1567759774
Vorming voor elke dag

Advertise on podcast: Vorming voor elke dag

This podcast has
600 episodes
Language
Dutch
Explicit
No
Date created
2021/05/15
Latest episode
2026/02/05
Average duration
18 min.
Release period
2 days

Description

De Vorming voor elke dag podcast. Goud uit het verleden. Gemunt voor vandaag.

Unlock Vorming voor elke dag podcast Email contact info,
Listeners & Audience details

Email contact information

Direct podcast contact details

Listeners

Audience numbers & engagement insights

Audience details

Podcast Insights

Podcast episodes

Check latest episodes from Vorming voor elke dag podcast


Avondlied: Laat heel de wereld zinken
2026/02/05
Laat heel de wereld zinken met al wat haar behoort, de dag heeft uit met blinken en gaat tot d' avond voort. Wij willen samen zwijgen en sluiten onze kring, tot onze vreugden stijgen door deze schemering. De vreugd' is kern der dagen, die blijft waar alles vlood, wanneer w' ons zelf maar wagen, al waar' 't ook in de dood. Er is slechts één vergeven: daar waar ons God vergeeft; er is ook slechts één leven: dat uit Gods liefde leeft.
Dr. C.A. Tukker: twee dochters die om een Arts verlegen zijn (1)
2026/02/04
Jaïrus Van dezelfde synagoge, die de hoofdman te Kapernaüm uit liefde tot Gods volk heeft laten bouwen (7 : 5), is Jaïrus overste. Hij is de man die in de synagoge de leiding heeft, zelf uit de Schriften voorleest of anderen daartoe uitnodigt. Jezus wordt gebeden in zijn huis te komen, want hij heeft één dochter van ongeveer twaalf jaar, en die is doodziek. Zal Jezus niet direct komen en dat kind genezen? Doodziek betekent immers dat geen uitstel gedoogd kan worden! Tweemaal komen we in het Evangelie zo'n 'geval' tegen. Hier de dochter van Jaïrus, en straks (Joh. 11) Lazarus. In beide gevallen stelt Jezus Zijn komen uit. Waarom? Wanneer Lazarus gestorven is, zegt Jezus tot Zijn discipelen: Ik ben blij om uwentwil, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij geloven moogt'. En hier bij Jaïrus bedient Hij Zich van dezelfde taal: Vrees niet, geloof alleenlijk'. God beproeft mensen, en soms lijkt het alsof Hij kwelt. Maar in werkelijkheid werkt Hij via een omweg van uitstel, dat afstel dreigt te worden, geloof in het hart dat Hem alleen voor het wonder van de genezing zocht.   Arts Jezus gaat mee, doch wordt verdrongen en tegengehouden. Het lukt niet, het gaat niet snel genoeg. Reken gerust dat Jaïrus' hart ineenkrimpt. De enige Arts Die helpen kan, komt dadelijk ook nog te laat. Overigens laat Jezus Zich niet door 'niets' of voor 'niets' tegenhouden. Er is een vrouw. Jazeker er zijn zoveel vrouwen. Nee, let eens op: dit is een apart geval. Deze verkeert in gelijke omstandigheden als Jaïrus dochter. Alle geld aan artsen gespendeerd, en niemand had haar kunnen genezen. Lukas, de arts, weet wat hij schrijft wanneer hij deze vrouw en Jaïrus' dochter naast elkaar stelt. En als wij haastig concluderen: 'Maar zo'n kind gaat toch voor', dan zegt Lukas: wacht even; hoe oud is dit meisje? Ongeveer twaalf jaar! En hoelang heeft deze vrouw bloed gevloeid? Twaalf jaar! Is die vrouw niet net zo doodziek als dat meisje? Des mensen bloed is zijn leven. Deze vrouw bloedt straks dood. Net zo lang als het meisje leeft, vloeit de vrouw bloed. Is er verschil? Durft u te kiezen of voorrang te verlenen?   Kracht Jezus neemt de tijd. Er ontstaat een gesprek over wie Hem (bewust) aangeraakt heeft. Met nadruk in het Grieks zegt Hij: 'Ik heb bekend, dat kracht van Mij uitgegaan is'. Jaïrus popelt van ongeduld, maar kan niet anders dan bij Jezus blijven en moet alles aanhoren. In de nood van een vader met een doodziek kind leert Jezus hem wat Hij doet dien die op Hem wacht. 'Ik heb bekend...' God gaat Zijn soevereine weg. En Zijn weg is zelfs in de grootste nood geheel Zijn weg: anders en hoger dan onze wegen, zoals Zijn gedachten hemelhoog zelfs boven die van een vader met een doodziek kind uitgaan. Gelooft Jaïrus? Voor zijn oren verklaart de vrouw om welke oorzaak (vs. 47) zij Jezus heeft aangeraakt. In een andere evangeliebeschrijving zegt ze bij zichzelf: 'Indien ik alleen Zijn kleed aanraak, zo zal ik gezond worden'. Door dit geloof wordt ze behouden en houdt haar kwaal op.    Dochter Dat alles maakt Jaïrus mee. In nog een ander opzicht stelt Jezus de vrouw naast zijn dochter. Hij spreekt die vrouw aan met 'dochter'. Als je Jaïrus vraagt: Over hoeveel dochters gaat het? dan zegt hij: Ik heb er maar één, een eniggeborene, en die moet ik als het zo doorgaat, nog afstaan aan de dood. Maar Jezus maakt in Jaïrus' bange ogen en hart plaats voor wat Hij ziet: er zijn er twéé. Jij bent het niet alleen, en jouw dochter is het niet alleen. Het lijkt hard, maar wat een les, en ook wat een verlossing wanneer de Heere ons uit ons kleine kringetje, waarin we met onze nood vastlopen, losmaakt en ons eens laat zien, hoe Hij de nood van anderen en van onszelf ziet en op waarde schat. In die les begint, zoals we volgende week zullen horen, het behoud.        
Het Licht schijnt in de duisternis (Preek)
2026/02/02
Preek over Joh. 1: 5.
Vanaf welke leeftijd leer ik mijn kind hardop een vrij gebed doen aan tafel of bij het naar bed gaan?
2026/01/30
Een kind is gebaat bij dagelijks terugkerende rituelen. Gewoontegedrag is de sleutel, als het gaat om het ontwikkelen van een heilzame geloofsopvoeding. Ik herinner me twee gewoonten die in mijn eigen opvoeding dagelijks praktijk waren. Allereerst het kindergebed na het grote gebed aan tafel: ‘Heere, zegen deze spijze, uit genade, om Jezus wil, amen’. Een heel eenvoudig gebed, maar dit leert het kind de kern verwoorden en tegelijkertijd hardop tot God gaan. Zowel praktiseren als oefenen. Daarnaast knielde ik voor mijn bed, terwijl mijn vader ons als ‘kleintjes’ naar bed bracht. Dit was zijn dagelijkse taak, nadat mijn moeder de hele dag als opvoeder actief was. Bij dit kindergebed klonken de bekende woorden ‘Ik ga slapen ik ben moe’. Vervolgens mochten we daar als kind een persoonlijk gebed bij uitspreken, met wat ons bezig hield. Zo oefenden wij het bidden.    Ik kan mij geen tijd herinneren dat ik dit niet deed als kind, dus ik denk dat we bij het ontwikkelen van spreken ook leerden bidden. Dus vanaf een jaar of twee drie tot de middelbare school. Rond het einde van de basisschool was het kindergebed vervangen door een vrij gebed, met een aantal coupletten van de avondzang. Ergens in die periode lieten mijn ouders het los en was het gewoontegedrag praktijk. Als tiener zal ik het best wel eens over hebben geslagen, maar nooit zonder schuldgevoel. Wie als kind leert bidden, oefent een gebedspraktijk voor het leven.    Waarom ik zoveel aandacht geef aan deze standaardgebeden? Omdat ik denk dat ze de dragers zijn voor het vrije gebed. Leer kinderen vaste rituelen, dan kun je daar later op variëren. Wie niet eerst vaste gebeden leert, heeft geen basiswoorden en praktijk om bij aan te sluiten. Aan tafel kan een kind leren om soms het ‘Onze Vader’ te bidden, een kind van een jaar of tien zal dat nog graag doen, als ze veertien jaar zijn lijken ze het weer vergeten te zijn. Het is dus van groot belang dat voor het zich ontwikkelende schaamtegevoel van de tienerjaren de belangrijke gebedslessen en rituelen zijn aangeleerd.    Leer vanaf de wieg dagelijkse rituelen aan. Zodra een kind zelf woorden kan geven aan dingen, bijvoorbeeld als vier of vijf jarige, kun je dit koppelen aan het standaardgebed. Na verloop van tijd zal als vanzelf de ruimte voor het vrije gebed ontstaan. Dit in samenhang met de eigen aard en talenten van het kind. Immers, ieder kind is anders.      Deze vraag en mijn antwoord daarop is eerder gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad. 
Ds. W.L. Tukker: ‘Als een kind niet naar God kan vragen, vraagt de Heere naar het kind.’
2026/01/29
Bijbel doorpreken ‘Laat men maar de Schrift openen, de bijbel volgen, de bijbel doorpreken. Niet een bepaald soort teksten. Niet wat de mensen graag horen. Niet wat wijzelf graag preken. Maar Gods Woord, voor de voet op. Daar komt men God, Christus, deHeiligeGeest en al hun werken in tegen. Dan komt men ook op alle geloofsstukken, de hele leer van de zaligheid, deze hemelse leer, de leer van de Heere. En dat voor alle volken, voor oosterse zo goed als voor westerse volken: één en allemaal hetzelfde. Waar de Heere de God van de hele aarde is, daar is ook Zijn Woord en het woord van de dienaren, een woord voor elk volk gelijk.   Doop “Dezelve dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en desHeiligenGeestes.” Dedoopwordt hier alleen genoemd, niet dat andere sacrament van het Avondmaal, dat sacrament tot versterking van het geloof. Niet dat dat niet van belang is. Niet dat dat bij de opdracht niet behoort. Maar het gaat hier om de stichting van de kerk in haar loop door de hele wereld. En nu is het duidelijk, dat deDoophet sacrament van de inlijving is in de gemeente van Christus.    Ze heeft dan ook in één hand gevat heel de leer van de kerk: in de drie namen van de leer van de gehele Godheid, de leer van de drie Goddelijke Personen. Dat is ons geloof, dat is het Christelijk geloof. Daarin beweegt zich alles en daarin heeft u alles. Al wat God is, openbaart Hij daarin. Al wat God doet, openbaart Hij daarin. Daarin ligt Zijn wezen. Daarin liggen Zijn werken. En in dat water ligt heel de verkondiging van het heil, op, summiere wijze: de reiniging door Jezus' bloed en Geest; het sterven met Hem en het opstaan tot een nieuw leven.   En dat alles nu geplaatst aan de poort van de kerk. Men gaat door dit proto-evangelie in in de kerk en men gaat door dezedoopin tot dit rijke en dit alomvattende evangelie. Voor volwassenen en voor kinderen. De kerk heeft beide, de volwassenen-doopèn de kinderdoop: volken — dus natuurlijk beiden.    Kinderdoop Graag en vooral ook de kinderdoop. In de lijn van het Oude Testament ook in het Nieuwe. Besnijdenis ten achtsten dage, dus ook dedoopvan de kinderen. Er is geen leerstuk, dat meer de vrije genade leert dan de kinderdoop: als een kind niet naar God kan vragen, vraagt de Heere naar het kind. Hij legt er Zijn hand op. Hij legt er Zijn drieënige Naam op. Hij legt er Zijn evangelie van de wassing van de zonden op. In de vorm van een eis, in de vorm van een belofte. Dat in onderwijs voor het volk, dat onder teken en zegel.   God zal Zijn waarheid nimmer krenken, Maar eeuwig Zijn verbond gedenken; Zijn woord wordt altoos trouw volbracht, Tot in het duizendste geslacht; 't Verbond met Abraham, Zijn vrind. Bevestigt Hij van kind tot kind.   Al wat Hij Izak heeft gezworen. Heeft Hij ook aan Zijn uitverkoren', Aan Jacob tot een wet gesteld, Van al 't beloofde heil verzeld; En aan gans Isrel toegezeid, Tot Zijn verbond in eeuwigheid.  
Dankt, dankt nu allen God
2026/01/29
Dankt, dankt nu allen God Met blijde feestgezangen! Van Hem is ’t heug’lijk lot, Het heil, dat wij ontvangen. Hij ziet in Christus ons Altijd genadig aan, En heeft ons dag aan dag Met goedheid overlaân. Hij, d’ eeuwig rijke God, Wil ons reeds in dit leven Zijn vrede en heilgenot Door hartsvernieuwing geven. Hij zal ons, door Zijn Geest, Vermeerd’ren licht en kracht, En ons uit allen nood Verlossen door Zijn macht.   Hervormde bundel 1938
Eén ding verlangde ik van de Heere (preek)
2026/01/26
Preek over Psalm 27: 4-5.
Een gebed vanuit moeilijke omstandigheden tot God
2026/01/23
Ver van huis In Psalm 61 treffen we David aan op een plaats ver van het heiligdom, ver de tabernakel, ver van huis. Dit kan duiden op een concrete situatie. Veel uitleggers denken dat David zich op dit moment in Mahanaïm bevindt, vanwege de dreiging van Absalom. Een koninklijke balling roept ver van huis om hulp bij God. Het is ook mogelijk dat hij de ervaring van Gods nabijheid mist en zich daarom ver van het heiligdom voelt. Hoe dan ook, hij roept.    Maar wat is Davids nood? Wat doet hem klagen en roepen, tot God? Vanuit deze Psalm wordt duidelijk dat hij roept vanaf een plaats waar Hij ver bij God vandaan is. Naar alle waarschijnlijkheid ver van de tent, het heiligdom. Ver van de plaats waar men God ontmoette. Hij roept van het einde van het land tot de Heere. In eenzaamheid. Overstelpt door de omstandigheden.    Ik weet niet waar tegenslagen jou in de afgelopen periode gebracht hebben. Klonk je gebed op vanuit de binnenkamer, achter de gesloten deuren van die stille plek thuis waar je omgang zoekt met hem? Dat is wat David hier doet, hoewel hij zich ver van het heiligdom bevindt. Hij roept tot de Heere. Is iemand in lijden? Dat hij bidde (Jak. 5: 13)   Rots ‘Leidt mij op een rotssteen die mij te hoog zou zijn.’ De Goddelijke genade, hulp en beveiliging vormen de rots waarop zijn ziel verlangt te rusten, buiten het bereik van de onstuimige golven, die beneden stormen en razen. Voor ons zondige mensen een onbereikbare plaats. Wie zal als zondig mens tot God naderen? Wij hebben immers zelf de gemeenschap met Hem verbroken in het paradijs?    Waar we ook zijn, waarin we ons ook bevinden, roep de Heere aan. David vanuit Mahanaïm, Daniel vanuit Babel. De zeiler vanuit het topje van de mast. De zondaar in zijn schuld en verlorenheid. Zij roepen het uit tot de Heere. Je kunt zo ver niet zijn, of je krijgt zicht op de Rots, als de Heilige Geest er oog voor geeft. Als we niet naar het heiligdom kunnen, kan God ons ter plaatse tot heiligdom worden.    Toevlucht Te midden van de crisis, herinnert David zich de Heere als een Toevlucht, een schuilplaats. Als hij daaraan denkt, dan komt het beeld boven van een sterke Toren. Draagt u met David ook die herinnering uit het verleden mee? Ja, Heere. U bent mij een sterke Toren. U bent mij een toevlucht geweest. Zo niet, dan zwerft u nog rond op de vlakte. Prooi voor aanvallers en tegenstanders. Waarschijnlijk niet bewust van het gevaar. Tot slaaf geworden voor de vijand. Hier uit de Schriften toont Zich de Heere een sterke Toren te zijn te midden van de benauwdheid. Een Rots waarop Hij zondaren tilt, tot behoud. Kent u Hem zo niet? Dan ben ik bang dat u zich onbewust in vijandelijk gebied bevindt. Een balling die zich thuis voelt, ver bij God vandaan. Wel benauwd in allerlei omstandigheden, maar niet gericht op de Heere. Voor David was Christus de poolster waar het hele leven zich op richtte. Maar u hebt genoeg aan de sterrenpracht van dit leven. Dan is de crisis groter dan u beseft.    Tent en vleugels Die sterke Toren had nog niets indrukwekkends. De gebruikte beelden worden nu kwetsbaarder, nabijer. David spreekt nu niet meer in het verleden, maar richt de blik op de toekomst. Blijkbaar is er iets gebeurd. Tijdens het gebed is er een verandering opgetreden. Hij voelt weer grond onder de voeten. De hoge Rots, is de plaats geworden waar het hol van zijn voet rust vond. De banneling ver bij God vandaan, heeft daar in de stilte een heiligdom gevonden. Ver bij Jeruzalem vandaan.    Hij zegt: ‘Ik zal in uw hut verkeren, in eeuwigheden.’ In Gods tent. De tabernakel. De aardse gestalte van de hemel. De tabernakel die op een lijn stond tussen het verloren paradijs en de zich ontsluitende heerlijke toekomst. In die tent, daar zal hij de Heere weer ontmoeten. De Heere geeft hem verwachting in het hart. Nu is het nog ver weg, maar het gaat weer komen. Hij kan het vanaf de Rots zien. Het geloofsoog blikt over de omstandigheden heen.    Wat ziet David? Dat de Heere Davids koninkrijk zal bevestigen. Uit die geslachtslijn wordt de Messias geboren. De vaste Rots van zijn behoud. 
’k Heb geloofd — en daarom zing ik
2026/01/22
1 ’k Heb geloofd — en daarom zing ik, Daarom zing ik U, o Heer’, Die voor ons aan ’t hout der schande Stierf en gaf ons ’t leven weêr. Daarom zing ik van genade En verlossing, aangebracht Door Uw lijden en Uw zoendood, Lam van God, voor ons geslacht! 2 ’k Heb geloofd — en daarom hoger Dan de kruin van Golgotha, Zie ’k U aan de zij des Vaders, Hogepriester, vol genâ. Ons ten voorspraak en ter hulpe Lijdt Gij meê en draagt ons kruis, Strijdt en bidt voor Uwe kind’ren In het eeuwig Vaderhuis. 3 ’k Heb geloofd — en daarom juich ik, Daarom zing ik tot Uw eer, U, Wien een verblinde schare Niet erkende als haar Heer. Eenmaal zal datzelfde Isrel, Met de heidenen te saam, Voor Uw liefd’ en trouw U prijzen, Eeuwig loven Uwen Naam. 4 Ja, ’k geloof — en daarom zing ik, Prijs en loof ik Uwen Naam, ’s Mensen Redder en Verlosser, Aard en hemel juicht te saam! Zoon van God en Zoon des mensen, Maak ons tot Uw komst bereid. Wij verlangen U t’ ontmoeten In Uw volle heerlijkheid!   Liedbundel Johannes de Heer
Dr. H. Ridderbos over het Koninkrijk van God
2026/01/21
Ridderbos stelt dat het Koninkrijk daar zichtbaar wordt, waar burgers worden ingelijfd tot het Rijk: ‘De gave van het Koninkrijk is voor het volk, dat God zich van ouds verkoren heeft en dat in zijn eigenlijke en diepste betekenis aan het licht treedt in de gelovige aanvaarding van Jezus als de Christus, de drager van het heil des Heeren.’   Breekt zich baan Het koninkrijk is volgens Ridderbos dynamisch van inslag. Het breekt met kracht baan (Matt. 11: 12, Mark. 9: 1). Het is niet los te denken van de goddelijke kracht die zich verlossend en richtend openbaart. Bij Johannes en Jezus staat niet de toestand van de voleinding van het koninkrijk centraal in de prediking, maar de komst en de doorbraak van het koninkrijk. ‘De komst van het rijk is immers het in werking treden van het grote eindhistorische drama. Zij werpt de mens in de crisis. Dit is wat aan de oproep: “Bekeert u want het koninkrijk der hemelen is nabijgekomen” zulk een indringende en onheilspellende kracht verleend.’   Jezus’ prediking heeft een theocentrisch en soteriologisch karakter, als het gaat om het koninkrijk. Naar Zijn welbehagen geeft de Zender aan Zijn kinderen het koninkrijk; en in Zijn koninkrijk zullen de rechtvaardigen stralen als de zon.    De verkondiging van het koninkrijk impliceert niet alleen de vergeving van zonden, maar ook de verplichting om de wil van de vader te doen. Ridderbos verwijst daarbij naar de Bergrede. ‘Op de zaligsprekingen volgen de geboden.’ Dan wordt gesproken van ‘het vervullen van de wet en de profeten’, het voortbrengen van ‘vruchten’ en het ‘horen en doen’ van Jezus woorden. Men dient Jezus’ ‘juk’ op zich te nemen en het grote gebod te houden. Ridderbos: ‘Het gaat hier over het verband tussen de indicatieven, die het heilswerk Gods verkondigen en de imperatieven, die de mens tot de daad oproepen.’    Reeds en nog niet Het Koninkrijk heeft alles te maken met toekomst en voleinding, maar is tegelijkertijd realiteit. Ridderbos: ‘Wat Johannes (de doper, ASM) samenvattend als het éne grote gebeuren der toekomst zag, vindt in Jezus’ prediking een differentiatie, inzover namelijk dat éne grote gebeuren zowel als een reeds vervuld “heden” als een nog te verwachten toekomst wordt aangeduid.’   Wat dit betreft mag het Heilig Avondmaal gesmaakt worden met de toekomst voor ogen. Hen die het evangelie verkondigd wordt, worden van de zaligheid verzekerd. Ridderbos: ‘Het gaat er om, dat zij deze zaligheid thans zullen aannemen uit de hand van Hem die Zichzelf offert ten dode. Het gaat om de verbinding van evangelie en zoendood, om de fundering van heel het koninkrijk in Christus’ dood. En daarin treedt Hij zelf op als de uitdeler van het heil. In het laatste avondmaal, maar ook zo dikwijls de gemeente dit doet ‘tot zijn gedachtenis’.  
Zie het Lam van God (preek)
2026/01/19
Preek over Joh. 1: 29.
God dienen in Babel (preek)
2026/01/17
Preek over Jeremia 29: 7, het gebed voor de stad.
Christopher Wright: Israël en de volken als tempel
2026/01/15
Christopher Wright schrijft in Zijn studie ‘The Mission of God’ het volgende: ‘Alles wat het Oude Testament had voorzien ten aanzien van Gods plan voor de toekomst van de volken in de eschatologische eeuw van verlossing moet vervuld worden.’   Vervallen hut Amos blikt in hoofdstuk 9 van zijn profetie vooruit naar het herstel van ‘Davids vervallen tent’. Waarschijnlijk werd hier volgens Wright de eschatologische tempel mee bedoeld, namelijk het messiaanse volk van God. Hierbij gaan Jood en heiden samen op. Wright stelt dat de vroeg-christelijke gemeenschap zichzelf zag als de eschatologische tempel die Jezus beloofde te bouwen. In plaats van naar de eerdere fysieke tempel zouden de heidenen zich vervoegen bij deze nieuwe messiaanse tempel, zonder dat ze eerst proseliet hoefden te worden. Ook Ef. 2: 11-22 en 1 Petr. 2: 4-10 laten dergelijke motieven zien. De tempel was een cruciale plek, dat de heidenen daar toegang toe zouden krijgen was bijzonder. Tal van profetieën doelden hierop in het Oude Testament.   Nieuwe tempel Het doel van het uitgaan richting de volken met de Evangelieboodschap, is dat zij worden verzameld tot het koninkrijk van God, als vervulling van het visioen zoals de Schrift dat toont. Zij worden verzameld om door de Heilige Geest de nieuwe tempel te vormen, in vereniging met Christus. Ook gebruikt Paulus het beeld van de olijfboom die symbool staat voor Israël, waar de heidenen worden ingeënt. Van veraf zijn de heidenen nu volgens Paulus dichtbij gekomen. Jood en heiden worden met Christus verenigd. 
Ds. J. Overduin: Hiernumaals en hiernamaals
2026/01/14
Hoop Hij geeft nadrukkelijk oog voor het belang van de christelijke hoop, die verder reikt dan de tijd. ‘Zoals er planten zijn die pas bloeien in armoede en gebrek, zo komt de christelijke hoop pas tot volle bloei in de meest behoeftige omstandigheden. Hier geldt ook het zalig zijn de armen van geest, de hongerigen en dorstigen, de lijders en de dulders, want hunner is het koninkrijk, waarin een onsterfelijke hoop altijd uitzicht geeft op God.’ Overduin stelt dat wij de wonderlijke vrucht van de opstanding van Jezus Christus te weinig geplukt hebben; in alle geval er te weinig van gegeten hebben. Zijn overtuiging is dat we in de prediking honderdmaal over geloof preken, tienmaal over de liefde en naar verhouding eenmaal over de hoop. Juist in onze armoede kan Christus zijn schatten aan ons kwijt. Als wij verzadigd zijn van dit leven is er nauwelijks ruimte voor de christelijke hoop.    Volgens Overduin heeft het onkruid van veel wereldse verwachtingen de christelijke hoop verstikt. Met reden zegt Jezus daarom dat het bezwaarlijk is dat zij die het goedhebben ingaan in het Koninkrijk van God. De focus ligt op het hiernumaals, in plaats van op het hiernamaals.   Klagen Allerwege wordt er geklaagd over de gevolgen van de zonden, waar wij samen getuige van zijn. Overduin geeft daar een kritische kanttekening bij. Hij wijst erop dat de mensen van Jezus dagen diep onder de indruk waren als Hij de gevolgen van de zonde wegnam, namelijk ziekte en gebrokenheid door Zijn wondertekenen. Men volgde Jezus vanwege de spijze die vergaat. Overduin: ‘Daarom liep het volk Jezus in Zijn diepste ontferming en Zijn hoogste betekenis voorbij. Zij hebben Jezus gekruisigd, eigenlijk niet omdat zij teveel, maar omdat zij te weinig van Hem verwacht hebben.’   Kan het zijn dat ons klagen over de gevolgen van de zonden ten diepste aanklagen van God betreft? Zijn we daar druk mee? Angst voor ziekte, armoede en verlies. Dan willen we God wel als wonderdokter, maar dat leidt tot teleurstelling. Het is van levensbelang dat we met onze persoonlijke schuld in het reine komen, door ermee te vluchten tot het kruis van Christus. Gods toorn over de zonde raakt ons persoonlijk. Waar dit besef doorbreekt is alle klagen in algemeenheden voorbij. Daar leren we de toevlucht nemen tot Christus. Wees mij zondaar genadig. Zijn bloed wast en reinigt van alle zonden. Daar breekt het scheerlicht door van wat komt, namelijk een eeuwig leven verlost van zonde en verleiding. Tegelijkertijd valt dit scheerlicht over een levenspad dat gewandeld dient te worden in de voetstappen van de Meester. Door schaduwen omgeven, maar waarvoor geldt dat het eindpunt met zekerheid bereikt wordt.    Verder dan de tijd De christelijke hoop reikt verder dan de tijd. Overduin stelt: ‘De christelijke hoop is niet zo’n onzekere wissel op de toekomst, omdat zij niet gevoed wordt door een menselijk ideaal, maar door de belofte van een goddelijke, verlossende werkelijkheid.’ Deze hoop voor de toekomst wordt gevoed door Jezus Christus. ‘Zolang er een God is, is de hoop van Zijn volk er. En Hij is er altijd, eeuwig, daarom kan en mag de christelijke hoop niet sterven.’   Tegelijkertijd mag de christelijke hoop op geen enkele manier een vlucht worden in het eschaton. Om maar verheven te zijn boven alle leed en vragen die ons in het hiernumaals overweldigen kunnen. Waar de verwachting van het toekomende levend is, leren we onze taak in het hiernumaals des te beter verstaan.   
Komen tot Christus (preek)
2026/01/12
Preek over Joh. 1: 12-13.

Podcast reviews

Read Vorming voor elke dag podcast reviews


0 out of 5
0 reviews

Podcast sponsorship advertising

Start advertising on Vorming voor elke dag relevant audience podcasts


What do you want to promote?