteren, ik spreek en jij luistert, en als je dan veel gehoorverlies hebt, dan is het moeilijk om een podcast te volgen. Want er is geen beeld bij. Je kunt niet spraakafzien. En daarom heb ik ook bij elke aflevering een volledig transcript staan, zodat je kunt luisteren en meelezen tegelijk. Dat is wat ik zelf ook elke dag doe als ik televisie kijk, naar een Nederlandse film waarbij niet standaard ondertiteling is dan heb ik de ondertiteling toch nodig, om mee te kunnen luisteren, mee te kunnen lezen wat er wordt gezegd. Als ik naar een Nederlandse film zit te kijken, dan duurt het ook even voordat ik doorheb dat de ondertiteling niet aan staat. Dan heb ik ook een gegeven moment van: Hè!? Ik heb een heleboel gemist, ik weet niet wat er nou gezegd is en dan pas, oh ja ik moet de ondertiteling aanzetten! Spreken en luisteren. Het zijn twee totaal verschillende dingen en ze hebben natuurlijk wel alles met elkaar te maken. En ik leer dan al spreken met mijn handen. Ik ben ook gewend om mijn handen te gebruiken als ik aan het praten ben. En daar komen dan automatisch dan ook al gebaren uit de Nederlandse gebarentaal bij, vooral bij mensen die ik voor het eerst ontmoet. Maar het luisteren in een groep dat blijft nog steeds moeilijk. En ik weet nu ook dus dat dat komt omdat ik echt te traag ben om snel te reageren als er een gesprek gaande is met heleboel verschillende mensen, dan ben ik ja, stil. Dan ben ik wel aanwezig, zonder actief mee te praten omdat dat nog steeds heel lastig voor mij is. Dit is seizoen 12, aflevering 6: Spreken en luisteren. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En de podcast heet 'Evenwicht, je leven'. Dank voor het luisteren en tot de volgende keer.
5 Slippers
2026/08/12
Over blote voeten, slippers, sandalen en wandelschoenen. Ik heb goed schoeisel nodig, om stevig te lopen en niet uit te glijden. Toch loop ik het liefste op blote voeten. (eigen foto) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En ik vertel graag over het evenwicht, over míjn evenwicht. Maar ook over allerlei andere dingen die daar zijdelings toch mee te maken hebben. En dat is weer zo'n aflevering. Dit is seizoen 12, aflevering 5: Slippers. Ik wil vertellen zo over slippers, maar dan begin ik even over het lopen op blote voeten. Ik loop heel graag op blote voeten. Het liefst de hele dag door. En dat is in de zomer heel erg aangenaam, in de winter is dat een beetje koud en dan doe ik liever toch sloffen aan. Maar dat is meer voor de kou in plaats van dat ik op blote voeten zou willen lopen. Dat zou ik liever ook de hele dag, het hele jaar door, in ieder geval in huis, willen doen. En blote voeten buiten? Ik zou dat wel willen, maar ik vind het niet echt prettig. En dat komt ook omdat de stoep en de straat is helemaal niet gemaakt om op blote voeten te kunnen lopen. Als ik denk over het lopen in het gras, is het ook niet fijn. Want daar zijn, tegenwoordig heel veel teken en de teken dragen de ziekte van Lyme bij zich of eigenlijk een bacterie, die zorgt voor de ziekte van Lyme. Vind ik niet fijn. En ik ben ook al een keer in een hommel getrapt, toen ik op blote voeten liep. Die had ik niet gezien, zo'n klein hommeltje en ik ging daar bovenop staan en dat doet hartstikke veel pijn! Want die heeft me dus gestoken en aan de onderkant van je voet, dat wil je niet! Dus als ik buiten loop in het gras, onder andere op de camping of hier in de tuin, dan doe ik dus mijn slippers aan of ik doe klompen aan. Ik heb van die echte houten klompen en dat vind ik ook prettig om mee te lopen. Maar dan wel rondom het huis of op de camping. Ik ga daar niet mee naar buiten verder, naar de winkel toe of zo, want dan vind ik klompen niet echt handig. Dan doe ik toch weer liever mijn gewone schoenen aan. Want ik moet zeggen: ik loop ook niet op slippers naar de winkel. Ik heb het liefst gewoon goede, dichte schoenen die goed aan mijn voeten zitten. En een slipper, ja die gaat zo van je voeten af, dus dat is niet echt handig.  Verder even over die blote voeten; Ik heb een keer verbrande voeten gehad. We waren in Egmond aan Zee en ik had beetje eenvoudige sandalen aan. Met het lopen kreeg ik blaren achterop mijn hiel en dat werd zo pijnlijk, dat was helemaal niet fijn! Toen dacht ik: nou dan doe ik mijn schoenen uit en dan ga ik wel op blote voeten lopen. En we liepen aan de kant waar de zon ook scheen, op de straat, op de stoep. En het was in de meivakantie volgens mij, dus nog niet eens hoogzomer. En ik kwam thuis of eigenlijk in de 'bed and breakfast' waar we waren en ik deed daar mijn schoenen uit en ik had last van mijn voeten! Maar ik wist niet precies wat. En pas 's avonds kwam ik erachter dat mijn hele voetzolen, dat die verbrand waren! Die waren verbrand door het lopen op die hete tegels! Nu snap ik ook dat je eigenlijk honden niet moet laten lopen op hete tegels, want ik kan me voorstellen dat honden daar toch niet heel goed tegen kunnen, dat dat ook op een gegeven moment pijnlijk kan worden. In ieder geval ik ga niet meer lopen op blote voeten op de tegels, op straat, op beton, want dan kun je écht je voetzolen verbranden. En dat is pijnlijk! Probeer dat maar te voorkomen, door gewoon goede schoenen aan te doen. Maar ja, deze aflevering heet 'Slippers' dus ik wil het verder gaan hebben over die slippers. En dan denk je misschien aan teenslippers, maar teenslippers vroeger al had ik daar een hekel aan! Teenslippers die dan zo'n klein plastic stukje tussen je tenen hebt en dat vind ik zó onaangenaam! Ik kan niet lopen op teenslippers! Ja, ik kan het wel, maar dan loop ik er heel even op en het liefst wil ik ze zo snel mogelijk dan weer uit doen. Dus ik heb ze tegenwoordig al helemaal niet meer. En dat is best gek, want ik vind het heel lekker als iemand aan mijn voeten kriebelt. Een voetmassage. Graag zelfs! Dat vind ik heel fijn! Maar dat is dan tussen mijn tenen in, vooral tussen mijn grote en mijn tweede teentje, wil ik dat dan niet! Dat is een plekje, dat voelt onaangenaam! En dan moet ik zeggen: bij het masseren heb ik daar helemaal niet zo veel last van. Maar met het lopen in een, met een teenslipper, vind ik dat dus een heel onaangenaam gevoel. 'k Draag wel vaak slippers, en dat is zo'n slipper dan, gewoon met zo'n band over je wreef heen en dan kan je daar toch aardig op lopen. En ik heb al nu een stel slippers, nou die heb ik al jaren, want het, het is gewoon onverwoestbaar dat spul. En die slippers gebruik ik heel vaak dus op de camping en hier thuis. Ik heb ook slippers, altijd in mijn sporttas zitten. Na het sporten op de sportschool, dan ga ik altijd douchen en dan doe ik ook mijn slippers aan. En dat zijn dus andere slippers, dat zijn slippers die ik alleen maar gebruik op de sportschool. Dat is natuurlijk heel hygiënisch, maar voor mij is het een andere reden waarom ik dat doe. En dat is dat de kans op uitglijden dan veel kleiner is. Ik kan mijzelf moeilijk staande houden als ik uitglij. En in de douche, dat kan heel glad zijn, en hier op de sportschool is dat ook heel erg glad. Dan is de kans op uitglijden gewoon heel groot. Dus met die slippers wordt dat dus een heel stuk kleiner.  En zo doe ik dat ook op de camping. Als we op de camping zijn en het is ook een grote douchecabine, dan vind ik ook die slippers heel fijn om aan te hebben. Sowieso dus voor de hygiëne, maar ook om niet uit te kunnen glijden.  En ook sandalen, sandalen, een vergevorderde slipper, een slipper waar dus een heleboel aanzit, met meer bandjes en zo en dat ziet er ook wat leuker uit. Maar sandalen wil ik altijd met een dichte neus. Die open tenen vind ik niet zo fijn. Dan glijd ik steeds naar voren toe in zo'n sandaal. Dus ik heb het liefst een sandaal met een dichte voorkant. Zodat mijn tenen daarin zitten.  Alleen, vind die maar eens! Ik ben nu al twee jaar op zoek naar nette sandalen, maar ook sportief met een dichte voorkant. Ik heb ze heel lang gehad, met een dichte neus en een soort elastiekje aan de bovenkant. En die zaten heel prettig. Daar kon ik wel heel lang op lopen. Daar kon ik wel een heel stuk mee wandelen ook. Alleen die waren op een gegeven moment zó versleten aan de onderkant, dat brokkelde af! Dus die heb ik weggedaan! En zo'n soort sandaal heb ik niet meer kunnen vinden. Ik ga geregeld nu kijken, vooral in de zomer dus, in allerlei schoenenzaken. En ik vind niet die sandaal die ik voor ogen heb. Die prettig zit, die er wat sportief uitziet. Raar toch, dat ze dat helemaal niet maken!  Sowieso vind ik het prettig om goed schoeisel te dragen. Helemaal als het evenwicht niet zo goed werkt, dan wil je ook goede schoenen hebben. Die niet zomaar van je voeten gaan. Ze moeten stevig zitten. Dus het liefst ook dat ik ze wel kan verstellen en dat ik de veter dicht kan doen of met een gesp dat ik hem dicht kan doen. En dan is goed schoeisel belangrijk om goed te kunnen lopen.  Daarom vind ik blote voeten veel fijner, omdat ik veel beter voel wat er allemaal op de grond is. Met schoenen is dat wat minder. En toch draag ik natuurlijk heel vaak schoenen als ik naar buiten ga. En dan wil ik dat die schoenen goed aan m'n voeten zitten. En zo heb ik verschillende schoenen in verschillende kleuren, omdat ik dat ook een beetje vind passen bij wat je draagt.  En zo heb ik ook goeie wandelschoenen. Die heb ik pasgeleden weer aangedaan, want we gingen een excursie doen hier door de Stille Kern van Zeewolde. Een heel groot bosgebied. We zouden daar gaan struinen, maar we gingen daar toch via het pad helemaal lopen. Want de excursieleider die erbij was, die zei zelf al: ‘ja, je kunt hier door het hele gebied struinen, maar ik verdwaal dan altijd. En dat wil ik niet als er een hele groep bij is, want dat vind ik veel te spannend, dus we gaan via de route, via het pad helemaal lopen.’ Nou kennen wij het pad in de Stille Kern wel, dus we hebben meer geluisterd naar zijn verhalen en naar de vogels die hij aanwees, die wij niet meteen zagen. Er was alleen heel weinig te zien en dat is in de zomer ook wel een beetje logisch met vogels kijken.  Maar in ieder geval we hebben daar gelopen, gewandeld dus. En ik had mijn wandelschoenen aan. En op een gegeven moment kwamen we op een pad waar allerlei grove stenen lagen. Een soort, soort grind, maar meer een soort puin. Beetje wat ook heel stoffig is. En dat lopen op die stenen, dat was heel onaangenaam. Dus daarom was ik blij dat ik die wandelschoenen aan had. Het leek net een beetje alsof je door het zand loopt, dat is zwaar lopen en dat was hier ook bij. Echt, ik vond het vermoeiend! En we hadden al een heel eind gelopen over een redelijk goed pad. En het laatste stuk ging dan over dat hele grove pad, nou dat, echt, we waren moe! Dat merkten we al.  Het was ’s avonds, die excursie, het was al na een hele dag dat we bezig waren geweest hier in huis. En dan lopen over dat, dat grind, dat puin? Nee! Ik vond het niet fijn. Ik moest ook heel erg mijn aandacht richten op het lopen. Ik kon ook daardoor niet met de andere mensen die ook meeliepen met die excursie, om even een praatje te maken, want ik was continu gefocust op de route waar ik liep. Hoe ik liep, waar ik liep en dan zocht ik een beetje de plekken op waar het grind, dat puin, dat het een beetje erin geklonken was al, maar ja, alles wat zo losligt, dat is gewoon ongemakkelijk lopen!  En dat had met slippers dus al helemaal niet gekund! We hebben wel eens excursies meegemaakt dat er mensen meegaan en die lopen dan op slippers! Op teenslippers! En dan gaan ze daar dus twee uur mee lopen! Ik vind het heel knap dat er mensen zijn...
4 Dichtbij
2026/08/05
Wat ik later worden, is de vraag die ik mij zelf heb gesteld. Via allerlei wegen ben ik bijna waar ik zijn wil. Maar klopt dat wel? (afb Danielle Postma) Volledig transcript Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven', de podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. En dit seizoen 12, aflevering 4: Dichtbij. Het is nu midden in de zomer. In de zomerschoolvakantie zelfs. En we zijn thuis. Dat is best vreemd, want we hebben ons hele leven vakantie gehouden in de zomerschoolvakantie. En dat komt omdat mijn man ook heel lang nog in het onderwijs heeft gewerkt, dus we waren afhankelijk van die zomerschoolvakantie. Hoewel, in corona-tijd zijn we natuurlijk twee jaar thuisgebleven, 2020, 2021, toen waren we ook niet weg. Maar al die andere vakanties waren we altijd, net als heel veel andere gezinnen, op vakantie en gingen we dus naar de camping in de zomer. En nu zijn we thuis, want we zijn al op vakantie geweest. De lange vakantie is al geweest. En de hele omgeving, ja die mensen zijn allemaal nu op vakantie. Het is ook rustig in het dorp. Aan de andere kant weer niet, want er zijn ook weer heel veel toeristen die door het dorp lopen, dus er is nog genoeg te beleven. Maar voor mijn gevoel is het echt ..ehm.. heel anders deze weken.  We zijn wel begonnen met de garage opruimen. Het is mooi weer, dus heel veel spullen kunnen naar buiten. Die garage willen we namelijk opnieuw inrichten. We willen een andere vloer. Die vloer ligt er al vanaf begin af aan in. Het is een paar keer nat geworden daar. Het is goed dat daar een keer een andere vloer komt. We willen behang, in plaats van schilderen. En we willen kasten, in plaats van planken. We hadden altijd planken en daar stonden allerlei kratten weer op, vol met spullen. Het zag er altijd een beetje slordig uit. Dat mag natuurlijk ook in een garage, maar we willen het opruimen. We willen daar kasten neerzetten, zodat we alles dicht kunnen doen, waar deuren allemaal zitten. Zodat het allemaal wat overzichtelijker wordt. Wat makkelijker dat we erbij kunnen.  En het gaat dan om het achterste deel van de garage, want het voorste deel dat is mijn praktijkruimte. Daar ontvang ik de cliënten die bij mij thuis willen komen. Waarmee ik geen online contact heb, maar dus die fysiek bij mij willen komen. Ja, en die ruimte die is nog prima. Daar wil ik wel een ander behang, dat zou leuk zijn, maar het is niet nodig. Dus we houden ons alleen maar aan het achterste deel, dat zijn we dus aan het veranderen. Dan maak ik vandaag geen lange aflevering, want dan kan ik straks weer gaan helpen beneden. Want er is dus genoeg te doen!  Waar ik het over ga hebben, is ja, 't thema is dichtbij. Is naar aanleiding van een uitspraak van Loesje. Je kent wel, die posters en er zijn ook scheurkalenders van en agenda's kun je ervan kopen met uitspraken van Loesje. En dit is zo'n uitspraak: 'Wat ik later worden wil? Wat ik nu ben en een beetje meer.' Dat is dan zo'n uitspraak waarbij ik me meteen afvraag: wat wilde ik als klein meisje worden? Wat wilde ik als klein meisje als ik dan groot was, wat ging ik dan doen?! En ik weet nog dat ik als kleuter zei dat ik schaapherder wilde worden in Australië en anders kleuterjuf. Australië komt, omdat mijn oma die had zussen, die zijn geëmigreerd naar Australië en daar hoorde ik dus verhalen over. En ik was nieuwsgierig naar wat is dat voor een land? En dan blijkt het geen land te zijn, maar een heel werelddeel. Maar ik ben al als klein meisje gaan lezen over Australië. Nou is het ondertussen met die schapen helemaal niets geworden.  Ik ben ook nooit in Australië geweest. En dan het gekke is, dat er vriendinnen zijn en andere mensen in mijn directe omgeving, die wél in Australië zijn geweest. Een vriendin van mij heeft er gewoond, een heel jaar lang zelfs. En een andere vriendin die is daar meerdere keren naartoe geweest en dan was ze ook weken weg. En dan kreeg ik daar ook steeds berichtjes over waar ze allemaal naartoe ging en hoe het was daar. En zelfs mijn eerste vriendje, eh, toen was ik een jaar of 15, ja, ik was 15 jaar, toen kreeg ik verkering en die jongen die ging voor 6 weken meteen naar Australië. We kenden elkaar nog maar net 2 of 3 weken en toen ging hij daarnaartoe. Naar dat land waar ik mijn hele leven al naartoe wilde. Onze zoon Kasper, die is ook voor een half haar in Australië geweest. Hij heeft er zelfs gewerkt en hij heeft daar rondgereisd en zo. En twee goede vrienden van hem, ook die zijn een hele periode in Australië geweest. En dan weet ik ook dat er ook nog verre familie van mijn oma, dat daar kleinkinderen, achterkleinkinderen, dat die daar ook nog steeds wonen. Ik ken ze niet, maar ik zou ze kunnen opzoeken. Die zullen daar zeker nog ergens aan de westkust van Australië nog wonen. Ik ben nooit in Australië geweest. Op dit moment heb ik ook de behoefte niet meer om helemaal daar naartoe te gaan.  Kleuterjuf? Dat ben ik wel geweest. Eerst ben ik in groep 3 begonnen - na de pedagogische academie. En daarna ging ik invallen bij de kleuterklas. En toen we in Zeewolde hier kwamen wonen, kreeg ik een eigen kleuterklas. Wel altijd in een parttimebaan, met iemand anders samen, een duobaan. Ik heb zelfs op de peuterspeelzaal gewerkt. Dat was ook in de tijd dat we hier net in Zeewolde kwamen wonen. Hebben ze me gevraagd of ik een paar keer wilde invallen op de peuterspeelzaal. Maar met jonge kinderen werken, vond ik dus iets heel vanzelfsprekends. En dat begon al als leidster bij de Kabouters. En ik ging ook training geven aan jonge kinderen bij de reddingsbrigade. En daar heb ik dus heel veel ervaringen op gedaan met het werken met jonge kinderen. En ik vond het helemaal niet moeilijk, ik vond het wel logisch om dat te doen. Ik vond het ook helemaal niet moeilijk om steeds iets nieuws te bedenken voor zowel de ..ehm.. bij de scouting niet, als bij de reddingsbrigade niet. Elke keer bedacht ik wel andere oefeningen. En hoe ik erop kwam? Geen idee! Misschien dat ik daar toch ook wel literatuur voor had of zo, boekjes. En ook het omgaan met de kinderen, dat was zoiets gewoons.  Ik heb het één jaar wel heel moeilijk gevonden en dat was toen ik werkte in Stenia, Zonnehuis Stenia. Ik was klaar met de pedagogische academie. Het was toen heel moeilijk in het onderwijs om aan banen te komen, in het onderwijs. Kort daarna veranderde dat, want toen ging het van lagere school naar basisschool en toen kwamen er ineens allerlei banen bij. Maar in dat jaar nog niet. Toen ben ik gaan werken in het Zonnehuis. Dat was in Zeist. En daar ging ik werken met kinderen met een beperking.  En het Zonnehuis, dat is een antroposofisch huis en daar hoefde ik zelf niet antroposoof voor te worden. Ik had daar al tijdens de vakantie al twee jaar gewerkt. Een deel van mijn zomervakantie gebruikte ik dus om aan het werk te zijn. En dat heb ik daar gedaan. Dus ik wist al wel waar ik terechtkwam. Toen ik ging werken op Stenia wilde ik daar graag met de jonge kinderen werken. Maar ik werd ingedeeld bij de oudere jongeren. Jongeren van 10 tot 21 jaar, de pubers. En daar heb ik écht ervaring opgedaan met consequent zijn. Het gekke was, ik was zelf nauwelijks ouder dan de oudste in de groep. Dat was een meisje van 21 jaar. En ik was zelf ook net 21, 22 jaar. En ook de namen uit die groep, waar ik dan een jaar mee gewerkt heb, ook die namen weet ik allemaal nog. Die ben ik nooit vergeten! Dan vraag ik me wel eens af, wat zou er van hen allemaal terecht zijn gekomen? Leven ze nog? Waar wonen ze dan nu? En ik kan me dat nauwelijks voorstellen, want in mijn gedachten blijven ze altijd diezelfde leeftijd houden. Ze hebben wel enorme indruk achter gelaten. Het was een heel intens jaar. En dat zit ook nog wel vers in mijn geheugen, want ik kan het allemaal zo naar boven halen als ik daarover nadenk, dat is zo bijzonder! Later in het onderwijs, heb ik best enkele leerlingen onthouden. Er zijn meerdere leerlingen, die namen, die vergeet je nooit meer. Ja, het gezicht, hoe ze bewogen, al die dingen weet ik dan nog van enkele kinderen, maar niet hele klassen. Maar ik ben dus wel die kleuterjuf geworden die ik vroeger al aangaf: dat wil ik worden. En niet alleen kleuterjuf, maar wel juf ook voor meerdere leeftijden. Alleen, al heel lang ben ik geen juf meer. Vanaf 2008 werk ik niet meer als juf. Voor die tijd had ik nooit gedacht dat ik een eigen bedrijf zou hebben. Dat ik zelfstandig ondernemer zou worden. Ja, zelfstandig ondernemer, tot bepaalde hoogte ben ik dat geweest. Maar ik ben nooit een ondernemer geweest die flinke winst maakte of die aan het groeien was en dan personeel ging aannemen. Maar dat is nooit mijn ambitie geweest. Het starten van het eigen bedrijf was ook ja, min of meer een gedwongen iets, omdat ik niet meer in het onderwijs kon werken en heel graag wel als coach wilde werken. Maar dat kon alleen maar als ik zelf een eigen bedrijf startte, want via dat eigen bedrijf kon ik dus dan opdrachten aannemen.  Maar ja, dat gaat dan allemaal over werk. Over van wie ik ben geworden. Coach, workshop-gever, ik ben presentator en spreker. Ik begeleid de NmG-groep, waar ik me altijd weer even een beetje juf voel. Ik ben auteur geworden, boeken geschreven. Maar dat heeft allemaal met werk te maken.  Maar hoe zit het als persoon? Ben ik de persoon geworden die ik wilde zijn?! En dat weet ik niet! Ik weet niet of ik tijdens al dat werk voor 2006, bezig was met wat voor persoon ik zou willen zijn! Of dat ik bezig was met 'dat ben ik al!' In ieder geval is er vanaf 2006 van alles in gang gezet. Eerst even een tijd niet. Een soort winterslaap heb ik gehouden. Een heleboel kon ik niet en deed ik ook niet. Maar toen ik langzaam opkrabbelde en weer van alles oppakte, was ik bezig met wie ben ik dan?! Daardoor ben ik ook wel steeds meer gaan begrijpen wie ik ben. Los van al dat werk. Ook van hoe het leven in elkaar steekt en hoe...
3 De was
2026/07/29
Hoe een eenvoudige huishoudelijke klus ineens niet zo makkelijk gaat met evenwichtsverlies. (afb Pixabay Manfred Richter) Volledig transcript  Welkom bij de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 3: De was. Deze aflevering gaat over een klein deel van het huishouden wat wel heel essentieel is, namelijk de was doen. Toen ik in 2006 door de ziekte van Ménière niet meer werkte en dus alle dagen thuis was, omdat ik tussen de aanvallen van draaiduizeligheid heel onstabiel bleef, was het niet eenvoudig om zelf het huishouden volledig te doen. Ik kon niet bukken of op een trapje staan. Ik kon niet eens een emmer met water tillen of iets anders zwaars tillen en ermee lopen. Dat ging allemaal niet! Pas toen de aanvallen wat minder werden en ook de instabiliteit verminderde, toen ging ik weer dingen oppakken in het huishouden.  Behalve het stofzuigen, dat deed ik liever niet. Want het was veel en veel te veel lawaai! Het geluid van die stofzuiger dat deed gewoon pijn in mijn oren. Net als ook het geluid van de waterkoker pijnlijk was en als ik de wc doortrok. Want in die begintijd van de Ménière, zal ik ook iets van hyperacusis hebben gehad. Echt overgevoeligheid voor geluid! En in dit geval dan niet speciaal kleine geluidjes, maar juist de luide geluiden.  Maar ik deed dus in die begintijd niet zelf het huishouden, het lukte dus niet. En gelukkig konden de andere leden in het gezin dat wel oppakken voor zover ze dat dan ook konden. Kreeg ik geregeld dat ze even bij me kwamen van 'hoe moet ik dat doen of hoe moet ik dat doen?' Dus ik heb ze daarbij wel kunnen ondersteunen.  En wat op een gegeven moment wel lukte -toen ik dus weer dingen kon oppakken- dat was de was doen. Het was niet de wasmand naar boven tillen, de wasmachine staat bij ons op zolder en de wasmand die staat in de badkamer op de eerste verdieping, dus die moet dan altijd naar boven gebracht worden. En dat deed ik dan nog niet. Niet omdat ik niet genoeg kracht had, maar meer omdat als je iets groots in je handen hebt en je moet een trap oplopen, dat is nogal wat. Helemaal als je dan toch nog wat instabiel bent. Dus dat deed ik dan niet, dat deed dan één van de jongens. En zo was het ook andersom. Als ik de was op zolder opgevouwen had, nadat het helemaal gedroogd was, dan bracht één van hen de wasmand weer naar beneden.  Maar ik kon natuurlijk wel de was sorteren en in de wasmachine doen. En dan ging ik op mijn knieën zitten, zodat ik niet kon omvallen. En dan deed ik dus op die manier de was in de machine. Stond de wasmand naast me en dan kon ik het er makkelijk indoen. En als de was klaar was, dan zette ik de wasmand voor de opening en ook dan ging ik op mijn knieën weer zitten en haalde ik dat allemaal één voor één eruit! Want dat bukken dat bleef toch nog wel heel lang moeilijk. En als de was daarna in de droger ging, dan deed ik dat in hele kleine stukjes. Een deel uit de machine deed ik dan in de wasmand. Dan zette ik de wasmand wat op hoogte, er zat dan niet zo veel in, was ook niet zo zwaar. En dan deed ik de spullen in de droger en dat herhaalde ik een paar keer totdat alles in de droger zat.  Maar de droger gebruikten we -en gebruiken we nu nog steeds- niet zo heel veel. De meeste was die hang ik gewoon op. We hebben daar op zolder twee wasrekken. Wat ik toen deed, was de was die ik ging ophangen, die haalde ik dan één voor één uit de wasmand en dan hield ik me altijd met één hand vast, aan de kast of aan het wasrek. En ging ik de was ophangen met knijpers. Ik merkte dat ik dat zó fijn vond om te doen. Helemaal omdat ik na maanden helemaal dat niet heb kunnen doen, was het heel fijn dat ik ineens dat soort dingen wél kon oppakken. En vanaf die tijd koester ik dat ik zélf de was kan ophangen. Aan de waslijn. Nou hebben we wel een waslijn ..ehm.. een droogrek eigenlijk, het is geen lijn, een droogrek op heuphoogte. Het zijn er twee. Dus ik hoefde niet heel hoog te reiken. Vroeger hadden we wel een waslijn in huis, toen we net gingen samenwonen. En dan moest je daar heel erg voor reiken. Maar dat hoeft dan nu niet. En waarschijnlijk had ik toen niet eens dat kunnen doen, dat omhoog en dan met die knijpers ophangen. Niet omdat ik niet kon reiken, maar omdat je dan toch wat instabieler wordt.  Maar ik vind het dus heerlijk om de was te kunnen doen. Zo ook als je was eenmaal gedroogd is dan één voor één die kledingstukken eraf halen en dan opvouwen. Dat doe ik eigenlijk op het droogrek en dat doe ik dan in de wasmand. En op een gegeven moment lukte het toen om zelf de wasmand te tillen en via de trap naar de zolder te brengen en andersom, naar beneden toe brengen. Dan houd ik de wasmand met twee handen vast en dat is een hele uitdaging, want ik kan me dan niet vasthouden aan de leuning. Maar dan loop ik met mijn zij, met mijn heup tegen de leuning aan, zodat ik wel steun heb en ik loop altijd dan met aandacht. Ik ben dan ook alleen bezig met lopen op de trap met de wasmand in mijn handen. Of het nou naar boven is of naar beneden. Nou is het wel zo dat de droge was zit in een bredere wasmand en dan kan ik die wasmand nog wel eens op mijn heup neerzetten en dan hou ik 'm met één hand vast, zodat ik met mijn andere hand wel de leuning kan vasthouden. En dat is meestal als ik naar beneden loop. Naar beneden lopen is altijd lastiger op een trap, omdat je die diepte in gaat en dan is het toch prettiger om de leuning te kunnen vasthouden. We hebben dan wel een hele rechte trap in huis, naar de zolder. Daar zit geen draaiing in. En volgens mij vind ik naar beneden lopen bij een ronde trap, die zo halfrond is, vind ik makkelijker. Omdat je niet direct de diepte inkijkt. Maar zo'n rechte trap, dan kijk je echt best een heel eind zo de diepte in. Dat vind ik lastiger lopen dan wanneer er een bocht inzit. Maar oké, dat lukt nu dus wel.  Heel langzaamaan is dat toen gebeurd, dat ik eenmaal de was weer ging doen. Op een gegeven moment ging ik toch zelf de wasmand dragen en merkte ik dat het wél lukte. En dat ben ik daarna altijd gewoon blijven doen. En zo is een huishoudelijke klus die ik vroeger, voor 2006 zonder nadenken altijd deed, ineens een taak geworden die ik heel graag doe! Nadat ik natuurlijk wel eerst had geleerd om het zelf weer te kunnen, vanuit een instabiele situatie. Dus ja, elke keer nu de was ophangen, waar ik dat ook doe, dat doe ik met aandacht. En dat vind ik helemaal niet erg.  Ik merk dat ik wel gevoeliger ben geworden voor geuren. Dat is gebeurd nadat ik corona heb gekregen. Toen heb ik een jaar lang niets kunnen ruiken en proeven. En heel langzaamaan is die geur weer teruggekomen, die reuk moet ik zeggen. De reuk is teruggekomen. Tegelijkertijd ben ik ook gevoeliger geworden voor allerlei geuren. Dus bepaalde wasmiddelen vind ik helemaal niet fijn! Dus ik moet écht goed zoeken naar wat vind ik dan wel fijn? En gelukkig op dit moment heb ik dan zo'n wasmiddel. Ik gebruik nooit wasverzachter. Dus wat blijft hangen in de was is gewoon van het wasmiddel zelf. En in de loop der jaren was ik wel veel minder, omdat de jongens uit huis zijn. Dus we zijn met zijn tweeën in huis, dan hoef ik ook minder vaak de trap naar zolder op- en af te lopen met een volle wasmand.  En op vakantie, dan is de was doen altijd een klus waar ik ook de tijd voor neem. Ik bedoel dan een lange vakantie. Want tijdens een weekje vakantie doe ik niet de was. Dan neem ik dat gewoon mee naar huis en dan doe ik dat allemaal thuis. Maar op de camping waar we weken staan, dan is er vaak maar één wasmachine en een droger. We staan vaak op kleine campings, dus dan is eentje ook genoeg. En de handdoeken en lakens gaan na de was dan in de droger. Maar alle kleding die hang ik dan op. Dus dan moet het sowieso een droge dag zijn op het moment dat ik de was doe. Moet ik altijd rekening mee houden op de camping. Anders kan het droogrek niet buiten in de zon en in de wind gezet worden. Dus het is wel even plannen, van doen we het vandaag of nou, misschien beter morgen? En dan heb je ook te maken met dat de wasmachine, dat het best lang duurt. En de droger daarna nog een keer. Het kost zo een halve dag. Dus als we de hele dag weg willen, kan ik niet de was doen. Helemaal niet omdat ook andere mensen natuurlijk ook willen wassen. Dus je moet het ook niet lang in de machine laten zitten. Je moet zo snel mogelijk het er weer uit halen, zodat andere mensen ook kunnen wassen. En meestal kiezen we dan ook een dag dat we sowieso op de camping willen blijven. Dat is ook belangrijk, want als eenmaal de was buiten staat en het gaat per ongeluk toch regenen, dan kun je ook weer op tijd het droogrek binnen zetten. Anders kan je weer van voren of aan beginnen als alles natuurlijk drijfnat wordt.  En zo zijn er ook andere campinggasten die het liefst 's ochtends al met de was willen beginnen. Ook om het dan op te kunnen hangen. En dan probeer ik altijd -op zo'n dag- heel vroeg op te staan, zo'n 7 uur. Op vakantie is dat vroeg. Dan slapen de meeste vakantiegangers nog. Dan doe ik de was al dus in de machine voordat we gaan ontbijten. En dan is het altijd wel heel gek hoor, om heel vroeg op zo'n hele stille camping te lopen met een volle mand vol was. En toch vind ik het heel fijn dat je het gewoon op de camping zelf kan doen. Want dan hoef je ook minder handdoeken en kleding mee te nemen, omdat je tussendoor gewoon kan wassen. Dat is in Nederland nog wel eens lastig, want in Nederland heb je allerlei verschillende soorten weer. Het kan heel warm zijn. Of ..ehm.. best wel koud. En regenachtig. Dus je moet wel kleding meenemen die voor alle weersomstandigheden mogelijk zijn. En het kan nog wel eens zijn dat ik een heleboel kleding heb meegenomen en de helft dus niet gedragen is, ja omdat we gewoon bepaald weer hebben gehad. En dan is de andere kleding niet nodig. En dat is wel het voor...
2 De zee in mijn hoofd
2026/07/22
De zee in mijn hoofd is een metafoor die ik al 20 jaar met mee meedraag.  (eigen foto op het strand bij de Noordzee, bij Domburg) Volledig transcript: Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Dit is seizoen 12, aflevering 2: De zee in mijn hoofd. 'De zee in mijn hoofd' dat is de metafoor die ik nu al zo'n 20 jaar met me meedraag. Ja, 'meedragen' dat is wel een gek woord in deze context. Maar welk woord is dan passender? Deze metafoor die past al zo lang bij me en past bij verschillende dingen. 'Dingen' ook al zo'n gek woord dat niet passend is. Want tinnitus en Ménière dat zijn helemaal geen 'dingen'! Dus raar dat ik 'dingen' zeg! Dan zal je misschien wel hebben van: hé, die heb ik wel eens eerder gehoord: 'De zee in mijn hoofd.' En dat klopt, want in seizoen 4 -heel veel seizoenen geleden- aflevering 19 heb ik ook al verteld over deze metafoor. En toch wil ik 'm nog een keer naar voren halen, want misschien heb je die helemaal niet gehoord. En ik merk ook dat ik bepaalde dingen ga herhalen. Juist omdat alles wat met het evenwicht te maken heeft toch wel vaker voorkomt dan één keer. In ieder geval deze aflevering 'De zee in mijn hoofd'.  En het kan eigenlijk helemaal niet, de zee, niet letterlijk tenminste. Want die zee die is ..ehm.. vol water en zout en, en, en, en is ook heel veel! Dat kan natuurlijk nooit in mijn hoofd zitten! Maar dan zit er in mijn hoofd natuurlijk wel water. Soort hersenvloeistof en we bestaan uit voor zoveel procent uit water. En dat water in dat hoofd, in die vloeistof, dat is misschien ook wel wat zoutig. Dat zou ik wel kunnen uitzoeken, want volgens mij is dat wel bekend, waar het precies uit bestaat. Het is dus een metafoor. Het is dus niet letterlijk bedoeld. Die zee is voor mij ook het altijd aanwezige geluid van de tinnitus. Dat wissende van volume. En ook wisselend van geluid, van het soort geluid. En nu helemaal met hoortoestellen, want zonder hoortoestellen hoor ik echt heel veel minder! Ik hoor bijvoorbeeld de vogels nauwelijks. We zijn nu op vakantie. En Roel die zegt dan, zei vanmorgen tegen mij van, 'de beide hanen die kukelen' en ik hoor ze echt niet. Roel zegt dat de buurman de voortent aan het stofzuigen is. En ik zie het, maar ik hoor het geluid helemaal niet. En dan zegt hij van: 'je moet wat zachter praten, want anders hoort iedereen dat op de camping wat je zegt', maar ik hoor mezelf amper. Ik hoor écht niet wat te hard is. Ook m'n eigen stem is dus veel minder hoorbaar geworden. Daarentegen is het volume van de tinnitus, die is juist heel luid! Die is alom aanwezig. En dan prijs ik mezelf steeds weer gelukkig dat ik me er niet meer aan stoor. Het is een gegeven. Én ik weet dat ik er wel iets aan kan doen, namelijk mijn hoortoestellen in doen.  Wauw! Met hoortoestellen in dan hoor ik de vogels kwetteren! Ik hoor het vliegtuig over komen. Er zijn allerlei camping-geluiden. Ik hoor het briesende paard hier achter de heg. Weer een vliegtuig. Pratende mensen, verderop. Ik versta het dan niet, maar ik hoor wel dat het mensen zijn die met elkaar in gesprek zijn. Ik hoor het kraken van de stoel. Als ik aan het schrijven ben, hoor ik het krassen van de pen. Hé, en ik hoor ineens fietsen hier op het grind achter ons. Er zijn zo veel geluiden om me heen op deze stille camping. Het omslaan van de bladzijde van het boek dat Roel aan het lezen is. Ja, met hoortoestellen in, is de tinnitus veel milder, heel fijn!  Maar tinnitus is dus dan de zee in mijn hoofd. En zo waren dat ook de aanvallen van draaiduizeligheid. Die chaos in mijn hoofd, die voelde alsof er een woeste zee woedde door mijn hersenen. Maar nu zijn die heftige aanvallen er allang niet meer, dat is lang geleden dat ik de laatste heftige aanval heb gehad. Maar die draaiduizeligheid die is er nog wel af en toe, bij vlagen, maar dan niet meer zo onstuimig, het is er maar een klein beetje. Meer wat kabbelend. Wel altijd ruisend. En dat zijn dan wiebeldagen, want zo heb ik ze genoemd, die dagen dat ik niet helemaal stevig meer loop. Waarbij ik wat instabieler ben. En dat is wel grillig, want ik weet niet van tevoren dat ik een wiebeldag ga krijgen. En Ménière is dus dan ook nog steeds de zee in mijn hoofd.  Maar past daar dan ook het gehoorverlies bij? Heb ik eigenlijk nog nooit zo gezien. En nu ik dus dit zo zeg, die vraag aan mezelf stel, dat gehoorverlies is ook fluctuerend. Dat komt door de Ménière. Het is dus niet standvastig. Het is niet altijd hetzelfde verlies. En het gehoor wordt sowieso steeds minder. Het verlies wordt steeds meer. Ook door het genetisch defect hè, door die DFNA13. En het verschil tussen wel en niet de hoortoestellen in doen, dat verschil wordt steeds groter. Is dat dan ook de zee in mijn hoofd? Wat heel duidelijk figuurlijk bedoeld wordt van deze metafoor is, voor iets wat ‘veel’ is. Een zee van woorden. Een zee van gedachten. En dat gebeurt ook allemaal in mijn hoofd natuurlijk. Ik ben altijd vól van iets in mijn hoofd. Iets ..ehm.. woorden, ..ehm.. beelden ..ehm.. ideeën en plannen, voorstellingen maken in mijn hoofd. Steeds weer! Ook als ik een boek lees en dan hoef ik de woorden niet te bedenken. Dan zijn er wel continu beelden die ik in mijn hoofd maak. Ik zie dan voor me wat ik lees. En ik moet zeggen dat is niet fijn als het gaat om gruwelijke martelingen. Die wil ik helemaal niet zien! Maar als ik erover lees dan komen die beelden vanzelf. Dan kan ik er soms ook over dromen en dan word ik wakker met schrik en benauwd en zwetend. Die beelden die hoef ik niet! Maar ja, dat heb je af en toe, als je zo'n boek leest, weet je niet van tevoren dat het over dat soort martelingen gaat. Gelukkig geldt dat ook andersom. Alle mooie beelden, die ik tijdens het lezen voor me zie en ook die beelden van alles wat ik heb meegemaakt. Gewoon overdag tijdens het fietsen, het wandelen, de weggetjes die me dan heel lang bijblijven. Het landschap. De bomen. Het strand en de zee. En al die leuke dorpjes hier op Walcheren. Allemaal beelden die in mijn hoofd zitten en die dan ook in mijn hoofd blijven zitten. Een zee van beelden in mijn hoofd. Zo waren we bij een restaurant, we gingen even één keer een beetje chic uit eten. En in dat restaurant daar hing een foto in de hal. En dat was een moderne foto van een Zeeuws meisje, of in ieder geval van een meisje met Zeeuwse klederdracht aan, maar dan op een moderne manier gemaakt. En dat beeld dat blijft dan bij me! Na het eten fietsten we naar huis, naar de tent toe, naar de caravan. Dat is op dat moment ons huis. En ik heb dat beeld dus gezien en het raakte me. En dan onthoud ik dat! En ik heb ook daar nog gevraagd in het restaurant waar de foto vandaan komt en wie de fotograaf is. Dus dat heb ik, toen ik thuiskwam, weer opgezocht. En het blijkt dat dat te koop is. Die foto die wordt ook gemaakt op het moment dat je dat bestelt. En ik kan die verleiding nauwelijks weerstaan om het níet te kopen, want ik weet er zelfs al een plek voor in huis, waar ik er dan elke dag naar kan kijken en dat idee maakt me al zo blij. Het beeld zit al in mijn hoofd, naast al die andere beelden. Want er is nog plaats genoeg!  En zo zijn er genoeg dingen die ik vergeet. Namen van mensen bijvoorbeeld. En dat is helemaal niet erg. Want er is wel een grens aan die zee in m'n hoofd. Het geheugen is een zee aan herinneringen, maar ik onthoud niet meer alles. Er zijn herinneringen die vervagen of die veranderen en die verdwijnen. Ja en ook dat is niet erg. Want de zee is niet oneindig. Ook al lijkt dat wel als je op het strand staat en de Noordzee voor je ziet. En je héél ver weg kunt kijken als het heel helder is. Dan lijkt ie zó ver te reiken. En dan voel ik me heel klein en nietig. Op zo'n grote zee zou ik een stipje zijn. Nauwelijks waarneembaar voor iemand die erop let. En helemaal niet waarneembaar voor de mens die niet kijkt. Dan ben ik helemaal niets!  Hmmm... er loopt een spinnetje hier voorbij. Een klein spinnetje. Die omgeving van deze spin die is oneindig groot, alleen is de spin zich daar niet van bewust. En dat is een groot verschil met mij als mens. Die zich wél bewust is van de omgeving, van de grootsheid, van de waanzin! Van de schoonheid en het verval en... De opmerkelijkheid, de mogelijkheden en onmogelijkheden. Van de grenzen. En ook de ongelofelijke kracht van de elementen. En zo de woorden die ik erover kan schrijven en ook nu hardop kan zeggen. De zee doet me ook denken aan nou ja, aan Zeeland, dat is ons vakantieland. Maar ook aan de zeearend. Zeekraal. Zeeraket. De zee-eend. De Noordzee. Maar ook Zeewolde, waar we nu al heel lang wonen. Vanaf 1992 wonen we al in Zeewolde.  Dus ook dat woord 'zee' kom ik heel vaak tegen in mijn dagelijks leven. En die zee in m’n hoofd, dat is dus een hele krachtige metafoor. Die voor mij een zee aan mogelijkheden biedt. Voor de mens die het wil zien hè! Voor wie het wil beleven, die het wil herinneren, opschrijven en erover wil vertellen. En als ik nog eens een vierde boek ga schrijven, dan zou die titel zijn: 'De zee in mijn hoofd'. Dit was seizoen 12, aflevering 2, van de podcast 'Evenwicht, je leven'. Je hebt geluisterd naar Paula Hijne. En dank je wel voor het luisteren en tot de volgende keer!
1 Vrijheid
2026/07/15
Wat vind ik vrijheid? In ieder geval niet dat ik altijd op vakantie kan.  (eigen foto, van een vakantie lang geleden) Volledig transcript  Dit is de podcast 'Evenwicht, je leven'. De podcast over ons evenwicht in de breedste zin van het woord. Je luistert naar Paula Hijne. Ik ben auteur van het boek 'Evenwicht, in uitvoering'. En dat is ook de aanleiding van het maken van deze podcast. Want er valt nog zó veel meer te vertellen over ons fysieke evenwicht. Over ons zintuig evenwicht. Maar gaandeweg met het maken van die podcast-afleveringen, kwam ik erachter dat er nog zo veel meer valt te vertellen, over het evenwicht. En dan gaat het ook wel over het psychisch evenwicht en over al die dingen waar ik mee te maken heb die ervoor zorgen dat mijn leven, ja, prettig verloopt. Waar ik juist van uit evenwicht raak. En dat ik ook die dingen graag wil vertellen in deze podcast.  En dat doe ik dan ook. Ik heb al 220 afleveringen gemaakt. Want ik heb mezelf als doel gesteld om elke week een aflevering te maken. En daar heb ik zelf de keuze in. En omdat ik zelf die keuze kan maken, heet deze eerste aflevering van seizoen 12: Vrijheid. Ja en dat is niet vanzelfsprekend. We hebben tijdens het schrijfcafé in mei 2026 als thema ook gehad: vrijheid. Elk schrijfcafé is er een thema, vaak naar aanleiding van een boek en dat thema van dat boek wordt dan gebruikt. En in dit geval ging het over het boek: Het bittere kruid van Margo Minco. Dat is al een boek van heel lang geleden. En Marga Minco is een schrijfster die in 2023 is overleden. Maar die is 103 jaar oud geworden! En in dat boek gaat het ook over oorlog en over nou ja, dan ook de vrijheid. En het thema van het schrijfcafé daar kun je allerlei oefeningen rondom heen doen.   We begonnen met een opdracht met allemaal wolkjes en in die wolkjes stonden korte opmerkingen over wat vrijheid zou zijn. Bedoeling was om daar een keuze uit te maken en daar dan verder over te gaan schrijven. En ik zal een paar van die wolkjes, een paar van die teksten even delen met je. Eerste wolkje is: vrijheid is het recht op geheimen, zonder geheimen is er geen bewegingsruimte meer. Vrijheid is zelf bepalen hoe je je leven inricht. Vrijheid is het tegenovergestelde van oorlog. Vrijheid is een andere mening mogen hebben. Je bent vrij als je je eigen waarde, dromen en talenten als kompas gebruikt. Vrijheid is op vakantie kunnen. Vrijheid is een illusie. Vrijheid, je zelf zijn zonder toestemming van een ander. Maak daar maar eens een keuze uit. Ik denk dat je zelfs vanuit elke tekst, van elke regel tekst die ik net noemde, daar kun je weer ook een heel stuk over schrijven. Ook dat vrijheid is een illusie, zou je een heel verhaal over kunnen schrijven. Maar ik heb gekozen voor dat laatste wat ik zei: vrijheid, je zelf zijn zonder toestemming van een ander. En wat ik schreef: mezelf zijn. Zoals ik dat wil. Wat ik wil doen. Dat wil niet zeggen dat ik niet overleg. En vooral niet als ik iets wil doen dat consequenties heeft voor de ander. Want ook het overleggen past bij het mezelf zijn, want dat kan tegelijkertijd. Het betekent namelijk niet dat ik gewoon mijn gang ga. Ik houd rekening met de grenzen die er zijn. Dat is financieel. De gedeelde tijd. Het gebruik van spullen. De afspraken die de ander heeft. En dan geef ik steeds weer mezelf toestemming en dan deel ik ook met liefde. Ik geef mezelf ook toestemming. Ook als ik nee tegen mezelf zeg. Als ik mijn grenzen bewaak.  Maar wanneer ben ik dan volledig mezelf? Want er zijn genoeg dingen die ik niet uitspreek. Waar ik niet mijn mening over deel. Dat doe ik ook niet hier in de podcast. Ik deel niet alles, wat ik vind, wat ik opmerk. En toch hoort ook dat allemaal bij mezelf zijn. Om het dus niet te delen. Want ik vind het een groot goed dat ik de keuzes zelf mag maken. Op allerlei vlakken en op allerlei niveaus.  En ook is het fijn als je toestemming van de ander krijgt. Om ja, dat leuke idee uit te werken. ..ehm.. om die vakantie te plannen. Om de boel te kunnen veranderen. Om in mijn eentje ergens naartoe te gaan. Maar dan steeds weer van mezelf uit. Ik kies ervoor om toestemming te vragen, om te overleggen, want ik leef niet in mijn eentje. En al die afspraken en dat overleggen dat doe ik dan ook met mijn man, die ook hier in dit huis woont. Want afspraken maken blijft nodig om samen te leven. Want ook hiervoor geldt, ik heb de afspraken in mijn eigen hand. Ik vul mijn eigen agenda. En dan is het prachtig als de ander af en toe op mijn pad meeloopt, want andersom gaat het ook op. De ander mag zichzelf zijn zonder toestemming van mij! Vrijheid is dus niet alleen maar doen waar 'ik' zin in heb. Ik vind vrijheid, dat is in liefde samenleven.  Dat mocht ik delen en op het moment dat je dat voorleest, die tekst, aan een groep mensen die ook allemaal hun eigen vrijheid hebben beschreven, dan kom je er ook achter dat een heleboel dingen overeenkomen. Maar dat je dat ook op verschillende manieren kan zien, die vrijheid. Dat vind ik mooi! Ik vind het mooi dat iedereen daar op zijn eigen manier ook weer mee om mag gaan. Dat gebeurt dus vaak bij het schrijfcafé, dat je dingen heel erg herkent van de ander, maar niet nodig vindt om daar zelf over te schrijven. Dus iedereen maakt zijn eigen keuze daarin. Het is zelfs zo, als de opdracht een bepaalde bedoeling heeft, en jouw pen, als je aan het schrijven bent, gaat totaal iets anders doen, dan kan dat gewoon. Want ook dat doen we, het creatieve schrijven is eigenlijk ook een vorm van vrijheid. In vrijheid schrijven. Hoe mooi is dat? Je schrijft datgene wat jij wilt delen. Een andere opdracht die we kregen, was een mindmap maken. En ik heb het er wel eens eerder over gehad. Ik maak vaak mindmaps. Ook altijd aan het begin van als ik een boek ga schrijven. En in dit geval was de mindmap rondom dat woord: vrijheid. En dan moest je dan vier woorden rondom heen zetten. En elk woord of elk zinnetje kon je ook weer onderverdelen. En die wil ik ook even met je delen: Vrijheid dat is ..ehm.. zelf grenzen bepalen, of grenzen stellen. En van daaruit bedacht ik al dan, als ik zelf grenzen bepaal dan ben ik ook aan het luisteren naar de intuïtie, ga ik iets wel of niet doen? En aan de andere kant is het energiemanagement heel belangrijk: hoe verdeel ik mijn energie over de hele dag? Vrijheid vind ik ook: vrije wil. Dat is de onafhankelijkheid of juist je afhankelijkheid. En de ene kant daarvan is dan zelfbeschikking. Zelfzorg. Goed voor mezelf zorgen. En dan de andere kant die zelfstandigheid, die eigen agenda bepalen. Heb ik het net ook wel over gehad in mijn vorige stukje.  Vrijheid is ook de keuzes maken. Keuzes maken en van daaruit kun je verschillende mogelijkheden bekijken. Er zijn allerlei verschillende mogelijkheden mogelijk. Aan de andere kant moet je ook knopen doorhakken. Moet je kunnen beslissen. Als je een keuze maakt, beslis je ook iets.  En dan als vrijheid het woord: zelfbewustzijn. Zelfbewustzijn is aan de ene kant voor mij door ervaringen leren. En vooral blijven leren. En de andere kant weten wat wel of niet goed voor mij zelf is!  Uit al die woorden mocht je ook weer één stukje gebruiken, één woord gebruiken. En daar weer over gaan schrijven. En ik koos voor zelfbewustzijn. Zelfbewustzijn. Ik ben me bewust van alles wat ik doe en niet doe. Hoewel, alles? Niet alles! Want er zijn genoeg dingen die ik onbewust doe, maar omdat ik dat niet bewust weet, kan ik dat ook niet benoemen. Bewustzijn. Ze zeggen dat mensen met ernstig gehoorverlies een grote kans hebben om dementie te krijgen. En toen ik dat voor de eerste keer hoorde, schrok ik daarvan. Ik begreep dat niet goed. Dus omdat ik minder goed hoor, zou het niet goed kunnen gaan in mijn brein. En dan gaat het over die witte stof, die myeline in de hersenen, die wordt dan steeds minder. En dat vertelde Erik Scherder hè. Ik heb het in de vorige podcast gehad over dat we die ontmoet hebben. En die vertelde over die witte stof, als die dan minder wordt ga je ook minder goed functioneren. Maar gelukkig heb ik mijn moeder als voorbeeld. Die was bijna doof. En toch kon zij zich nog genoeg herinneren en ook afspraken die gemaakt waren. Ook zelfs de dingen die de dag ervoor waren gebeurd, en dan af en toe was het wel een beetje twijfelachtig. Maar als je er dan goed naar vroeg, dan wist ze het weer. En zij deed overdag bijna niets! Zij kwam nauwelijks de deur uit. En ze had eigenlijk ook helemaal geen hobby’s meer, dan alleen maar wat lezen en op de tablet kijken. En bij haar was er dus geen sprake van dementie en toch was ze dus bijna doof.  En aan de andere kant begrijp ik dat wel, want er is onderzoek naar gedaan, dus het zal ook zeker zo zijn. Als je in plaats van luisteren, luisteren naar andere mensen, en dat je als je dan geen andere manieren meer hebt om je brein te gebruiken, en als je ook veel minder mensen tegenkomt waarmee je gesprekken aangaat, dan kan ik me voorstellen dat je wereld heel klein wordt. Want het is belangrijk om te blijven bewegen. Te blijven leren zoals Scherder zei, maar hij noemde het dan anders. Het gaat niet alleen maar om bewegen, het gaat ook niet alleen maar om leren, het gaat om ‘moeite doen’. En dat is nu ons motto ook, hier thuis. Moeite doen, dat is helemaal niet erg.  Door zo in beweging te blijven op allerlei manieren, ben ik mezelf bewust, ik ben aanwezig en voel ik mij ook wel verantwoordelijk voor de dingen die ik zelf doe. Voor de keuzes die ik maak. Dus ja, wat moet ik me aantrekken van het feit dat als je minder gaat horen, dat de kans op dementie groter is? Ik wil me niet laten beïnvloeden door de angst, maar ik denk dat ik uitga van al de dingen die ik nog wel kan blijven doen. Als ik daar maar met veel plezier mee bezig blijf, dan hoop ik ook dat die dementie op afstand blijft. Alleen weten we dat nooit zeker. In ieder geval zolang ik nog erover kan vertellen, zolang ik dingen nog kan uitlegge...

Podcast reviews

Read Evenwicht, je leven podcast reviews


0 out of 5
0 reviews

Podcast sponsorship advertising

Start advertising on Evenwicht, je leven relevant audience podcasts


What do you want to promote?